Archief voor oktober, 2009

Indrukwekkende discipline en grote rotzooi

6o Jaar Volksrepubliek China

Het Plein van de Hemelse Vrede in Peking op 1 oktober: 100.000 mensen die meededen aan de groepsformaties, 80.000 kinderen die achtergrondpatronen vormden, een orkest van 3000 man, 5000 kinderen die ballonnen en duiven loslieten – in China zijn alleen al de getallen altijd zo duizelingwekkend dat het je bevattingsvermogen te boven gaat.
En al die mensen voeren zo gedisciplineerd en uniform opdrachten uit dat er een geheel ontstaat dat je de individuen doet vergeten.
Behalve als je de individuen op een foto van dichtbij ziet: de meisjes van de damesmilitia bijvoorbeeld – rode jurkjes tot boven de knie, witte laarzen en witte baretten, een klein automatisch geweer tegen de borst gedrukt – die op de millimeter nauwkeurig dezelfde stap vooruit zetten. De meisjes moeten niet alleen zijn geselecteerd op lengtemaat (ze zijn allemaal even lang), maar ook op taille en borstcup – anders gaat zo’n uniform beeld niet lukken. Alsof je naar barbiepoppen op een rij kijkt.

De bekende Chinese filmmaker Zhang Yimou, die de opening van de Olympische Spelen in Peking regisseerde, zei het al eerder: ‘Onze uitvoeringen zijn nummer twee in de wereld. Nummer een is Noord-Korea. Hun uitvoeringen zijn zo uniform! Dit soort uniformiteit brengt schoonheid. Wij Chinezen kunnen dat ook, na harde training en stricte discipline.’

Ondertussen gebruikten de mensen in Shanghai hun vrije dag om eens te gaan shoppen.
In Xujiahui bijvoorbeeld, in het gebouw dat bekend staat als de ‘glazen bol’, een rond gebouw van glas dat in de avond spectaculair verlicht is. In dit gebouw vind je alle mogelijke elektronica die maar denkbaar is, vers van de Toshiba-, Samsung-, en Apple-fabrieken en inclusief alle namaak en software-piraterij.

Ik moest zelf even op de achtste verdieping zijn. Bij de liften op de begane grond stonden twee enorme rijen, dus ik besloot de trap te nemen. Maar de doorsnee Chinees neemt geen trap (ook in de metrotunnels zie je mensen zelden de trap nemen, ook al is het wachten en dringen bij de roltrap), dus het was even zoeken voordat ik de trap gevonden had.

Op de tweede verdieping bleek er geen trap naar de derde verdieping te zijn. Althans, de trap hield op. Ik verliet het trappenhuis en liep de gang in. Ik kwam terecht in een rommelig doolhof van werkplaatsen en kantoortjes. Na her en der vragen vond ik de volgende trap. Op de vierde en zesde verdieping hetzelfde verhaal. Telkens een nieuwe zoektocht naar de volgende trap in de ‘glazen bol’, de landmark van Xujiahui.
Je moest er niet aan denken dat hier brand uitbrak.
Hoe hoger ik kwam, hoe groter de rotzooi werd op de trappen.
Er zat personeel te lunchen, de wegwerpbakjes werden ter plaatse de trap afgesmeten.
Er lagen mensen te slapen. Stukken karton dienden als matras, die werden achtergelaten zodra iemand z’n tukje gedaan had,
De trap werd benut als opslagruimte: 20-liter flessen drinkwater, op elkaar gestapelde dozen, piepschuim.

Als de trap van iedereen is, is-ie van niemand.
Als je als individu niet verantwoordelijk gehouden wordt voor de openbare ruimte, hoef je je er ook niet om te bekommeren. Bovendien: niemand die het ziet (alleen degene die de trap neemt, en welke klant neemt er nou de trap?)
Dat is óók de erfenis van 60 jaar gedicteerde discipline en uniformiteit.

Reageer