Aan de slag met basisinkomen

De Limburger, 23 augustus 2017

 

Paternalisme is het grootste struikelblok in de bestrijding van armoede. Het houdt het negatieve (zelf)beeld van arme mensen in stand en leidt tot levenskeuzes die welvarende mensen nooit voor zichzelf zouden maken. Dat is de kern van de kritiek op armoedebestrijding van de Amerikaanse welzijnswerker Lim Miller in zijn boek ‘Most of What You Believe about Poverty is Wrong’ dat vorige week verscheen. Miller werkte decennia als buurtwerker in Californië en moest op bepaald moment constateren dat hij de armoede misschien wel iets verlicht had, maar dat er in al die jaren niets fundamenteel veranderd was in de economische mobiliteit van de mensen die hij begeleidde. Sterker, hij kwam erachter dat hij zelf deel was van het probleem: welzijnswerkers zorgen ervoor dat de capaciteiten van arme mensen verborgen blijven, juist door hun hulp, advies en begeleiding.

Miller gooide de welzijnswerkers uit zijn organisatie en richtte een platform op waarmee arme gezinnen een netwerk kunnen opbouwen en ervaringen uitwisselen. Hij zocht partijen die studiebeurzen en leningen wilden geven, die investeringen wilden doen – precies wat welvarende mensen ook doen.

Het is een aanpak die aansluit bij een aantal initiatieven en ideeën in Limburg. Allereerst bij de opmerkingen die Lieve Schouterden onlangs in deze krant maakte. Schouterden heeft de leiding over het project Werving VDL Nedcar, waarin gemeenten, UWV en uitzendbureaus samenwerken. Ze zorgde ervoor dat bijna duizend Limburgse bijstandsgerechtigden een baan kregen. Een vrouw uit de bedrijfspraktijk dus, geen hulpverlener. Zij constateerde gaandeweg haar job dat het huidige systeem van de bijstand volstrekt contraproductief is. Daarom pleit ze voor een basisinkomen. Dat zal prikkelen en motiveren om werk te zoeken, stelt ze.

Ze raakt daarbij aan de kern van het bijstands- cq armenprobleem: mensen zitten in de wurggreep van de dagelijkse worsteling om rond te komen, terwijl er door de bevoogding en het geringe (zelf) beeld te weinig beroep wordt gedaan op hun eigen creativiteit, initiatief of talent. De bevoogdende mentaliteit zit diep. ‘De bijstand is een vangnet, geen hangmat,’ aldus De Limburger in een commentaar. Ouderwets wantrouwen en dedain.

Gelukkig is in Maastricht, in navolging van Tilburg, de Quiet Community gestart. Dit initiatief is erop gericht mensen uit hun isolement te halen en elkaars verborgen talenten te onderzoeken. Verder hebben we onze eigen Lim Miller in de persoon van Henk Geelen, jarenlang werkzaam voor welzijnsorganisatie Trajekt, nu met pensioen en penningmeester van Buurttheater Mariaberg. Afgelopen seizoen sprankelde dit buurtheater met de voorstelling Sjold, over mensen in armoede en schulden. Het is community theater met spelers aan de onderkant, ze zitten in de uitkering of laagbetaald flexwerk, in de schuldsanering, hebben sociale problemen, of zijn vluchteling. De voorstelling had uitverkochte zalen en schitterde door een explosie aan energie en creativiteit van de spelers. Waarop ik Henk Geelen opzocht en vroeg: kunnen de spelers niet een salaris krijgen? Of een soort basisinkomen van de gemeente?

Geelen sprong bijna van zijn stoel: ‘Een polemiek hierover zou fantastisch zijn,’ zei hij. Met veel moeite had hij een vrijwilligersvergoeding eruit gesleept. ‘Vanuit mijn werk bij Trajekt kan ik zeggen: mensen in de wijken werken hard en doen meer vrijwilligerswerk dan welvarende mensen, zeker als het gaat om sociaal vrijwilligerswerk, mantelzorg, kinderen helpen, mensen in schuldsanering bijstaan. Er zijn dus veel meer mensen die een basisinkomen zouden verdienen.’

Maak een begin. Zuid-Limburg heeft zestienduizend mensen in de bijstand. Zeker de helft van hen zal nooit een baan vinden bij de autofabriek, de schoonmaak, de verzorging of de snackfabriek, omdat ze te grote sociale problemen hebben. Maar ze hebben wel talenten. Laten we die beter benutten, met een basisinkomen.

 

 

 

Je kunt niet reageren.