In Nederland

HET GELUK VAN BEMELEN

[De Stemming, L1, 17 april 2016]

Als u de kans krijgt, moet u via ‘L1 Uitzending Gemist’ de documentaire ‘De bewakers van Bemelen’ van filmmaker Hans Heijnen zien. Het is een film over de nadagen van het traditionele dorp Bemelen, vlakbij Maastricht. Een dorp met een harmonie, een kerk, een voetbalclub en een Raad van Elf, van verenigingen die bestaan bij de gratie van de laatste dorpsfiguren.

Tot die dorpsfiguren behoren Pierre en Willy Pittie, twee broers van in de zeventig, die nooit getrouwd zijn en nog steeds in hun ouderlijk huis wonen. Pierre en Willy hebben het druk in hun dorp. Ze dweilen de kleedlokalen van het voetbalhonk, schenken thee tijdens een bijeenkomst van de vogelwerkgroep, harken mee met de schoffelwerkgroep en brengen bezoekjes aan zieke en zwakke dorpsgenoten.

Vijfentwintig jaar geleden won Willy Pittie een auto in de Duitse lotto. De wagen staat trots voor de deur, een glanzend gepoetste rode Audi. Op de vraag wat hij zou doen, mocht hij op een dag een miljoen winnen, antwoordt Willy: ‘Niks….niks….alles zo laten als het is.’ Ook broer Pierre vindt het leven goed zoals het is. ‘Ik wil graag dat alles hetzelfde blijft,’ zegt hij, al geeft hij toe dat er ‘soms gewoon iets moet gebeuren.’

Pierre en Willy zijn vertegenwoordigers van wat de meeste mensen niet meer kennen: intense tevredenheid met het hier en nu, met het eigen leven in de eigen omgeving. Het leven is goed zoals het is. Droog constateert Pierre dat hij waarschijnlijk nog zo’n 3000 dagen te leven heeft. Willy leest elke dag de overlijdensadvertenties en merkt op: ‘Zolang je er zelf niet bijstaat, gaat het nog goed, he?’

Net voordat je als kijker de kans krijgt om het oude dorpsleven te gaan bejubelen: de gemeenschap, de zorg voor elkaar, het genieten van een eenvoudig leven zonder gejaagdheid, doen de zwakke karakters van het dorp hun intrede. Mensen die nauwelijks van de bank afkomen, wier leven al vijftig jaar stilstaat, wier gesprekken zo schraal zijn geworden, dat je als kijker ongemakkelijk begint te schuiven, dat je je begint te schamen.
Geen nostalgisch portret dus van een mooi, uitstervend dorp, maar een portret van mensen die zich weliswaar veilig bij elkaar voelen, maar bij wie ook nieuwsgierigheid en verlangen lang geleden gedoofd zijn. De kijker die hoopte in het oude dorp een antwoord, een weerwoord te vinden op de rat-race waarin hij zichzelf bevindt, komt dus bedrogen uit.

Wat dan?, vraagt die kijker zich af. Wat is dan het alternatief voor het leven waarin permanent gerend wordt, waarin meer uren gemaakt moeten worden voor hetzelfde of zelfs minder geld, waarin de vrije tijd opgaat aan opvoeding, mantelzorg en huishouden, waarin alles geagendeerd is en niets meer kan bloeien door simpelweg te fröbelen en niets te doen.

De ondraaglijke platheid van het bestaan, noemde schrijfster Sana Valiulina het onlangs zo treffend in NRC Handelsblad. De mens als economisch wezen, een grondstof in de neoliberale economie, een resource waarmee winst gemaakt wordt. Geen wonder dat er mensen zijn die het niet meer kunnen bijbenen en die vooral een emotie hebben: boosheid.

Aan de broers Pierre en Willy Pitty is de beker van het hedendaagse leven voorbij gegaan. Zij schoffelen, schenken thee en maken af en toe een ritje in hun glanzend-rode wagen.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Je kunt niet reageren.