Archief voor februari, 2018

Tihange: follow the money

De Limburger, 22 juni 2017

 

Moet de kerncentrale van Tihange snel dicht? Duizenden mensen zullen er zondag voor in het geweer komen. Ze willen dat in ieder geval Tihange 2 zo snel mogelijk uit dienst wordt genomen. Dat is een van de oudste atoomcentrales ter wereld, met in het hart – een huizenhoog stalen reactorvat – een oplopende hoeveelheid haarscheurtjes die de veiligheid in de Euregio bedreigt.

Ach, dat gevaar valt wel mee, was tot voor kort het algemene gevoel. De kans op een ramp in het stadje Huy, amper vijftig kilometer ten zuiden van Maastricht, is toch klein? De Belgische nucleaire waakhond FANC laat goed controleren of de scheurtjes niet groter worden, en zolang daar geen bewijs voor is, is er niets aan de hand. Vertrouw de autoriteiten, zij zijn de deskundigen.

Maar als het om kernenergie gaat, kun je als burger niet kritisch genoeg zijn – zeker na de aardbeving van maart 2011 in Japan, waardoor een vloedgolf de atoomcentrales bij Fukushima onder water zette. Het noodplan leek netjes te werken: de centrales werden na de aardschok automatisch stilgelegd. Maar het ingestroomde water had de noodgeneratoren in de kelder onklaar gemaakt, waardoor de stilgelegde reactorvaten niet gekoeld konden worden. Het resulteerde in ijzingwekkende explosies en meltdowns, met als gevolg dat meer dan 150.000 mensen geëvacueerd moesten worden en dat de hele regio een nucleair vervuilde no go area werd.

Japanners staan bekend om precisie en discipline – en nu bleek dat de Japanse overheid, de Japanse kernenergiewaakhond en het energiebedrijf Tepco stuk voor stuk jammerlijk hadden gefaald. Niemand had rekening willen houden met een scenario waarin een vloedgolf over de dijk spoelde – ja, er was weleens studie naar gedaan, maar de autoriteiten vonden het niet nodig extra veiligheidsmaatregelen te nemen. Die zouden 25 miljoen euro kosten en ach, hoe groot was die kans nou?

Het werd een onvoorstelbare humanitaire, economische en ecologische ramp. De schade wordt door het Japanse Reconstructie Agentschap inmiddels geschat op 200 miljard euro, een van de duurste rampen ooit. De les voor de Euregio? Neem geruststellende verklaringen over Tihange niet voor lief. Zowel België als Frankrijk hebben er financieel belang bij dat Tihange 2 zo lang mogelijk open blijft – samen met Doel 3, een soortgelijke oude-scheurtjes-centrale bij Antwerpen.

Tihange 2 werd in 1975 geopend en zou dertig jaar dienst doen. Dat wordt nu opgerekt tot 2023. Dit levert de Belgische staatskas honderden miljoenen aan extra ‘nucleaire tax’ op. Maar vooral de Fransen varen er wel bij. Aangezien de installaties feitelijk al afgeschreven zijn, strijkt de Franse eigenaar van de centrales, Engie (de nieuwe naam voor semi-staatsbedrijf Gaz de France Suez), elk jaar een fraaie extra winst op.

Tot het een keer onverhoopt toch fout gaat met die ongrijpbare haarscheurtjes. Dan draait de overheid, en daarmee wij als belastingbetalers, op voor de rampzalige megakosten – zie het Fukushima-dossier. De SP heeft nu de pensioenfondsen opgeroepen om hun beleggingen weg te halen bij Engie, en dan met name het ABP, de grootste Engie-belegger. Onze Duitse buren zijn ons alweer voor: het pensioenfonds van deelstaat Noordrijn-Westfalen verkocht vorige week zijn aandelen in Engie.

Bovendien hebben de buren – die voor ons in Limburg de regie namen in het atoomprotest – de Belgen onlangs een pragmatisch voorstel gedaan: sluit de oudste centrales Tihange 2 en Doel 3 nog voor 2020 en neem een al geplande extra stroomverbinding tussen Duitsland en België eerder in gebruik. Zodat het licht bij de Belgen niet hoeft te doven. Dat kunnen we met voldoende pressie van ons allen in de Euregio toch schaffen!

 

Reageer

MVV als voorbeeld voor Roda

De Limburger, 24 mei 2017

 

Wat een annus horribilis voor Roda JC. De club vecht deze week tegen degradatie in de nacompetitie – tegen aartsrivaal MVV. De kans is groot dat het aangeslagen huurlingenlegioen van Parkstad het volgend seizoen de eerste divisie wacht. In het andere geval overleeft Roda het degradatiespel en volgt een nieuw seizoen in de marge van de eredivisie.

Voor velen is Roda de Trots van het Zuiden; duizenden Roda-fans hebben de club de afgelopen maanden weer trouw hun steun gegeven. Dat nu opnieuw degradatie dreigt, is pijnlijk. Maar voetbal is vooral een miljoenenbal geworden, waarop kleinere clubs meedogenloos mee moeten dansen, happend naar adem.

Roda is daar een schrijnend voorbeeld van. De kunstgrepen die de directie de afgelopen tijd toepaste in een poging de club uit de gevarenzone te houden, zijn inmiddels historisch: verbijsterd zagen de fans een wilde noodinkoop van negentien nieuwe spelers aan – spelers die meestal snel weer ongeschikt bleken.

Er kwam een blinde jacht op nieuwe geldschieters. Ene Aleksei Korotaev, een Russische dertiger met een Zwitsers paspoort, ging de club redden. Miljoenen wilde hij in de club steken. Zomaar, uit het niets. Vragen over waar zijn geld vandaan kwam, ging de Rus uit de weg. En het Roda-bestuur slikte het, op één kritische commissaris na, die de bui zag hangen en opstapte als toezichthouder. Ook op de tribunes klonk gemompel: was dit niet te mooi om waar te zijn?

Het werd een klucht: de reddende Rus zit al sinds februari vast in Dubai, op verdenking van het uitschrijven van een ongedekte check van ruim 17 miljoen aan vage zakenpartners. Roda wist maandenlang van niets. Roda-directeur Wim Collard vond het niet nodig de Rus persoonlijk aan zijn jasje te trekken toen deze niet meer van zich liet horen.

Misschien komt de geldschieter weer vrij en vloeien de miljoenen alsnog naar de kas in Kerkrade. Maar de kans dat het om dubieus geld gaat is levensgroot – het onderzoek van de KNVB naar de bron ervan is nog steeds niet afgerond. Wil je als trotse club afhankelijk zijn van geld met een maffieus luchtje? Uberhaupt: van de grillen van onpeilbare zakenlui?

Wie een echt Roda-hart heeft, zegt nee. Het rampjaar 2017 is hét moment om schoon schip te maken en de tering nu eens eindelijk naar de nering te zetten. Daarvoor is een grote dosis realiteitsbesef nodig: Roda had jarenlang een te grote broek aan. De club leefde boven haar stand, met geld voor veel te dure, ondermaatse spelers van verre. Geld dat wanhopig uit allerlei hoeken en gaten bijeen werd geschraapt.

Roda moet de ambitie hebben een mooie, bescheiden regionale club te zijn met aansprekende talenten uit de streek, gemotiveerde jongens die weten waar Kerkrade ligt en die niet tonnen salaris vragen. Daarvoor zijn allereerst een andere directie en raad van commissarissen nodig. Mensen met de realiteitszin en bescheidenheid die past bij een arbeidersclub als Roda. Geen autohandelaren, luchtkastelenfabrikanten en andere bobo’s. Lui met echte voetbalkennis – dat oud-Rodatrainer Huub Stevens (‘het team was één warme familie, die ook nog presteerde’) nu gevraagd is, is een goed begin.

Het doet pijn, maar gelet op de permanente malaise van de afgelopen jaren is degradatie misschien wel het beste wat de club kan overkomen. Want dan moet er echt gesaneerd worden. Er is een mooi voorbeeld van hoe het daarna goed kan komen: MVV, de streekrivaal die na een reeks van labiele jaren weer met beide benen op betaalbare Limburgse bodem staat.

 

 

 

 

Reageer

De achilleshiel van Europa

De Limburger, 21 april 2017

 

‘De redding zal uit Parijs komen, of zij zal niet komen en de Frexit zal dagen.’ Noodkreet van Mathieu Segers in een van zijn columns voor het Financieele Dagblad. Onlangs ging ik naar een avond met deze knappe kop uit Limburg die van Europa zijn specialiteit maakte: hij is hoogleraar Eigentijdse Europese Geschiedenis en Europese Integratie aan de Universiteit Maastricht en auteur van boeken met veelzeggende titels: Waagstuk Europa, Europa en de terugkeer van de geschiedenis.

De veertigjarige Segers zat in een fauteuil maar leek er elk moment uit te kunnen springen. Met ingehouden, maar vulkanische energie vertelde hij over de complexe, spannende geschiedenis van de Europese integratie, over gepassioneerde, idealistische denkers en politici, over de miskleunen en de uiteindelijke successen van samenwerking – en wij, de luisteraars, werden gaandeweg doordrenkt van één gedachte: wat een ongelooflijk project, die Europese Unie, wat een waagstuk, wat een tour de force! Hoe komt het dat we dit voor kennisgeving hebben aangenomen, beschouwen als de normaalste zaak van de wereld? Waarom horen we hier niet over in spotjes op radio, tv, sociale media? Spotjes met korte verhalen, fragmenten historie, over de rol van de Nederlander Max Kohnstamm bijvoorbeeld, die, getekend door de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog, in het project van de Europese integratie de redding van de Europese landen zag: nooit meer oorlog, nooit meer armoede, luidde zijn credo – want armoede had de kiem voor het fascisme gelegd.

Maar, zegt u meteen, wat hebben de verliezers van de internationalisering hier eigenlijk aan? Al die mensen die in kleine Europese stadjes wonen waar de oude industrie is vervallen en waar weinig oude, zekere werkgelegenheid is? Mensen die baat hadden bij vertrouwde voorzieningen, verenigingen, bij bakker, postkantoor en bus, en nu zijn geïsoleerd, en op zichzelf aangewezen? Die veel hulp zien verdwijnen naar nieuwkomers met wie ze geen band hebben? Die, net als die nieuwkomers, niet weten hoe ze het moeten aanpakken: werk creëren, vinden?

Zij zijn de achilleshiel van Europa – want juist deze mensen zijn boos op de EU, die in hun ogen alle ellende veroorzaakt heeft. En wat gebeurt er? In plaats van het monster in de bek te kijken en de knapste koppen in te zetten om tot een praktische aanpak te komen voor een beter Europa voor de verliezers, nemen gevestigde partijen de euroscepsis van de populisten over, enkel om deze verliezers als kiezers te paaien, niet om iets voor hen te doen.

Segers noemt dit ‘een fatale vorm van doen alsof’: geen echte oplossingen aandragen, constructieve internationale samenwerking ontwijken – want die is ineens verdacht. Terwijl iedereen weet dat oude tijden niet terugkeren, dat de wereld een octopus is en de tentakels van China tot in het heuvelland reiken, die van Rusland tot in de Franse campagne. ‘Het zijn vooral ideeën en moraal die nu gevraagd worden: une certaine idee de l’Europe’, zoals Segers schreef. Wat we nodig hebben is een vergezicht, waarin ‘de sociale kwestie’ weer zichtbaar wordt, zoals de Franse architecten van de Europese integratie ooit benadrukten: internationale handel en stabiliteit moesten hand in hand gaan met het verkleinen van sociale ongelijkheid.

Met de Franse presidentsverkiezingen voor de deur staat de toekomst van de EU op het spel. Die toekomst zit in het vermogen van Europa om de kloof tussen de winnaars en de verliezers van de Europese integratie te dichten met concreet beleid. Dat kan alleen door Europa te zien als de oplossing, niet als het probleem. Daarin zou Frankrijk opnieuw leidend kunnen zijn. Er is in Frankrijk maar één kandidaat die dat nastreeft: Emmanuel Macron. En Marche!

 

 

 

 

Reageer

Radicalen zijn zout in de pap

De Limburger, 25 maart 2017

 

‘In de wij-samenleving is voor iedereen plaats, ook voor mensen met hele radicale opvattingen over de samenleving. Want juist zij kunnen sommige veranderingen bespoedigen. Als er geen radicale opvattingen waren geweest, dan waren we nu niet waar we nu staan.’

Een uitspraak van een vrijzinnige columnist die politici bij de les wil houden? Nee, van de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb. Zie ik het goed, of is Aboutaleb, een moslim, momenteel de meest interessante leider in ons land? Met stijgende verwondering keek ik naar Aboutaleb in ‘De wij-samenleving’, een aflevering van het tv-programma Tegenlicht van de VPRO. Daarin werd geschetst hoe Aboutaleb omgaat met de gespannen verhoudingen in de Rotterdamse gemeenteraad en in de stad.

Enerzijds heb je er de ‘Leefbaren’, die zeggen voor de ‘gewone’ Rotterdammers op te komen die zich in hun eigen wijk niet meer thuisvoelen. Anderzijds is er Nida, een nieuwe, door de islam geïnspireerde partij die consequent spreekt over Rotterdammers als het gaat over mensen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond – uit verzet tegen het aanpakken van problemen langs etnische lijnen. Bovendien: meer dan de helft van alle Rotterdammers heeft een niet-westerse afkomst.

In de gemeenteraad gaat het er fel aan toe; Aboutaleb blijft kalm en luistert. Hij besloot na de terreuraanslagen in Parijs consequent te spreken van de ‘wij-samenleving’: burgers mogen alle mogelijke opvattingen hebben, maar moeten wel de dialoog aangaan. Het bediscussiëren van radicaal verschillende opvattingen heeft Aboutaleb tot inzet van zijn beleid gemaakt. Hij organiseert geregeld bijeenkomsten waar mensen hun zorgen kunnen uiten en waar iemand niet bij voorbaat de mond wordt gesnoerd door hem weg te zetten als racist, populist of fundamentalist. ‘Het mot eruit, anders krijg ik een maagzweer,’ aldus een oudere Rotterdamse Leefbaar-stemmer.

Zoals de ‘Leefbaren’ in 2002 massaal de PvdA verlieten, zo hebben nu de ‘allochtonen’ van Nida de PvdA de rug toegekeerd. ‘We laten ons niet meer als stemvee gebruiken,’ aldus een Nida-stemmer. Partijleider Nourdin El Ouali vertrok zelf bij Groen Links, omdat hij zich niet meer gehoord voelde door de gevestigde linkse partijen. Hij vindt dat links een gematigd-rechts verhaal brengt en te weinig hardop zegt dat migranten een verrijking voor de samenleving zijn.

Nida heeft inmiddels twee zetels, maar ziet zichzelf anders dan DENK als een partij met een verbindende agenda. De Leefbaren, op hun beurt, wensen zich te onderscheiden van de PVV, die ze veel te extreem vinden. Met succes, want anders dan de PVV is het Leefbaar Rotterdam gelukt om een echte bestuurderspartij te worden.

Waarom vertel ik dit allemaal in een Limburgse krant? Omdat ik vind dat de circa twintig procent Limburgse kiezers die op de PVV stemden niet simpelweg kunnen worden weggezet als racisten en extremisten, maar moeten worden bevraagd naar wat hen zorgen baart. De PVV-stemmer is here to stay. Omdat hij een radicaal tegengeluid wil laten horen, dat blijft zolang hij zich niet gehoord voelt. Net zoals de mannen van DENK hun radicale opvattingen als tegengeluid in de Kamer zullen laten klinken. In Roermond, de woonplaats van mede-oprichter Selçuk Öztürk, kreeg Denk 4,1 procent van de stemmen, terwijl de PvdA daar op 4,0 bleef steken.

Net zoals Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren het dierenwelzijn en de vleesconsumptie op de agenda kreeg door een radicaal volgehouden eigen visie, zo zullen nieuwe radicale partijen de gevestigde politiek dwingen tot nadenken over onderwerpen die hen zelf in hun bubbel niet treffen. Ik hoop dat voldoende PVV kandidaten zich zullen melden voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Of voor een nieuwe partij – Leefbaar Limburg? Zonder radicalen geen verandering.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

Van jou is alleen je broek versleten!

De Limburger, 10 maart 2017

 

‘Interessant stuk, maar hoe moeilijk is zo’n ogenschijnlijk eenvoudige opdracht!’ Verzuchtte een lezer die ‘Limburger, kom uit je bubbel’ had gelezen (15 februari). Hij was niet de enige. In dat betoog daagde ik de lezer uit om eens in gesprek te gaan met iemand buiten je eigen bubbel. Maar ja, hoe pak je zoiets aan, hoe kom je uit je behaaglijke kring van gelijkgezinden? En wat levert het op?

Een 65-jarige elektromonteur reageerde en diende zich zodoende aan als gesprekspartner voor buiten mijn eigen bubbel. Hij werkt in een volcontinu rooster en schrijft: ‘Mijn gevoel is dat veel mensen zich bedonderd voelen, omdat de regels hier gemaakt worden door mensen die veel theoretische kennis hebben, tot hun tachtigste kunnen blijven werken, maar dan niet meer versleten hebben dan het achterwerk van hun broek, net zoals jij.’ Hij voegt eraan toe: ‘Stratenmakers, bouwvakkers of dakdekkers zie ik niet tot 67-plus werken.’

Diezelfde theoretici houden zich bezig met de vluchtelingenproblematiek, schrijft hij. ‘Er zijn onder de “vreemdelingen” veel goede mensen maar onder de jongeren verhoudingsgewijs veel rotte appels (ik zit dagelijks in de trein en maak hen vaak mee) waarmee een discussie niet te voeren is.’ Op mijn vraag of hij weet wat hij gaat stemmen, antwoordt hij: ‘Ik heb altijd op de PvdA gestemd en zal dat weer doen. Wat ik ervan verwachten moet of kan, weet ik niet. Wel hoop ik dat men in de toekomst eerlijker zal zijn, dat verdienen de mensen.’

‘Wat jij voorstelt in je stuk, doe ik zelf al langer,’ reageert een andere lezer uitdagend. ‘Mensen uit het azc hier in Venlo, die nu in Eindhoven wonen, zijn vrienden geworden.’ Desondanks knaagt bij haar de twijfel. ‘Geert komt op voor onze identiteit. Ik wil niet op de PVV stemmen, maar steeds opnieuw komt de twijfel.’ Ze raakt daarbij aan een essentieel punt: ‘Iemand opzoeken uit een andere cultuur haalt dat gevoel niet weg. Want één op één is bijna iedereen een normaal, aardig mens.’

Ze legt uit: ‘Onze beste werknemer was onze bedrijfsleider (wij hebben een glastuinbouwbedrijf gehad), een Marokkaan. In 2009 zijn wij gestopt met actief tuinen, maar met Ahmed hebben we nog steeds contact. Voor mij telt het niet welke nationaliteit iemand in zijn of haar paspoort heeft staan, als mensen in hun wezen goed zijn en in onze samenleving mee willen doen, zijn het goede mensen.’ Ze voegt eraan toe: ‘Ik hoop niet dat je begrepen hebt dat ik PVV ga stemmen. Als ik dat al overwogen had, dan zijn de Amerikaanse toestanden voldoende om mij terug te fluiten. Ik heb jaren VVD gestemd, deze keer zal het, denk ik, 50 Plus worden.’

‘Ik heb geen goed nieuws voor je,’ schrijft een lezer uit het Limbrichterveld in Sittard. Hij heeft zich in de bewonerscommissie sterk gemaakt voor een fatsoenlijke renovatie van de buurt. ‘Bij mij achterom wonen alleen Limburgers die in de Jumbo al hun neus ophalen voor het kleurrijke personeel,’ schrijft hij. Op het koffieterrasje hoort hij hoe de mensen praten: ‘Dat het steeds erger wordt en hoog tijd dat er iets gaat gebeuren.’ En: ‘Weet je, die doen toch allemaal wat ze willen.’ Van Wilders en Trump liggen ze niet wakker, schrijft hij. ‘Het heersende gevoel is: die jongens verdienen een kans, laat hen het maar eens proberen.’

Hij heeft moeite met de slachtofferrol die lager opgeleide mensen wordt toebedeeld. ‘Mij baart de verontrustende onverschilligheid grote zorgen,’ schrijft hij. ‘Ik vind dat de ‘gewone mensen’ die jij bedoelt ook bekritiseerd moeten worden.’

 

 

 

 

 

Reageer

Limburger, kom uit je bubbel

De Limburger 15 februari 2017

 

‘De vraag is niet: wie zijn wij? De vraag is: wie willen we zijn.’ Aldus NRC-columnist Bas Heijne in Staat van Nederland, zijn pleidooi in de aanloop naar de verkiezingen. Heijne pleit in zijn boekje voor een nieuw engagement, voor een streven van politici en burgers om verder te kijken dan de partijprogramma’s en in debat te gaan met mensen buiten je eigen groep, je eigen bubble.

Nu de verkiezingen naderen zou ik de vraag van Heijne op Limburg willen betrekken. De vraag is niet: wie of wat is Limburg(s)? De vraag is: wie of wat willen we als Limburgers zijn? Toen ik zelf, Heerlenaar, na vijfentwintig jaar omzwervingen in de Randstad, Afrika en China vier jaar geleden neerstreek in Maastricht, kwam ik terecht in een veel opener, internationaler en zelfbewuster Limburg dan ik verwachtte. Ik geef les aan internationale studenten, mijn kapper is Roemeens, die van mijn eega Syrisch, bij de Albert Heijn om de hoek wordt in het Engels en Duits gekletst en van de nieuwe vrienden en kennissen die ik heb gekregen spreekt een deel Engels of met een harde g. In overleg, valt me op, laten mensen hun stem gelden en geven unverfroren hun visie of mening.

Maar wat zegt dit eigenlijk? Dit zegt toch vooral dat ik een goed opgeleide kosmopoliet ben die zich begeeft in kringen van gelijkgezinden. In Mariaberg zul je me niet snel tegenkomen, noch op de Heerlerbaan of in Venlo-Noord. De nieuwe, 21ste eeuwse Limburger bestaat dus niet; ‘de’ Limburger heeft wat mij betreft nooit bestaan. Dat er een vastomlijnde Limburgse identiteit zou zijn die Limburgers samenbrengt, verenigt, is niet alleen een illusie, maar vooral nogal onvruchtbaar. Beter lijkt het me om een voorstel te doen voor wat we nastreven in Limburg. Hoe creëren we een bedding waarin iedereen zich gezien voelt? Want dat er grote groepen zijn die zich ongezien weten, miskend voelen, hoef ik niemand te vertellen. Wat gaat dit betekenen? Gaan we straks opnieuw het voortouw nemen in de PVV-stem, zoals in 2010, toen een op de vier Limburgers op Wilders stemde?

Op miskenning – een karakteristiek die direct is terug te leiden tot de geschiedenis van de provincie – hebben Limburgers allang geen patent meer. ‘Steeds meer mensen,’ schrijft Heijne in Staat van Nederland, ‘met heel verschillende achtergronden hebben het gevoel dat ze door de samenleving niet als volwaardig worden gezien, dat ze niet echt mee mogen doen, of dat er op hen wordt neergekeken.’ Het stemrecht, partijprogramma’s gaan daar geen verandering in brengen. Wat dan wel?

Vorig jaar liep er rond deze tijd in Maastricht een opmerkelijk project: Common Carnaval, een tijdelijke carnavalsvereniging, opgericht om nieuwkomers in de stad, van studenten tot vluchtelingen, actief te verbinden met bewoners. Er vond onder meer een ontmoeting plaats tussen vluchtelingen uit de ‘Raad van Elf’, onder wie de Syrische Prins Ali, en leden van Buurttheater Mariaberg. Over en weer werden de gevoelens op tafel gelegd, werd het hart gelucht – van de werkloosheid en armoede in Mariaberg en de argwaan tegen asielzoekers tot de angst van vluchtelingen om voor crimineel te worden aangezien. Zoals een van de leden van het Buurttheater opmerkte: ‘Je spreekt elkaar niet, he? Wij worden gebombardeerd met negatieve beelden van asielzoekers, maar we zien nu dat het gewone mensen zijn.’

Het antwoord ligt in ontmoetingen met mensen voor wie je angst, afkeer voelt. Mensen die anders denken dan jijzelf. Dat vraagt inlevingsvermogen en moed, meer moed dan ‘zeggen waar het op staat’. Ik stel voor dat iedereen voor 15 maart zorgt voor een ontmoeting met iemand die je totaal niet ziet zitten, met wie je het volslagen oneens bent. Praat met iemand die alle politici zakkenvullers vindt en al jaren niet meer stemt. Zoek een bijeenkomst op van (oud)vluchtelingen en informeer naar de toekomstplannen van een Syrische jongere. Loop naar een groepje jongeren in een wijk waar je nog nooit geweest bent en vraag eens naar hun dromen. We hebben nog een paar weken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

« Vorige pagina « Vorige pagina Volgende items »