Archief voor december, 2018

Minder dingen, meer tijd

De Limburger, 28 december 2018

De afgelopen weken bogen mijn studenten zich over de vraag wat ze als kritische consumenten kunnen doen om de wereld te veranderen. Rücksichtslos sneden ze in eigen vlees, deze millennials. Hun generatie was ‘egocentrisch en lui’, schreef een studente, gewend om alles op afroep te bestellen: ‘liefhebbers van Foodora, Thuisbezorgd, Deliveroo of zelfs Uber Eats. Geen enkele andere generatie koopt zoveel als wij. Wij winkelen anytime, anyplace, anywhere.’

Wat nu? Allemaal zijn ze zich bewust van hun eigen gedrag, en zijn ze begonnen er iets aan te doen: de een is vegetarisch geworden, de ander koopt alleen nog tweedehands kleding, de derde koopt geen plastic flesjes meer. Want het kan zo niet langer, zeggen ze. Er moet een einde komen aan het snelle consumeren, aan de vervuilende kledingindustrie, aan uitbuiting en moderne slavernij, aan het verwoestende plastic in het water, aan het dierenleed en de vervuiling van de vleesindustrie…

Maar wat scheelt het, wat haalt het uit wat je zelf doet? Een grote machteloosheid daalde neer. Was het niet allemaal een druppel op een gloeiende plaat? En welke bedrijven kon je nog vertrouwen? Een student kwam erachter dat zelfs de biologische tofu die ze had gekocht totaal niet duurzaam bleek. Biologisch bleek sowieso niet slim, had een student onderzocht: het kost meer landbouwgrond en is dus slecht voor de natuur. De studenten snakten naar adem.

Neem maar afscheid van de doldwaze samenleving die het consumeren tot religie heeft verheven, stelt de historicus Philipp Blom in zijn boek Wat op het spel staat. Daarin waarschuwt hij dat er grote veranderingen op handen zijn, maar dat de grote massa geen idee heeft van wat haar te wachten staat. We slaapwandelen met open ogen, verblind door kortetermijndenken en hebzucht. Blom gaat terug in de geschiedenis en schetst het ontstaan van de consumptiemaatschappij. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden de Amerikanen de theorie van transformative consumerism: groeiende consumptie zou leiden tot stabiliteit en vrede. De consumerende mens kon zichzelf via consumptie een identiteit aanmeten, een gevoel van erkenning krijgen. Een huis, een auto, een wasmachine, een ijskast, meubels, porselein, kleding, schoenen, vakantie – met al die dingen kon hij laten zien dat hij iemand was, kon hij zich onderscheiden en zich gewaardeerd voelen.

Deze formule is in het welvarende westen uitgewerkt. De meeste mensen hebben de meeste dingen. Om een Wende te bewerkstelligen, zegt Blom, moeten mensen hun erkenning, ja zingeving, uit iets anders zien te halen. Dat is de crux, wil je de grote massa meekrijgen in een ommekeer. Mooi gezegd, maar hoe? Hoe ontstaat dit zonder opgelegd paternalisme: die sneakers, die auto, die jurk, die sofa, dat servies gaan u geen erkenning en geluk brengen?

Zie ik het goed, dan is er onder jongeren al een proces bezig: ze willen het consumptieve leven niet meer, of in elk geval niet als erkenning van wie ze zijn. Ze willen vooral tijd, voor muziek, voor beleving, voor het leven. En misschien zijn we minder blind: deze week was in het nieuws dat de Vegetarische Slager, het bedrijf van Jaap Korteweg, die akkerbouwer die na de varkenspestuitbraak vegetariër werd en besloot ‘vegetarisch vlees’ te gaan maken, is gekocht door Unilever. Reden: de groeiende markt voor vleesvervangers.

Zelfs bij de VVD lijken ze wakker te worden. NRC-redacteur Tom-Jan Meeus sprak de naaste adviseur van Rutte, de 66-jarige Ben Verwaayen. Wat zegt-ie? Dat grote bedrijven hun winst op duurzame wijze moeten maken, dat ze moeten inzien dat de belasting die ze afdragen geen kostenpost is maar een bijdrage aan de maatschappij.

Ik wens u voor het nieuwe jaar: minder vlees, minder kleren, minder spullen. Meer tijd.

 

Reageer

Hemingway en de gele hesjes

De Limburger, 13 december 2018

In 1937 publiceerde Ernest Hemingway zijn roman To Have and Have not. Hij was er al aan begonnen in 1933, middenin de jaren van de Grote Depressie. Hij woonde in Key West, aan de uiterste zuidpunt van Florida, zo’n 170 kilometer van Havana. Daar schiep hij Harry Morgan, de hoofdpersoon van het boek, een rauwe held met een sportvissersboot en een talent voor vissen.

Harry heeft een vrouw en drie dochters en om het hoofd boven water te houden neemt hij verveelde rijken mee op dagtripjes – opgeblazen mannen die zijn aanwijzingen negeren, waardoor ze zijn dure uitrusting naar de gallemiezen helpen. Op een dag wordt hij besodemieterd. Een klant die hij twee weken lang elke dag mee op zee nam, gaat in Key West geld halen om hem te betalen maar komt niet meer opdagen. Harry is blut en zijn visgerei is kapot.

Hij raakt verzeild in rum- en mensensmokkel en zinkt steeds dieper weg in de criminaliteit. Hij wordt beschoten, verliest een arm, zijn boot wordt geconfisqueerd. Door een advocaat komt hij in aanraking met de high society van Key West, mensen van het goede leven die hun dagen slijten op het terras, glas in de hand. Harry probeert zijn leven op de rails te krijgen, maar hij komt niet vooruit en gaat ten onder.

Hemingways roman werd met gemengde gevoelens ontvangen. Een onevenwichtig boek, met een boodschap die er te dik bovenop lag, was de kritiek. Was de grote stilist een politiek commentator geworden? Maar Hemingway zag het anders. Hij had als jonge journalist in Amerika en Europa – tijdens de Eerste Wereldoorlog en de jaren daarna, toen hij correspondent werd in Parijs – gezien wat armoede en geringschatting doet met mensen en hij maakte zich grote zorgen over de toenemende ongelijkheid. Met veel anderen deelde hij een droom van een rechtvaardiger wereld, onder wie David Bruce, een man uit de Amerikaanse expat kring waarin Hemingway zich in Parijs bewoog.

David Bruce vervulde verleden week een bijzondere rol in de oratie van Mathieu Segers, hoogleraar eigentijdse Europese geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht. In een vlammend, urgent betoog schetste Segers hoe Bruce in Parijs verliefd werd op de Franse actrice Yvonne Printemps. Hij vond haar het toppunt van vrouwelijkheid en zag in haar de belichaming van de ware esprit van Parijs, van Europa.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Bruce de eerste Amerikaanse ambassadeur in Parijs en hij had één grote missie: die esprit beschermen tegen een terugkerende schaduw van armoede en economische neergang die opnieuw zou kunnen leiden tot nationalisme, woede, geweld en oorlog. Vandaar het Marshall Plan, dat Europa erbovenop moest helpen; Bruce werd er in Parijs de leidsman van.

Het bestrijden van armoede werd het hart van de Amerikaanse missie in Europa. Dat hield ook in: een gevecht tegen ongereguleerde kapitaalmarkten. Controle van de kapitaalmarkt, stelde Segers, is opnieuw zeer relevant. Ooit lag de strijd tegen ongelijkheid aan de basis van de Europese integratie, maar sociale bescherming lijkt er minder en minder toe te doen. Is dat, vroeg Segers zich af, wat de gele hesjes ons willen duidelijk maken? Immers, zo zei hij, de geschiedenis heeft laten zien dat Europa heen en weer beweegt tussen licht en donker, ancien régime en revolutie.

Hemingway liet zijn roman To Have and Have Not eindigen met deze laatste woorden van zijn stervende held: ‘No matter how, a man alone ain’t got no bloody fucking chance.’ Een statement: alleen samen met anderen kan de mens zich te weer stellen tegen het kwaad, tegen het onrecht, in zijn eentje is hij niets. Daar ligt precies de opdracht van Europa.

 

 

 

 

Reageer