Archief voor Uncategorized

De valkuil van leuke stukjes

De Limburger, 10 augustus 2018

Toen ik in China woonde, zette ik mijn achtjarige dochter op de internationale afdeling van een Chinese school. Geweldig: ze zou vaardig worden in twee wereldtalen. In de loop van het schooljaar bleek hoe ver de ambities van Chinese en andere Aziatische (Koreaanse, Japanse) moeders reikten. Luid protesterend stonden ze ’s middags voor de schoolpoort: hun kinderen kregen te weinig huiswerk en te weinig toetsen. Het niveau van de lessen moest hoger, hun kinderen moesten harder werken.

Na een jaar vond ik de prestatiedruk welletjes en zocht een andere school: mijn dochter was acht, geen achttien. Een paar Aziatische moeders gaven me gelijk. Maar: ik kon me die luxe permitteren, zij niet. ‘Wij zijn hier met meer dan een miljard mensen! Je moét hier ambitieus zijn!’ En: ‘Wij hebben maar één kind! Dat moét het beste uit zichzelf halen!’ Ik deed mijn dochter op een Amerikaanse internationale school, waar aan het eind van het schooljaar telkens certificaten werden uitgereikt aan leerlingen die in bepaalde vakken uitblonken. Wie stonden er elk jaar op het podium? Aziatische en westerse meisjes en Aziatische jongens. De decaan van de school stootte me aan: ‘kijk, de toekomst.’

Ik moest aan dit alles denken toen ik bij terugkeer van vakantie las dat de websites van het AD en deze krant te haastig waren geweest met een ‘lekkere’ kop boven een artikel over een marktonderzoek, uitgevoerd in opdracht van een uitzendbureau: ‘Bijna driekwart van jonge mannen wil geen vrouw als baas’. Website Nieuwscheckers, factcheckers van de opleiding Journalistiek & Nieuwe Media van de Universiteit Leiden, hield het persbericht tegen het licht. Conclusie: de kop is volstrekt onjuist en ook bij het onderzoek zelf zijn vraagtekens te plaatsen.

Gelukkig dat er tegenwoordig steeds meer feitencontroleurs actief zijn. Tendentieus nieuws is aan de orde van de dag, je hoeft het maar op te rapen. Maar doe je er als kwaliteitskrant je lezers een plezier mee? Je hoopt dat redacties er serieus lering uit trekken: onderzoeken van pr-bureaus schreeuwen om een eigen check. ‘Leuke stukjes’ zijn een valkuil voor de journalistiek: ze gaan met je op de loop.

Want wat doe je eigenlijk als je zo’n fout persbericht overneemt? Dan ben je als nieuwsmedium bezig angsten bloot te leggen die er helemaal niet zijn. In het artikel noemde de directeur van het uitzendbureau de uitkomsten ‘verrassend’. Hij zei: ‘Dat de jonge generatie er zo over denkt, was iets dat ik niet had verwacht.’ Maar dat blijkt dus flauwekul. Niet alleen de kop is kwalijk, het persbericht zelf hangt aan een aanname die niet klopt. De meeste mannen maakt het namelijk niet uit wie hun baas is, zo blijkt.

Je vraagt je af of er bij zo’n pr-bureau zelf een latente angst leeft voor de opkomst van vrouwen als baas? Het is inmiddels duidelijk dat het aantal goed opgeleide vrouwen en niet-westerse mannen dat dingt naar banen in een geglobaliseerde wereld enorm is toegenomen in de laatste twintig jaar. De westerse man stond altijd vanzelfsprekend aan de top van de pikorde. No more. Dat is even wennen.

Ik vrees dat de valkuil van het ‘leuke stukje’ dat met jezelf op de loop gaat, plus een vleug sluimerende angst voor een zwangere vakvrouw, de oorzaak was van het stukje van Ruud Maas waarover deze week ophef ontstond. Maas vond in deze krant de zwangere Jinek ‘niet meer representatief’, ze zat ze erbij ‘alsof ze op camping De Zwetende Otter zat’. Tja, ik kan me er iets bij voorstellen: als vrouwen ook hoogzwanger goed presteren, wat blijft er dan over van de doorsnee man?

 

 

 

 

 

Reageer

Wie verlicht de angsten?

De Limburger, 27 juli 2018

Precies een week nadat minister Blok zijn ‘prikkelende’ speech afstak, gaf Obama een lezing in Johannesburg, ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Nelson Mandela. Ja, onvergelijkbare grootheden – maar intussen is de halve wereld over Bloks woorden gevallen: van Suriname via het Oostblok tot Singapore en Australië. De Volkskrant sprak van een ‘proefballon’ van Blok: mogelijk wilde de VVD kijken hoe zijn woorden zouden vallen. Als de ontvangst negatief was, kon Blok altijd nog snel excuses maken. De gedachte erachter: de samenleving schuift naar rechts op, dus de VVD moet meeschuiven. De tactiek: inspelen op gevoelens van angst. ‘Diep in onze genen zit dat we een overzichtelijke groep willen hebben…’ (Blok).

Dan Obama. Hij schetst hoe grote groepen mensen hun oor laten hangen naar populistische partijen, bewegingen en leiders, omdat ze zich niet langer vertegenwoordigd voelen. Ze worstelen met het behoud van een baan en een betaalbare woning, hun vertrouwde omgeving is veranderd, hun sociale verbanden zijn verkruimeld. Partijen azen op hun stem, als haaien op een gewonde, gebruikmakend van een politiek van angst en rancune. Die partijen groeien. Moet je daarom zeggen: de idealen van Mandela waren naïef en misleidend? Of blijf je geloven in een multiraciale democratie, in internationale samenwerking? Bied je hoop, vooruitzichten, of bevestig je de wanhoop en blaas je de angsten aan? Het is de verantwoordelijkheid van regeringen en elites om de angsten van mensen te verlichten. Aldus Obama.

Wie neemt die verantwoordelijkheid? Dat is een van de belangrijke vragen in het indringende relaas van de Franse filosoof Didier Eribon, die in zijn boek Terug naar Reims vertelt over het arbeidersmilieu dat hij als student beschaamd de rug had toegekeerd. Eribon was de eerste in zijn familie die naar het voortgezet onderwijs ging. Stoppen met school na lager onderwijs was normaal. ‘Doorleren’ was voor anderen, kinderen die dat ‘leuk’ vonden. Arbeiderskinderen ‘hielden niet van leren’ en gingen veel liever werken.

In het gezin Eribon weerspiegelt zich het drama van de gemarginaliseerde Europese burger. Vader en moeder Eribon werkten beide in een fabriek en voelden een zekere trots tot de arbeidersklasse te behoren, tot een georganiseerde groep, een klasse met mondige woordvoerders. Ze waren lid van de Communistische Partij. Communistisch zijn, schrijft Eribon, was puur pragmatisch gericht op protest tegen de zware werkomstandigheden, en had niets te maken met een verlangen naar een communistisch regime. ‘De Partij’ bood saamhorigheid, een levensvervulling. Thuis, vertelt Eribon, bestond de wereld uit twee kampen: degenen die voor de arbeider waren, ‘ons’, en degenen die tegen de arbeider waren, ‘hen’.

Wie vervult nu de rol die ‘de Partij’ toen innam?, vraagt Eribon zich af. ‘Op wie kunnen ze zich beroepen, op wie kunnen ze bouwen om hun politieke voortbestaan en culturele identiteit te garanderen?’ Thuis, schrijft Eribon verder, was er een primaire afkeer van rechts en extreem-rechts. Tegelijkertijd heerste er een diepgeworteld racisme in communistische arbeiderskringen. Sterker, wat er dagelijks thuis werd besproken stond niet zo ver af van het huidige extreemrechtse gedachtegoed: immigranten terugsturen, sociale uitkeringen beperken tot autochtone Fransen, de doodstraf weer instellen etc. Toen de buurt waarin zijn ouders woonden eind jaren zeventig in meerderheid Noord-Afrikaans was geworden, voelden ze zich verweesd en onveilig. ‘Frans zijn’ werd het centrale element en verving eigenschappen als ‘arbeider zijn’ of ‘links zijn’ – Eribons ouders werden Front National-stemmers.

Eribon werpt een belangrijke vraag op: als je wilt onderzoeken waarom de volksklassen rechts stemmen, moet je je eerst afvragen of de aanname wel klopt dat ze van nature allemaal links stemden. Als het gaat om het verlichten van hun angsten hebben rechtse partijen als de VVD dus een even grote verantwoordelijkheid als linkse.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

Wie veegt, ordent zijn gedachten

De Limburger, 13 juli 2018

De vakantietijd is aangebroken. In krantenland vaak het moment van correspondentenwissels en komkommerverhalen. Mooi: verhalen van afzwaaiende correspondenten. Nog een fraaie, wat weemoedige terugblik. Nog een lang, laatste verhaal. Vaak een verhaal dat niet in de actualiteit paste en waarvoor nu – de komkommertijd breekt aan (een bizar fenomeen: alsof de wereld stil zou staan) – eindelijk ruimte is. In NRC nam Guus Valk als Amerika-correspondent afscheid met een reisverhaal naar plekken in Arizona, waar Amerikanen zich hebben teruggetrokken uit de samenleving en hun eigen utopia creëren.

Valk koos niet voor niks Arizona, het uitgestrekte woestijngebied waar vrijwel geen overheidsbemoeienis is. Hij ging er op zoek naar mensen die nog een Amerikaanse droom koesteren – hij was ze nauwelijks tegengekomen in zijn jaren als correspondent. ‘Vrijwel alle Amerikanen die ik de afgelopen zeven jaar als correspondent sprak, zijn ontevreden over hun land, en over hun eigen leven.’ Dus op naar Arizona, een staat vol soevereine eenlingen die zich, zoals Valk mooi schrijft, ‘vestigden in een camper of afgelegen hutje, off the grid, meestal zonder elektriciteit en stromend water’.

Hij komt terecht in Arcosanti, waar zo’n honderd mensen wonen in futuristische appartementen, ooit bedacht door een Italiaanse architect en migrant met utopische idealen. Iedereen in Arcosanti heeft werk, van wc’s poetsen tot koken en toeristen rondleiden, en verdient tien euro per uur. Er wonen studenten die hun studie niet meer kunnen betalen en Amerikanen die het politieke klimaat zat zijn, zoals een oud-hoogleraar architectuur uit Boston die zijn land wilde ontvluchten.

Valk landt ook in het plaatsje Snowflake, het utopia voor mensen die zeggen dat ze ziek zijn geworden van het Amerikaanse leven: door straling van telefoons, internet, bestrijdingsmiddelen, kleren, elektriciteit. Onder hun ziekte liggen privéproblemen: schulden, ontslag. Ze hebben een diep wantrouwen tegen de overheid en de mainstream media, lopen bewapend rond, geloven in complottheorieën. Valk tekent op: ‘In Snowflake leeft John Russin met enkele tientallen lotgenoten. Een buurman is allergisch voor computers, wifi en inkt. E-mails laat hij printen en 24 uur drogen. Hij schrijft alleen handgeschreven brieven terug.’

Prachtig, zo’n verhaal. Het vertelt veel over Amerika en laat zien dat ‘kleine’ verhalen belangrijk zijn: de problemen van een land teruggebracht tot de menselijke maat. Het radioprogramma Bureau Buitenland van de VPRO heeft een rubriek waarin een correspondent een geluid laat horen dat veelzeggend is voor het land. De verslaggever in Zuid-Korea liet de klanken van brekend porselein horen: als onderdeel van een therapie mogen gestreste cliënten drie minuten lang bordjes kapot smijten. De Koreaanse prestatiesamenleving teruggebracht tot een geluid.

Welk geluid zou ik vanuit Maastricht laten horen?, vroeg ik me af. Ik denk het gejengel van de blad- en vuilblazers in de vroege ochtend in het centrum van de stad. Gasten die aan het Vrijthof logeren, worden in alle vroegte uit hun slaap gerukt door het borende gejemerieer van blazers die in oneindige verveling papier, bladeren en plastic lopen weg te tetteren. Met hun bolle koptelefoons en vooruitgestoken blaasattribuut zijn het net grote muggen, aanwezig om de mens gek te maken. Sjiek en sjoen in een geluid vervat.

De gemeente stuurt nu accublazers in plaats van benzineblazers. Maar waarom kan er niet gewoon geveegd worden? Een komkommerverhaaltje: ik heb in een land gewoond waar ik elke ochtend gewekt werd door het zanderige, ritmische geschuif van de strobezem. Als ik in Johannesburg dat geluid hoorde, wist ik dat de dag goed begonnen was – degene die de bezem hanteerde, leefde nog. En dat was al heel wat in een land getergd door alledaags geweld. Het is een hoopvol geluid. Wie veegt, ordent zijn gedachten en is klaar om de dag te omarmen.

 

 

 

 

 

 

Reageer

De media zijn wij zelf

De Limburger, 28 juni 2018

‘Je kunt ons niet verantwoordelijk houden voor dingen die we creatief in ons hoofd bedenken,’ zei Denk-fractievoorzitter Farid Azarkan ter verdediging van hun nepadvertentie. Denk had die vorig jaar willen plaatsen als onderdeel van hun campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen. Azarkan zelf was toen campagneleider. De nepreclame bestond uit de leus ‘Na maart gaan we Nederland zuiveren’, met een beeld van Geert Wilders en het logo van de PVV. De advertentie werd getest op een aantal buitenlandse websites, maar niet doorgezet. Het was een proefballonnetje, een Denk-exercitie.

Wel een exercitie die in een paar landen, waaronder Duitsland, intussen een paar duizend keer bekeken was op Facebook. Bij Jinek werd de Denk-voorman daarover onder vuur genomen. Ze hadden willen laten zien, zei Azarkan, dat Wilders ‘steeds verder gaat’, maar uiteindelijk vonden ze de advertentie ‘te ver’ gaan. Ze hadden er vanaf gezien, dus wat was eigenlijk nog het probleem?

Verbijsterend, dat het bekokstoven van nepnieuws an sich blijkbaar geen probleem was. Dat het campagneteam met z’n allen informatie zat te vervalsen, was ondergeschikt aan de politieke afweging dat de advertentie inhoudelijk over het randje was.

Hoe wapenen we ons tegen nepnieuws? In café Zu Hause in Aken organiseerde het Duitse platform voor onderzoeksjournalistiek Correctiv onlangs een avond over dit onderwerp. Voor Correctiv werken twintig journalisten, onder wie drie ‘correctoren’ oftewel factcheckers. Een van die drie, Cristina Helberg, gaf een paar staaltjes nepnieuws die de meesten van ons nooit zullen bereiken, omdat we niet tot de doelgroep behoren.

Zo was er in de aanloop naar de Duitse verkiezingen vorig jaar een bericht over de leider van de SPD, Martin Schulz: ‘Onder het tapijt geveegd: Vader van SPD-kandidaat Martin Schulz liquideerde mensen in concentratiekamp Mauthausen.’ Het nepbericht van onduidelijke herkomst was volgens Helberg gericht gestuurd naar arbeiders in Noord-Rijn Westfalen, bedoeld om de SPD in een kwaad daglicht te zetten en wantrouwen in de democratie te voeden. Helberg vond het bericht op Facebook doordat ze wist binnen te komen in een ‘Zielgruppe’.

Naast zulke rauwe, gefabriceerde berichten zijn er een hoop andere manieren van beïnvloeding die niet zo makkelijk te herkennen zijn, zoals gegoochel met cijfers en vertaalde berichten van media uit het buitenland die, als je de taal niet beheerst, lastig te verifiëren zijn in de oorspronkelijke bron. Transparantie in de journalistiek is meer dan ooit nodig, benadrukte Helberg. Accurate journalistiek kost heel veel tijd. ‘Checken, checken, checken.’

Veel lastiger zijn de valse berichten, gebaseerd op geruchten. Helberg noemde een vals Facebook-bericht dat in Duitsland duizenden keren werd gedeeld: ‘Vanwege ramadan lustrumviering van school verplaatst’. Helberg probeerde de betreffende school te bereiken, maar de schoolleider was zo overspoeld door telefoontjes en berichtjes dat hij de telefoon niet meer opnam. En wat te doen met de talloze tendentieuze, gefotoshopte of uit de context gerukte filmpjes en foto’s die mensen met elkaar delen?

Dergelijke tendentieuze berichten creëren een klimaat, waar we allemaal verantwoordelijkheid voor dragen. Zijn we ons daar voldoende bewust van? Zijn we mediawijs genoeg? Snappen we dat het geld kost om iets uit te zoeken, om cijfers en feiten helder te krijgen? Als factchecker, zei Helberg tot slot in Aken, gunt ze iedereen het boek The Influencing Machine van de Amerikaanse radiomaker Brooke Gladstone.

In dit stripboek verwerpt Gladstone het idee van ‘de media’ als een soort externe kracht die ons manipuleert. Nee, de media zijn een spiegel die onze maatschappelijke en morele overtuigingen reflecteert. We krijgen de media die we verdienen. Als politici nepnieuws gaan maken, hopen we dat er journalisten zijn die dat boven tafel krijgen. En als niemand meer voor journalistiek wil betalen, zegeviert de leugen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

De rommel van rechts

De Limburger, 14 juni 2018

Groot buitenlands nieuws vorige week. Van Le Figaro en The Washington Post tot de Indian Express: Rutte stal de show door zelf de koffie op te dweilen die hij had geknoeid. De Nederlandse gelijkheid! Maar hier kwam Rutte die dag met heel ander geknoei in het nieuws: de dividendbelasting. Alweer.

Onderzoeksplatform Follow the Money toonde aan dat door Shell gefinancierd onderzoek aan de basis stond van de afschaffing van de dividendbelasting. Het vreemde is: de VVD heeft nooit met een wetenschappelijk stuk gezwaaid om de afschaffing te beargumenteren. Dijkhoff sprak van ‘een gok’, Rutte zelf ‘voelde in al zijn vezels’ dat het een goed plan was. Dat gebrek aan onderbouwing was voor de oppositie nou net de grote frustratie. Nu weten we dat die onderbouwing er dus wél was. Alleen: die werd door Shell betaald; Shell was samen met VNO-NCW, Unilever, Akzo Nobel, Philips en DSM opdrachtgever. Geen wonder dat Rutte liever zei dat-ie op z’n onderbuikgevoel afging.

‘Dit gaat over de democratie,’ reageerde Groen-Links voorman Jesse Klaver terecht. ‘Wie is de baas in Nederland?,’ vroeg hij zich af. Goeie vraag. Steeds minder de Nederlandse burgers. Lobbyisme van multinationals is zo invloedrijk geworden dat belastinginkomsten uit winst van deze grootbedrijven al dertig jaar teruglopen, een wereldwijde trend. Het is een race naar de bodem en Nederland loopt daarin voorop. De prijs wordt betaald door het midden- en kleinbedrijf: stijgende sociale premies, verhoging van de btw. En door ons allemaal: de koopkracht gaat vrijwel niet vooruit en elk jaar gaat er minder geld naar de schatkist, elk jaar dus minder geld voor publieke voorzieningen, voor onderwijs, politie, rechtspraak.

Die dividendbelasting ligt inmiddels als een steen op de maag van Rutte en zijn coalitie. Coalitiegenoot Gert-Jan Seegers van de Christen-Unie sprak op de radio van een ‘meloen’ die hij moest doorslikken, omdat een coalitie nu eenmaal offers vraagt. Die meloen ligt hem zwaar op de maag. Seegers heeft daarom de strijd met het neoliberalisme aangebonden; hij waarschuwde verleden week dat we ‘dansen op een vulkaan’: banen zijn onzeker, huizen zijn onzeker, inkomens zijn onzeker. Hij wil een rechtvaardiger belastingstelsel en meer zeggenschap voor burgers. ‘Wat we nodig hebben is nieuwe zekerheid.’

Een dappere zet van Seegers. ‘Nieuwe zekerheid’ zou in de komende jaren weleens een sleutelterm kunnen worden. Links wordt verweten geen nieuwe ideeën te hebben voor het tackelen van de groeiende sociale ongelijkheid die leidt tot afnemende solidariteit, polarisering en wantrouwen in de politiek – gevolgen die desastreus zijn voor de democratie. Maar welke ideeën heeft rechts? De partij voor de hardwerkende ondernemer heeft een oneerlijke concurrentie gecreëerd tussen grote en kleinere bedrijven. Wat gaat ze daaraan doen? Wat een valse triomf om, zoals VVD-kopman Dijkhoff deed, zelfingenomen te roepen dat ‘we gewonnen hebben’. De problemen zijn niet rechts of links. Ze gaan iedereen aan. Kom eens met frisse ideeën, zou ik zeggen.

De Correspondent kwam laatst met een idee: ‘de basiszekerheid’, als opvolger van het basisinkomen, waar teveel haken en ogen aan zitten. De basiszekerheid komt neer op een negatieve inkomstenbelasting. Mensen die onder de armoedegrens zakken – de helft van de armen in Nederland heeft gewoon een baan – hoeven geen belasting te betalen en krijgen zonodig geld erbij. Zo blijft werken lonen en wordt bestaanszekerheid gegarandeerd.

Trouwens, dat een dweilende Rutte internationaal in het nieuws kwam, komt niet door zijn streven naar gelijkheid, maar omdat hij internationaal in the picture is. In Europese kringen wordt hij gezien als de topkandidaat om Donald Tusk op te volgen als voorzitter van de Europese Raad. De rommel die hij achterlaat, mogen wij hier dan zelf opruimen.

 

 

 

 

Reageer

Burgemeester Van Grunsven in het Maankwartier

De Limburger, 31 mei 2018

Wat zou burgemeester Van Grunsven van het Maankwartier gevonden hebben?, vroeg ik me af toen ik vorige week over het Maanplein wandelde. Het Maankwartier is de nieuwe stationswijk van Heerlen, waaraan sinds 2012 gewerkt wordt. Idee en ontwerp zijn van kunstenaar Michel Huisman, de regerende SP zette er haar handtekening onder en sindsdien verkeren Heerlenaren tussen hoop en vrees: gewaagd bouwkundig kunstwerk of megalomaan waanzinkwartier? Grandioos visitekaartje van het hernieuwde Heerlen of suïcidaal vastgoedproject?

Marcel van Grunsven was vijfendertig jaar lang burgemeester van Heerlen, van 1929 tot 1962. Al in de jaren direct na de oorlog wilde hij een nieuw station voor Heerlen. Het oude station uit 1913 paste totaal niet meer bij de moderne hoofdstad van de Mijnstreek, vond hij. Van Grunsven was een man met een missie, wat heet, hij was geobsedeerd door het beeld van Heerlen als stad van de toekomst, zo blijkt uit het prachtige boek Moderne Tijden van Joos Philippens.

Al vroeg wist Van Grunsven: een jonge industriële stad als Heerlen, met zoveel mensen uit verschillende windhoeken, kon niet anders dan de vlucht naar voren nemen. De eyeopener kwam toen hij in Stuttgart de Weissenhofsiedlung bezocht, een modelwijk ontworpen door zeventien Europese architecten onder artistieke leiding van Mies van der Rohe, pioneer van het Nieuwe Bouwen. Daar in Stuttgart zag hij de toekomst van het moderne, stedelijke wonen voor de gewone man: licht, modern, nieuw.

De burgemeester wist wat hem te doen stond: de anti-stad Heerlen, met zijn verstrooide, donkere mijnkoloniën op afstand van de stad, moest tot een licht en strak geheel gesmeed worden. Een stad met lijnen en ruimte, Amerikaans, met grootsteedse hoog- en laagbouw en een winkelcentrum aan de rand, waar de arbeider in de toekomst zijn eigen auto kon parkeren. Hij ging hoofdaalmoezenier Poels, de invloedrijke geestelijk vader der mijnwerkers die zijn kinderen graag kleinhield, schaakmat zetten. Hij ging de Heerlense mens optillen en verlichten.

Hé, daar komt-ie! Van Grunsven arriveert aan de noordkant van het Maankwartier en is verheugd: een monumentale toegang met strakke trappen. Op het Maanplein: hoge ramen, ruime balkons. Dat het spoor overwonnen kan worden en een bebouwde plaat de zuidkant van de stad straks verbindt met het stadsdeel aan de overkant ervaart hij als een huzarenstuk. Hij denkt terug aan het Retraitehuis op de Molenberg: onmogelijk, hadden de ingenieurs van Oranje-Nassau gezegd, er liggen mijngangen onder, het gebouw zal instorten. Maar architect Peutz had er iets op bedacht: een staalskelet, losse dragende kolommen en bewegende buitenmuren.

Van Grunsven is nieuwsgierig geworden naar dat stadsdeel aan de overkant. Hij loopt de trap af en is verrast: niet alleen Europeanen komen nu naar Heerlen, maar ook mensen uit Afrika en Azië. Hij ziet ze staan bij de bushaltes op de Spoorsingel. De Spoorsingel! Als door de bliksem getroffen blijft hij staan: het legendarische, strakwitte gebouw van Touringcar en Hotel White Cars is zwart geschilderd. Zwart! Hij spreekt er meteen, nogal autoritair, een man over aan bij de bushalte. Deze mompelt het woord ‘urban’. Urban! Maar dat is het woord waar hij voor gevochten had: urbane architectuur! Hoe kon zwart urbaan zijn?

Verward loopt hij naar een winkel, de Jumbo, waar hij De Limburger koopt. De Oostelijke Mijnstreek, leest hij, kleurt donkerrood op een kaart van problematische schulden: armoede, achterstand, psychische problemen, stress. Wat is er gebeurd? Had hij niet al in 1929 gezegd dat Heerlen op een tijdbom zat? Hij was op zoek gegaan naar nieuwe industrieën, maar de directie van Oranje-Nassau had hem tegengewerkt. Hij wandelt het Maankwartier uit. Om de hoek staat een bord: Brightlands Smart Services Campus. Zou dat de toekomst van Heerlen zijn?

 

 

 

Reageer

Dag rijke roomse kerk

De Limburger, 17 mei 2018

Dat nou net de hoogste rooms-katholieke leider uit Néderland roept dat paus Franciscus een dwaallicht is, ja dat met hem de antichrist lijkt binnengehaald. Is het tot kardinaal Eijk doorgedrongen dat in dit land bijna geen mens meer naar de kerk gaat? Volgens cijfers uit 2016 van de rk-kerk zelf staan er 3.832.000 mensen ingeschreven als katholiek. Daarvan gaan circa 170.000 mensen één keer per maand naar de kerk. Er waren 21.000 katholieke kerkelijke uitvaarten en 12.000 doopsels. Tel uit je winst. Ga op zondag naar een willekeurige kerk en je ziet een handvol ouderen boven de zeventig en een paar mensen van kleur, voor wie katholiek-zijn nog een religieuze betekenis heeft. Het overgrote deel van de rooms-katholieken is cultureel-katholiek: naar de kerk met kerst en Pasen en soms voor een kind dat gedoopt wordt of de eerste communie doet.

De NOS had een item over het dalend aantal communicantjes in Zuid-Limburg. Als je geluk hebt, doet de helft van een schoolklas mee, zei een pastoraal werker. Een vader van een communicantje sprak van ‘een mooie traditie’. Kwam hij volgende zondag weer naar de mis? Hij schudde schuldbewust zijn hoofd. De pastoor kwam uit India: niet alleen gelovigen komen niet meer, ook het grondpersoneel, zoals schrijver Gerard Reve de dienaars van de kerk noemde, is in Nederland steeds moeilijker te vinden.

De bisdommen in Nederland zitten dan ook al jaren in de rode cijfers. Er wordt ingeteerd op het vermogen, toch nog een slordige 85 miljoen. Dus wordt er gereorganiseerd, bezuinigd en gefuseerd. Een groot deel van de kerken moet dicht. De vraag is dus: welk publiek heeft Eijk in gedachten als hij paus Franciscus verwijt dat hij de toekomst van de kerk op het spel zet door menselijkheid toe te laten? Niet de Nederlandse katholieken in elk geval. Die worden nu, na alle misbruikschandalen, over het randje geduwd: de katholieke kerk is er voor de kerk, niet voor de gelovigen.

Die kerk is de rijkste multinational ter wereld. Kardinaal Eijk koos ervoor zijn felle aanval op Franciscus op een Amerikaanse en een Italiaanse katholieke website te publiceren. De VS is de grootste geldschieter van de katholieke kerk; de Amerikaanse katholieke kerk is goed voor 60 procent van haar wereldwijde rijkdom. Dan het Vaticaan. Dat heeft in de loop der tijden een miljardenvermogen opgebouwd uit vastgoed, aandelen, grondverkoop en pacht, huur, donaties, spaargeld en goud, en uit investeringen in alle mogelijke bedrijven en fondsen. Een speciaal, ondoorzichtig, vastgoedfonds binnen het Vaticaan beheert 680 miljoen euro aan vermogen, bleek in 2013, toen er ook aanwijzingen waren voor witwassen.

Dat vermogen moet binnen de familie blijven. Eijk spreekt fanatiek over ‘het bewaren van de eenheid van de katholieke kerk’. Geen wonder dat hij bang is voor het hellende vlak. Stel je voor: het begint bij de communie voor protestanten en het eindigt bij vrouwelijke priesters en priesters die willen trouwen! Daar komen dan kinderen van, en oei, kinderen zijn erfgenamen: daar gaat je vergaarde kapitaal.

Het treurige is dat de helft van alle Nederlanders aangeeft wel ‘religieus’ te zijn. Hun religieuze ervaringen halen ze uit popconcerten, meditatie, kunst of natuur. Terwijl het rooms-katholieke geloof, met een verering voor vrouwen als Maria en Maria Magdalena en menselijke heiligen als Franciscus van Assisi, spiritueel en esthetisch aantrekkelijk is. Zelf was ik op mijn veertiende vol van Franciscus, zoon van een rijke lakenkoopman. Onthutst door de uitgestoten melaatsen die hij op een dag had gezien, smeet hij de dure rollen stof uit het raam van zijn ouderlijk huis. Ik loop nog geregeld een katholieke kerk binnen, maar zodra een grondbediende begint te praten, ren ik naar buiten.

 

 

 

 

 

Reageer

Algemeen belang

De Limburger, 3 mei 2018

Afgelopen week rijd ik onverwacht met twee creatieve twintigers uit Rotterdam door de contreien van Genk. Het duo is op het terrein van C-Mine bezig met het installeren van een kunstwerk. C-Mine, een cultureel centrum met expositieruimtes, cinema, mijnmuseum en een

hogeschool voor beeldende kunsten, is ontstaan op het gruis van steenkoolmijn Winterslag. In 1900 was Genk een dorp van 3000 inwoners, omgeven door uitgestrekte bossen. Als er een jaar later steenkool wordt ontdekt, komen mensen van heinde en ver in de mijnen werken en de bevolking explodeert. In 1966 sluit de eerste van de drie mijnen. Men ziet de bui hangen. Genk weet Ford te lokken voor het bouwen van een fabriek. De locatie van de Ford-productie in Antwerpen is te klein geworden en Genk springt in het gat. In 1988 sluit de laatste mijn, maar gelukkig heeft men Ford nog.

In 2013 kwam Genk in het nieuws door harde acties van Ford-arbeiders. Walmende autobanden, brandjes, stopleggen van de productie. Het hoofdkantoor in de VS had aangekondigd dat het de fabriek ging sluiten. Hoewel de Genkse fabriek winst maakte, besloot men de productie naar Spanje te verplaatsen – beleggers drongen aan op winstmaximalisatie. ‘Radicalen verlammen Ford’, schreeuwde een krantenkop in januari 2013. Een van die ‘radicalen’ was Aicha El Hassani, een moderne Marokkaans-Limburgse, geboren en getogen in Genk. Ze was kwaliteitscontroleur bij een toeleveringsbedrijf dat dakbekleding maakte. Een half jaar eerder was ze voor het eerst naar Disneyland geweest. En nu dreigde werkloosheid. In december 2014 vielen bijna 6000 ontslagen.

Wat zou er met Aicha zijn gebeurd?, vraagt het creatieve duo op de achterbank zich hardop af, terwijl we het lege terrein van de Ford-fabriek oprijden, een uitgestrekte asfaltvlakte waar ooit de gloednieuwe Ford-Mondeo’s stonden te blinken. Genk is niet echt een vrolijk dorp, constateren ze. En het hippe C-Mine blijkt ineens een creatief eiland in een zee van rommelige woningbouw en roemloos groen. ‘Misschien is ze kunstenaar geworden,’ oppert een van de twee opgewekt. C-Mine heeft, aldus de eigen website, gezorgd voor 330 jobs in 42 creatieve bedrijven en organisaties. Ja, wie weet heeft Aicha geluk gehad en doet ze nu de technische controle van het interactieve mijnmuseum op het terrein. Het duo gaat na het uitstapje buiten hun bubbel verder met hun werk aan de lichtinstallatie. Het gaat om ‘Dune’, een werk van Daan Roosegaarde: een slingerpad van honderden LED-lampen die reageren op de bewegingen van bezoekers.

De kortstondige kennismaking met de verlaten Ford-fabriek maakt pijnlijk duidelijk dat hoogopgeleide, creatieve jongeren meer gemeen hebben met hun peers in andere, verre landen dan met jongeren uit een andere sociale omgeving in hun eigen land of regio. Vandaag wordt er een kunstinstallatie opgebouwd in Genk, morgen in Tokyo, Sydney of Helsinki. Hun taal is dezelfde: innovatie, experiment, diversiteit, duurzaamheid. Wereldburgers vinden elkaar in een verantwoordelijkheid voor de wereld: de plastic soep, de vluchtelingenkwestie. De werkzoekenden in Genk hebben op hun beurt meer gemeen met lotgenoten in Frankrijk, Duitsland en de VS. Zij zijn vooral bezig met het veiligstellen van hun toekomst: een baan, een huis, gezondheidszorg.

Van politici mag je verwachten dat ze wél bezig zijn met het belang van iedereen, het algemeen belang, het landsbelang. Maar de veelbesproken memo’s hebben duidelijk gemaakt dat de VVD met concerns als Unilever en Shell aan tafel zit. Daardoor wordt het algemeen belang geweld aan gedaan (Rutte weet dit, daarom herinnert hij zich geen memo’s). De vrije markt is verziekt door de druk van grootbeleggers en door afspraken van grote concerns met regeringen. Als daar niets in verandert, zullen de Aicha’s van deze wereld op een dag inderdaad radicalen zijn worden.

 

 

 

 

Reageer

De verbeelding aan de macht?

De Limburger, 19 april 2018

In de nacht van 21 op 22 juli 2014 verdwenen de twee Amerikaanse vlaggen op de Brooklyn Bridge in New York. Bij dageraad wapperden er twee witte exemplaren op de beroemde brug. De stad ontwaakte verbluft: hoe kon dit gebeuren? Wie had dit gedaan? Waarom? Wat betekende dit? De New Yorkse politie en de veiligheidsdiensten stonden in hun hemd: hoe was het mogelijk dat dit ongezien, geruisloos kon gebeuren? Wat als de daders terroristen waren? Was het een grap? Vandalisme? Of was het soms…kunst?

Drie weken lang bleef New York in het ongewisse. Geheime diensten onderzochten de plaats van de misdaad. Er werd dna-bewijs verzameld. Politiemannen beklommen zelf de brug om erachter te komen hoe de dader het geflikt had. Op 12 augustus maakten de Berlijnse kunstenaars Mischa Leinkauf en Matthias Wermke in The New York Times bekend dat zij achter de stunt zaten. Ze waren geschrokken, vertelden ze aan de krant, dat men in New York zo paniekerig had gereageerd. Ze hadden met hun act slechts ‘de schoonheid van de publieke ruimte’ willen vieren en een eerbetoon willen brengen aan hun landgenoot John Roebling, de ontwerper van de brug, die op 22 juli 1869 overleed. Roebling was naar Amerika getrokken om zijn dromen na te jagen, vertelde het kunstenaarsduo, en met de Brooklyn Bridge had hij een van de mooiste expressies in de publieke ruimte ter wereld gecreëerd.

Konden New Yorkers niet meer vrij kijken? Waren ze vergeten dat Wermke en Leinkauf in de voetsporen traden van Amerikaanse kunstenaars, zoals Gordon Matta-Clark, die in 1974 de Clocktower Building in Manhattan beklom? Wat was er gebeurd met New York? Was de angst voor terrorisme zo allesverzengend dat ze de verbeelding had verpletterd? De Berlijnse kunstenaars besloten een film te maken van de reacties op hun werk, met als uitgangspunt de woorden van New Yorks burgemeester Bill de Blasio: ‘je kunt geen bloeiende democratie hebben zonder de mogelijkheid voor kunstenaars om zich uit te drukken, ons uit te dagen, ons aan het denken te zetten, ons te provoceren…’ Wat betekenden deze woorden nog in een stad, een land, gepreoccupeerd met angsten? Wat vermocht kunst nog?

Hun film Symbolic Threats is een onderzoek naar vrijheid in denken. Zijn mensen nog in staat voorbij de angst, de waan van de dag, te denken? Voorbij krantenkoppen als ‘This time it was a flag, next time it could be a bomb’ (Daily News)? Wat betekent de Amerikaanse vlag nog? Waarom een wisseltruc met witte vlaggen? Heeft Amerika zich overgegeven? Waaraan? Wie heeft gezien dat de witte vlaggen niet wit zijn, maar vervaalde exemplaren van de Amerikaanse vlag?

De vlaggen van Leinkauf en Wermke herinneren aan een foto uit Amsterdam 1968, waarop demonstranten een lang wit spandoek met zich meedragen. En aan een kunstwerk uit 1968 van Joseph Beuys, dé activistische Duitse kunstenaar uit de vorige eeuw, getiteld Intuïtie: een onbewerkt houten doosje, leeg… Vijftig jaar geleden gingen jonge mensen de straat op om de verbeelding aan de macht te helpen. Wat is er over van hun idealen? Is het verzet tegen een conventioneel, vooraf vastgelegd bestaan, waarin de staat, het geloof, het milieu, de sociale klasse jouw leven inricht nog levend? Hoe vrij zijn we, vijftig jaar later? Ik heb de indruk dat deze vraag voor de generatie van mijn dochter, nu achttien, opnieuw heel urgent is geworden. Een nieuwe lange mars door de instituties is onontkoombaar, dingen zelf van binnenuit langzaam maar zeker veranderen, nu de universiteit een bedrijf is geworden en de mens gereduceerd tot consument. ‘Are we surrendering?’, vraagt een New Yorker in de film Symbolic Threats. Ja, hebben we ons overgegeven?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

De grote vrienden van Rutte

De Limburger, 5 april 2018

Ondernemers boos op Rutte. Wat? Ondernemers? Hoezo, de VVD is er toch juist voor hen? Vorige week schreef een groep ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf een brandbrief aan premier Rutte, waarin ze de regering verwijten ondernemerschap te bestraffen in plaats van te stimuleren. Rutte III is er vooral voor grote concerns, stellen zij.

Nederland telt meer dan 300.000 bedrijven met tussen de twee en tweehonderdvijftig werknemers. Zonder deze ondernemers, stellen de briefschrijvers, zouden we een kwart van de werkgelegenheid missen en zat Zuid-Limburg zonder florerende autofabriek. Maar wat gebeurt? De inkomsten- en winstbelasting voor iedereen in Nederland wordt verlaagd, terwijl het midden- en kleinbedrijf juist méér belasting moet betalen. Het kabinet heeft 6 miljard euro lastenverlichting aan de burgers beloofd, maar die komt vooral terecht bij het toptarief voor werkenden in loondienst en bij grote concerns. Het mkb draait op voor de lagere belasting voor grote bedrijven.

Opmerkelijk, ondernemers die de noodklok luiden over maatregelen van de VVD. Terwijl Mark Rutte te pas en te onpas in hemdsmouwen – ‘Doen!’ – handen schudt met ondernemende Nederlanders, deelt hij jaar na jaar belastingvoordelen uit aan grote concerns. Intussen is het mkb – samen met het groeiende leger zzp’ers – de broedplaats van creativiteit en innovatie, terwijl concerns als KLM, Shell en Unilever (waar Rutte tien jaar personeelschef was) worstelen met een hopeloos verouderde, twintigste-eeuwse bedrijfscultuur.

Je vraagt je af: waar haalt Rutte zijn mandaat vandaan? Zijn partij schreeuwt het vrije marktdenken van de daken, maar weet zelf niet wat goed ondernemerschap is. Zo stond het afschaffen van de dividendbelasting in geen enkel verkiezingsprogramma, noch van de VVD zelf, noch van de coalitiepartijen. In de zakenwereld heet zoiets bedrog: je levert iets heel anders dan je beloofd had. In zijn artikel ‘Niet de klant maar het grootbedrijf is koning’ stelt Thomas Bollen, financieel journalist bij onderzoeksplatform Follow the Money: wanneer een product na aankoop niet overeenkomt met de beschrijving op de verpakking, ga je terug naar de winkel. Rutte wacht tot de verkiezingen voorbij zijn, zodat de klant niet meer terug kan, en richt dan zijn aandacht op een andere klant: het internationale grootbedrijf.

KLM-Air France is zo’n internationaal concern. Het profiteert van de afschaffing van de dividendbelasting, maar tegelijk lapt het de regels van de vrije markt aan z’n laars: vorig jaar kreeg het een boete van 325 miljoen opgelegd vanwege prijsafspraken. De klant betaalt dus teveel. In de vrije markt van VVD-voorman Rutte, stelt Bollen, draait het niet om de concurrentie tussen bedrijven om de gunst van de burger, maar om de slag tussen landen om grote corporaties aan zich te binden. Volgens het regeerakkoord is dat goed voor Nederland, omdat deze bedrijven ‘werkgelegenheid, innovatie en kracht toevoegen aan onze economie’. Maar het CBS en het Centraal Planbureau laten juist zien dat het mkb op dit vlak veel beter presteert.

Het verhaal van Bollen is deel van het dossier ‘De economische religie’ van Follow the Money. Het platform probeert nuttige inzichten van dogma’s te scheiden, zoals het dogma ‘de economie groeit, dus het gaat goed met Nederland.’ Is het waar? Zo ja, met wie gaat het precies goed? Wat groeit er? Naar wie gaat het geld?

Het dossier wijst erop dat ‘marktwerking’ een alom misbruikte term is. Op links wordt ‘de vrije markt’ verguisd. Op rechts is marktwerking een excuus om maatregelen door te drukken die veelal juist het tegenovergestelde van een vrije markt bewerkstelligen. Mijn conclusie: kleine partijen zonder ideologie kunnen een alternatief bieden. Niet langer links of rechts, maar concreet en praktisch: wat is het beste voor de burger, in plaats van voor de partij of het grootbedrijf.

 

 

 

 

 

Reageer

« Vorige items Volgende pagina » Volgende pagina »