De achilleshiel van Europa

De Limburger, 21 april 2017

 

‘De redding zal uit Parijs komen, of zij zal niet komen en de Frexit zal dagen.’ Noodkreet van Mathieu Segers in een van zijn columns voor het Financieele Dagblad. Onlangs ging ik naar een avond met deze knappe kop uit Limburg die van Europa zijn specialiteit maakte: hij is hoogleraar Eigentijdse Europese Geschiedenis en Europese Integratie aan de Universiteit Maastricht en auteur van boeken met veelzeggende titels: Waagstuk Europa, Europa en de terugkeer van de geschiedenis.

De veertigjarige Segers zat in een fauteuil maar leek er elk moment uit te kunnen springen. Met ingehouden, maar vulkanische energie vertelde hij over de complexe, spannende geschiedenis van de Europese integratie, over gepassioneerde, idealistische denkers en politici, over de miskleunen en de uiteindelijke successen van samenwerking – en wij, de luisteraars, werden gaandeweg doordrenkt van één gedachte: wat een ongelooflijk project, die Europese Unie, wat een waagstuk, wat een tour de force! Hoe komt het dat we dit voor kennisgeving hebben aangenomen, beschouwen als de normaalste zaak van de wereld? Waarom horen we hier niet over in spotjes op radio, tv, sociale media? Spotjes met korte verhalen, fragmenten historie, over de rol van de Nederlander Max Kohnstamm bijvoorbeeld, die, getekend door de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog, in het project van de Europese integratie de redding van de Europese landen zag: nooit meer oorlog, nooit meer armoede, luidde zijn credo – want armoede had de kiem voor het fascisme gelegd.

Maar, zegt u meteen, wat hebben de verliezers van de internationalisering hier eigenlijk aan? Al die mensen die in kleine Europese stadjes wonen waar de oude industrie is vervallen en waar weinig oude, zekere werkgelegenheid is? Mensen die baat hadden bij vertrouwde voorzieningen, verenigingen, bij bakker, postkantoor en bus, en nu zijn geïsoleerd, en op zichzelf aangewezen? Die veel hulp zien verdwijnen naar nieuwkomers met wie ze geen band hebben? Die, net als die nieuwkomers, niet weten hoe ze het moeten aanpakken: werk creëren, vinden?

Zij zijn de achilleshiel van Europa – want juist deze mensen zijn boos op de EU, die in hun ogen alle ellende veroorzaakt heeft. En wat gebeurt er? In plaats van het monster in de bek te kijken en de knapste koppen in te zetten om tot een praktische aanpak te komen voor een beter Europa voor de verliezers, nemen gevestigde partijen de euroscepsis van de populisten over, enkel om deze verliezers als kiezers te paaien, niet om iets voor hen te doen.

Segers noemt dit ‘een fatale vorm van doen alsof’: geen echte oplossingen aandragen, constructieve internationale samenwerking ontwijken – want die is ineens verdacht. Terwijl iedereen weet dat oude tijden niet terugkeren, dat de wereld een octopus is en de tentakels van China tot in het heuvelland reiken, die van Rusland tot in de Franse campagne. ‘Het zijn vooral ideeën en moraal die nu gevraagd worden: une certaine idee de l’Europe’, zoals Segers schreef. Wat we nodig hebben is een vergezicht, waarin ‘de sociale kwestie’ weer zichtbaar wordt, zoals de Franse architecten van de Europese integratie ooit benadrukten: internationale handel en stabiliteit moesten hand in hand gaan met het verkleinen van sociale ongelijkheid.

Met de Franse presidentsverkiezingen voor de deur staat de toekomst van de EU op het spel. Die toekomst zit in het vermogen van Europa om de kloof tussen de winnaars en de verliezers van de Europese integratie te dichten met concreet beleid. Dat kan alleen door Europa te zien als de oplossing, niet als het probleem. Daarin zou Frankrijk opnieuw leidend kunnen zijn. Er is in Frankrijk maar één kandidaat die dat nastreeft: Emmanuel Macron. En Marche!

 

 

 

 

Je kunt niet reageren.