Archief voor Uncategorized

Migratie gaat over veel méér

De Limburger, 4 juni 2021

Waarom gaat het in de migratiediscussie in De Limburger vrijwel uitsluitend over asielzoekers? Een hardnekkig misverstand. Word wakker, zou ik zeggen, welkom in de nieuwe wereld: Nederland groeit al jaren hard door migratie uit andere EU-landen. Ook in 2020 was dat weer meer dan de helft (54 procent). De rest van de nieuwkomers bestond uit mensen uit Azië (16 procent, vooral uit India en China), Amerika (11 procent), Afrika (7 procent), en uit terugkerende Nederlanders (11 procent). Van alle mensen die binnenkomen krijgt circa 6 procent asiel. (Cijfers CBS)

Wat interessant is: een groot deel van de migranten vertrekt ook weer. In 2020 kwamen 219.250 mensen Nederland binnen, terwijl er 151.671 vertrokken, twee derde van de totale migratiestroom. Mensen bewegen over de wereld, zelfs in het coronajaar. Om te werken, te studeren, te trouwen. Ook niet-westerse migranten staan niet stil. Van de 750.000 niet-westerse migranten die volgens Wilders ‘tijdens tien jaar Rutte’ zijn binnengekomen, hebben 470.000 Nederland weer verlaten (bron: Nieuwscheckers.nl, factcheckers Universiteit Leiden). Maar dat zei Wilders er niet bij: je moet je achterban niet wijzer maken dan ze is.

Van de personen met een niet-westerse achtergrond heeft trouwens een deel de Nederlandse nationaliteit. Zo valt ook mijn dochter formeel onder de noemer ‘niet-westers’, omdat zij in Johannesburg geboren is. We leven, ook in Limburg, in een geglobaliseerde wereld. Een omvangrijke groep Limburgers, zo blijkt uit de verkiezingen, voelt zich hierdoor bedreigd. Dat verdient terecht aandacht. Maar het schiet niet erg op als mensen tegenover elkaar komen te staan als zijnde ‘voor’ of ‘tegen’ migratie en het dan vrijwel uitsluitend over asielzoekers gaat, een minderheid van de instroom.

Intussen is de reële migratie een flinke kluif: hoe gaan we ermee om? Hoe bestrijd je de uitwassen van het vrije verkeer van mensen binnen de EU, van verdringing van de oorspronkelijke bevolking, van uitbuiting van arbeidsmigranten (Linne!), van schaarste aan huizen, voorzieningen en natuur? Gooi je de deuren dicht, zoals de Britten? In Groot-Brittannië wordt inmiddels moord en brand geschreeuwd: het economisch herstel na corona dreigt te stokken door een enorm tekort aan arbeid. In sommige Britse steden zijn er twintig banen voor elke werkzoekende, meldde The Guardian. EU-arbeiders blijven weg door alle nieuwe Brexit-regels.

Het migratieprobleem dat Limburgers hebben draait om iets anders: angst voor verlies van cultuur, van eigenheid. Wie in Heerlen in de krappe, multiculturele wijk Eikenderveld woont heeft daar meer last van dan wie een villa bewoont op de Welterlaan. In Sint Pieter woon je in een ander Maastricht dan in Wittevrouwenveld. Woningbeleid is dus essentieel. In Wittevrouwenveld is daar nu aandacht voor: nieuwbouw voor Maastrichtenaren met verschillende portemonnees.

Maar de angst voor verlies van tradities speelt niet alleen in kleinbehuisde wijken, blijkt uit de lezersinterviews in De Limburger. Ook dat is dus een misverstand. Een gepensioneerd, welgesteld echtpaar uit Reuver maakt zich grote zorgen over veranderende waarden en normen, over cultuur die verloren gaat. Goed, laat daar de discussie dan over gaan. Waaruit bestaat dat verlies precies? Worden Limburgse schrijvers, kunstenaars of schutterijen in hun creativiteit of bestaan bedreigd?

‘Nu al woedt de discussie over straatnamen, standbeelden en carnaval,’ stelde het gepensioneerde paar. ‘Je mag al bijna niet meer als Chinees of Eskimo verkleed gaan.’ Inderdaad: stelt u zich eens voor hoe het is als iemand tijdens Leidens Ontzet als Limburger verkleed gaat met een vlaaienhoed. Hoe zou u zich dan voelen? Straatnamen, standbeelden: wordt het niet tijd om daarover discussies te voeren? Welke helden zijn nog helden en waarom hebben we ze ooit vereerd? Kijk vooruit, vraag ik u, laat de toekomst niet in het verleden liggen.

 

Reageer

Máxima als voorbeeldfiguur

De Limburger, 21 mei 2021

Kijk eens: met de jarige koningin, een vrouw met een migratie-achtergrond, komt zowaar de poëzie ons land binnenrollen op prime time tv. Eerst las ze, op verzoek van de interviewer, voor 3,2 miljoen Nederlanders een gedicht van Pablo Neruda voor en hoorden we onder de Spaanse dichtregels de trilling van haar achtergrond: een complex continent, stormachtig en ruig, niet vlak en aangeharkt zoals Holland. Daarna gaf Máxima de interviewer een bundel van de Amerikaanse dichteres en Nobelprijswinnaar Louise Glück en als Matthijs van Nieuwkerk op dat moment doortastend was geweest had hij haar gevraagd daaruit óók een gedicht te lezen, een die ze zelf koos.

Dat had ons een inkijkje gegeven in de ziel van Máxima. Niet dat ons dat inkijkje nu onthouden werd: haar vader kwam voorbij, haar zusje dat zelfmoord pleegde, haar werk, haar dochters. Zelfs een verstokte republikein moest toegeven: hier zat een vrouw die het land verhief, die bevlogenheid paarde aan verstand, die ontwapenend én zakelijk was, bijzonder én gewoon. Maar met een gedicht van Glück hadden we nog een trilling kunnen horen, misschien wel onder deze regels: ‘uit het hart van mijn leven spoot een grote fontein diepblauwe schaduwen’.

Eigenlijk was natuurlijk een vrouw aan de beurt om Máxima te interviewen. Maar die was zeker onvindbaar en onzichtbaar. Uit de krant vernam ik recentelijk dat van alle koninklijke lintjes die rond de verjaardag van Maxima’s eega werden uitgereikt slechts een derde vrouw is. Nu zal dat veel vrouwen niet boeien, dat lintje, maar het is veelzeggend, om niet te zeggen totaal absurd.

Theatermaker Adelheid Roosen maakte onlangs een film over de onzichtbare vrouwen die allemaal een lintje zouden moeten krijgen. ‘Wanneer ik door de wijken van de stad loop en die buitenkant afpel, de gebouwen, de buurthuizen, dan zie ik daaronder allemaal vrouwen,’ zei ze in een interview. ‘Vrouwen die moeders van de wijk zijn. Die de kinderen van de straat grissen die hulp nodig hebben, die de eenzamen vanachter hun ramen als bloemen wegplukken. Vrouwen die net meer waarnemen. Als vanzelfsprekendheid.’

Vrouwen zijn meestal niet zo goed in hun eigen pr. Ze vinden wat ze doen normaal en tetteren het niet rond. Dat geldt ook voor Máxima: ze reist voor haar werk stad en land en de wereld af, maar er is vooral aandacht voor hoe ze eruitziet. Het is een ingesleten gewoonte: vrouwen beoordelen op hun uiterlijk. Mijn eigen dochter moest ons er thuis op wijzen: stop eens met commentaar leveren op hoe vrouwen eruitzien. Niet in negatieve, maar ook niet in positieve zin. Luister, net als bij mannen, gewoon naar wat ze te vertellen hebben. Zo, die zat.

Rivkah Op het Veld, al tien jaar werkzaam in de sportjournalistiek, schetste in een lezing hoe vaak vrouwen in de sport worden becommentarieerd op hun uiterlijk. ‘Het zal de meeste mensen een worst wezen hoe Frenkie de Jong eruitziet,’ zei ze, ‘maar er zijn wel talloze beschrijvingen van het uiterlijk van Jackie Groenen of Lieke Martens.’ Ook wordt een sportvrouw anders geïnterviewd, constateerde ze. Als een vrouw een slechte dag heeft wordt haar gevraagd naar persoonlijke, emotionele omstandigheden, terwijl men bij een mannelijke sporter eerder vraagt naar factoren buiten hemzelf, het hobbelige veld, de botte schaats.

Was het niet tegenstrijdig, vroeg Matthijs van Nieuwkerk aan de koningin, dat haar vader niet aanwezig kon zijn op de gelukkigste dag van haar leven? Een vraag die vanalles suggereerde en die haakte naar emotie en spijt. Maar Máxima trapte er niet in: ‘Weet u,’ zei ze, en ze veegde de vraag in één keer van tafel, ‘het leven ís tegenstrijdig.’

 

 

Reageer

Choqueren kan niet de enige reden zijn

De Limburger, 10 mei 2021

Ik ben het van harte eens met Bjorn Oostra, hoofredacteur van De Limburger, die de publicatie verdedigt van een cartoon waarin het vaccinatiebewijs vergeleken wordt met een Jodenster. Over de cartoon van Marijn was commotie ontstaan: weerzinwekkend, wanstaltig en onsmakelijk, en bovendien op 5 mei – wat een fout moment.

Oostra is het met die kritiek volledig eens. Sterker, hij keurt de inhoud af. En toch staat hij achter plaatsing van de cartoon. Ja, zegt hij, de cartoon is onsmakelijk en de timing stuitend, maar tegelijk moet een cartoonist heel ver kunnen gaan om zijn punt te maken. ‘Hij moet kunnen beledigen en zelfs, als hij dat nodig vindt, choqueren,’ schrijft de hoofdredacteur.

Eerder, in april, was er ook al ophef ontstaan over een cartoon die refereerde aan de Tweede Wereldoorlog. In die prent, van Joost Halbertsma in de Volkskrant, werd de Maurice de Hond voorgesteld als een poppenspeler die achter de coulissen aan de touwtjes trekt. De tekening vertoonde sterke overeenkomsten met antisemitische karikaturen zoals die in de Nazitijd verschenen, compleet met een kleurstelling in antraciet, de onheilspellende wolken op de achtergrond en de demonische ogen van De Hond. Deze cartoon maakt van De Hond een onbetrouwbare, duivelse Jood – een nazikarikatuur. Om die reden maakte De Volkskrant dan ook excuses voor de prent.

De cartoon van Marijn in De Limburger doet iets heel anders. Hij vergelijkt het vaccinatiebewijs, in de vorm van een V-teken, met de Jodenster in de Tweede Wereldoorlog. Die vergelijking, vooral in de week waarin de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht worden, getuigt van slechte smaak en timing. Maar het perspectief in deze tekening ligt ergens anders. De Jodenster was een gebod van de Duitse bezetter, waarmee een groep mensen gestigmatiseerd en uitgesloten werd. De aandacht van de prent is gericht op dat stigma. En dat is een actueel punt van zorg: in hoeverre mag je mensen die niet gevaccineerd of getest zijn straks uitsluiten van het openbare leven, van reizen en evenementen? Welk stigma plakken we op burgers die niet gevaccineerd zijn? Wat komt er precies in de testwet? In hoeverre zijn de data veilig die wij als burgers afgeven door vaccineren en testen?

De cartoon van Marijn stelt dat aan de orde. Niet erg kies, maar ze doet iets heel anders dan de prent in De Volkskrant. Die deed precies dat: stigmatiseren. Nu zou je kunnen zeggen dat ook de maker van die cartoon erop uit was om, zoals Oostra het verwoord, ‘heel ver te gaan om een punt te maken’, om te choqueren omdat hij dit nodig vindt. Maar ik mag hopen dat de hoofdredacteur een stokje steekt voor een karikatuur van Maurice De Hond zoals die in de Volkskrant verscheen. Met andere woorden, het argument dat het maatschappelijk debat op het scherpst van de snede gevoerd moet worden en dat het daarom ‘mag schuren’, zoals Oostra stelt, kan niet de enige reden zijn om een cartoon te plaatsen.

Het moet een zorgvuldige afweging zijn, elke keer opnieuw. Want de val van de provocatie ligt wagenwijd open. Iemand als Thierry Baudet heeft er zijn strategie van gemaakt: hij is er doelbewust op uit om te ontregelen en te choqueren, om mensen van hun stuk te brengen. Niets is hem liever dan voor fascist, racist en antisemiet te worden uitgemaakt: kom maar op. Dan krijgt hij de media-aandacht waar hij op uit is en kan hij weer uiteenzetten hoe dom wij zijn dat we niet snappen dat het allemaal ironie is, dat hij ons slechts de ogen wil openen: over de misleiding en het falen van de politiek, de wetenschap, de media, de elite, van migranten, kunstenaars en journalisten. Verwar dus schuren en choqueren niet met stemmingmakerij, verdachtmaking en stigmatisering.

 

 

Reageer

Zicht op verdwenen levens

De Limburger, 7 mei 2021

Vrijwel dagelijks loop ik langs de familie Butterteig: drie struikelstenen op de Scharnerweg in Maastricht – herdenkingsplaatjes tussen de stoepstenen, voor het huis waar het gezin woonde. Iedere dag lopen er tientallen mensen overheen, nietsvermoedend. Door al het vuil zijn de koperkleurige steentjes dof geworden. Op 4 mei, afgelopen dinsdag, besloot ik ze op te poetsen: Nachman Butterteig, Frimet Butterteig-Klotz en Josef Butterteig. Volgens de inscripties werden ze 54, 44 en 7 jaar oud. Joodse Maastrichtenaren die in Auschwitz werden vermoord.

Maar wie zijn ze eigenlijk, dacht ik, terwijl ik met mijn poetslap over straat liep. Duitse namen, dacht ik. Gevlucht uit Duitsland? Ze blijken uit Polen te komen, uit Krakau, waar Nachman en Frimet in 1920 trouwden. Ze werkten in de textielindustrie, Nachman was handelaar in schoenen, Frimet had een eigen modestudio met een viertal werknemers. In 1922 krijgen ze een zoon, Jaques. Vanwege een ernstige infectie aan zijn been, die het gevolg van tuberculose blijkt, verhuist het gezin in 1926 naar het Duitse Essen, waar hij in een kliniek behandeld kan worden.

Zes jaar later verlaat het gezin die stad, opgejaagd door de toenemende Jodenhaat in Duitsland, en komt terecht in Lille, Frankrijk. Na zes maanden zijn ze daar weer weg, het is niet gelukt hun verblijfsvergunning te verlengen. De volgende bestemming is Maastricht, waar Jaques naar de Mulo gaat en Frimet een modezaak begint. In 1935 wordt zoon Josef geboren. Als de oorlog uitbreekt ziet Nachman geen heil in de onderduik: wie neemt hen op en hoe komen ze aan de kost? In november 1942, wanneer zoon Jaques in het ziekenhuis ligt, valt de politie binnen: zijn ouders en broertje worden opgehaald en gedeporteerd naar Westerbork.

Een verzetsman zoekt Jaques in het ziekenhuis op, regelt voor hem een nieuwe identiteit en een schuiladres. Hij komt terecht bij twee protestantse families, eerst in Treebeek en daarna in Brunssum. Jaques overleeft de oorlog. Zijn ouders en broertje blijken onmiddellijk bij aankomst in Auschwitz, op 26 februari 1943, vermoord. Jaques emigreert naar Israël.

Ik kom dit alles te weten door de website van Struikelsteentjes Maastricht. Ineens worden fragmenten zichtbaar van het leven van mensen die vaak naamloos verdwenen. In een cirkel rond mijn huis kom ik langs de broers Samuel en Berisch Strumwasser, de familie Zeligman, de familie Horschowski, langs Arnold Sandhaus, Auguste Goldschmidt-Seliger, Jenny Wesly-Kahn en nog veel meer mensen. Getuige de namen veelal Asjkenazische Joden, gevlucht uit het oosten en midden van Europa. Mensen die hier een heenkomen zochten en een nieuw bestaan opbouwden, vaak in de textiel.

Het is bekend dat van oudsher veel Joodse mensen in de textiel werkten, een gegeven dat teruggaat tot hun zwervende bestaan in Europa. Lang mochten Joden zich nergens officieel vestigen, ze mochten niet lid worden van een gilde, een beroepsorganisatie die de belangen van de leden behartigde. Zo werden ze handelsreizigers, handelend in manufacturen, hoeden, stoffen. Later, toen ze zich mochten vestigen, openden ze winkels in manufacturen en textiel, ze werkten als kleermakers en stoffeerders, hadden mode- en schoenwinkels. De broers Samuel en Berisch Strumwasser waren textielkoopmannen uit Düsseldorf die in 1938 naar Maastricht vluchtten. Moses Horschowski arriveerde in 1932 in Maastricht en begon een textielbedrijf. Arnold Sandhaus verliet in 1933 Berlijn met zijn vrouw Johanna en zette in Maastricht een hoedenfabriek op.

Als kind van ouders in de confectie en de mode voel ik een verwantschap met al die mensen. Als u eens langs zulke koperen steentjes loopt, kunt u net als ik de namen opzoeken en erachter komen wie het waren, om hen zo weer zichtbaar te maken.

 

Reageer

De kont tegen de krib gooien

De Limburger, 23 april 2021

Gelukkig was er David Jongen die het voor Limburg nog een beetje hooghield. De bestuursvoorzitter van het Zuyderland ziekenhuis kwam met een woeste brief aan minister Hugo de Jonge: ‘Astra-Zeneca, Janssen of welk vaccin dan ook: wij willen prikken in plaats van eindeloos debatteren,’ schreef hij. De vaccins lagen te wachten in de koelkast en hij wilde zijn personeel niet langer laten werken zonder adequate bescherming. De minister bougeerde: er zou een speciale levering Pfizer vaccins voor zorgmedewerkers richting de ziekenhuizen gaan.

Om iets voor elkaar te krijgen moet je af en toe je kont tegen de krib gooien. Wat mij betreft had Jongen dat Astra-Zeneca sowieso wel kunnen uitdelen onder zijn medewerkers. Als werkgever ben je verantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van je personeel, dus wat houdt je tegen? Ja, het besluit van de minister, het advies van de Gezondheidsraad. Nou en? Gaat de veiligheid van je personeel niet voor?

Soms moet je gewoon dwarsliggen en iets proberen. Dat is de les van het opmerkelijke boek Meester van de medicijnen van journalist Karel Berkhout dat deze week verscheen. Het gaat over de Haagse apotheker Paul Lebbink en zijn strijd tegen de peperdure medicijnen van de farmareuzen. In zijn apotheek in het Transvaalkwartier, een van de armste wijken van Nederland, bereidt Lebbink voor zijn patiënten medicijnen die veel en veel goedkoper zijn.

Met zijn ‘magistrale bereiding’, de term voor de eigen bereiding door de apotheker, zet hij de farmaceutische industrie die geen openheid wil geven in de werkelijke kosten van een medicijn, de voet dwars. Onder het motto ‘ik ga het gewoon proberen’ maakte hij onder meer een medicijn voor een baby met een zeldzame stofwisselingsziekte. Lebbink maakte het voor ongeveer 3000 euro per jaar, terwijl Big Pharma er 150.000 euro per jaar voor vroeg.

Meester van de medicijnen laat zien hoe belangrijk het is dat er mensen zijn die regels en afspraken doorbreken die zich tegen de menselijke maat keren. De magistrale bereiding bleek voor Lebbink hét middel om geneesmiddelen beschikbaar te maken voor zijn veelal armlastige patiënten. Want door een combinatie van ‘armoede, geneesmiddelenbeleid en winstmaximalisatie door farmaceutische bedrijven’, schrijft Berkhout, zijn veel medicijnen langzamerhand onbereikbaar geworden voor een hoop mensen.

Eigengereidheid en tegenspraak – dat is wat nu nodig is in Limburg. ‘Hoe is het met de tegenspraak in de provinciale omgeving? Durven medewerkers tegen gedeputeerden te zeggen: dat kan op die manier niet? Het heeft ook iets te maken met een veilige werkomgeving,’ zei Johan Remkes, de waarnemend gouverneur, in een interview met De Limburger afgelopen maandag.

Daar valt wel een beerput open te trekken voor Remkes, want de verhalen van gedeputeerden die zich gedroegen als onaantastbare machers, Ger Koopmans (‘Napoleon’) voorop, zijn legio. NRC-journalist Joep Dohmen, die de crisis in bestuurlijk Limburg in gang zette met zijn onderzoek naar het misbruik van subsidiegelden door oud-CDA-gedeputeerde Herman Vrehen, vatte de kern van het probleem in Limburg nog eens fijntjes samen op L1 radio: tijdens een bezoek aan Vrehen begreep de goede man helemaal niet wat er mis was met wat hij deed.

Tegenspraak komt niet uit de lucht vallen. Het is geen kwestie van iemand aanwijzen en zeggen: zo, vertel jij maar eens wat je denkt. Tegenspraak moet je zélf organiseren, door een werkklimaat te creëren waarin er openlijk flinke kritiek geleverd kan worden, harde vragen kunnen worden gesteld. Dat is lastig in conservatief Limburg, waar men bang is controle te verliezen en kritiek als aanval wordt gezien. Het gaat alleen lukken met vers bestuurlijk talent van buiten en met een werkvloer vol mensen die niet op elkaar lijken.

 

Reageer

Doodknuffelen van zieligheid

De Limburger, 9 april 2021

Ze kunnen alles over je zeggen, zolang ze maar niet zeggen ‘ocherm’. Een volkswijsheid die ik van huis uit meekreeg. De boodschap: zodra mensen je zielig gaan vinden is het met je gedaan. Ik moest hieraan denken toen ik daags na Pasen de radio aanzette en in de actualiteit viel. Aan leerlingen die aan hun eindexamen waren begonnen werd gevraagd hoe ze het ervoeren, examen doen in Coronatijd.

Verslaggever: hoe moeilijk is het voor je? Hoe zwaar vind je het? Hoewel diverse leerlingen aangaven dat het wel meeviel, drong hij aan: voel je je benadeeld? Het volgende item ging over Nederlanders die op tweede Paasdag nog snel, zonder coronatest, in Duitsland gingen tanken. Verslaggever: ben je boos dat je met Pasen in de file moet staan? Hoe vervelend is dit voor je? En nog maar eens: hoe boos ben je?

Mensen wordt het in de mond gelegd: dat ze zielig en boos zijn, niet serieus worden genomen, niet worden gezien, erkend. Het is de doodsknuffel van de zieligheid: jij, ocherm, het wordt tijd dat ze iets voor je doen! Niet vreemd dus dat mensen gaan denken dat ze tekort worden gedaan, en dat ze gaan klagen dat ‘ze’ allemaal zakkenvullers zijn, plucheplakkers, daar in de gemeente, de provincie, in Den Haag, ja eigenlijk iedereen in een bestuursfunctie die niet luistert naar hun noden. En geef ze eens ongelijk: met de huidige puinhopen van geritsel en gerommel in bestuurlijk Nederland.

Ik stel het nu even gechargeerd om een tendens te signaleren. Om een lijn te trekken naar de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen in Limburg, waar de PVV in bijna alle gemeenten de tweede partij werd (en in enkele de eerste). Het geeft aan dat de PVV niet alleen populair is bij proteststemmers aan de onderkant, in achterstandswijken, maar dat de populariteit breed gedragen wordt. Ook Forum voor Democratie deed het in Limburg goed (6,5 procent), de partij naderde zelfs het aantal stemmen van de PvdA (7 procent). Uit cijferanalyses blijkt dat het gros van de PVV-kiezers middelbaar is opgeleid. Bij FvD is het aantal hoog- en middelbaar opgeleiden samen meer dan tachtig procent (verkiezingen in cijfers, NOS).

Met andere woorden, het gros van de kiezers van Wilders en Baudet bestaat niet uit de onzichtbare verliezers die onze onvoorwaardelijke solidariteit verdienen. Zijn niet de tweeënhalf miljoen mensen waarop de Nationale Ombudsman wijst: de mensen in armoede, de laaggeletterden, de mensen met een arbeidsbeperking, de mensen in de laagstbetaalde banen. Is het dan niet fair om ook de mensen die volgens Wilders en Baudet ‘het volk’ uitmaken eens kritisch te bevragen? Om de mensen die boos zijn op de overheid, op de politiek, op migranten, eens te vragen om hun boosheid te relativeren, om te vragen of ze bereid zijn rekening te houden met andere standpunten, met de noden van anderen?

‘Het volk’ bestaat niet uit zielige mensen die nooit gehoord worden. Sterker, ‘het volk’ wordt in kranten, radio- en tv-programma’s voortdurend aan het woord gelaten. En er wordt naar geluisterd. Jarenlang heeft VVD-leider Mark Rutte zijn oor laten hangen naar ‘het volk’, met zijn uitspraken over het ‘invechten’ van jongeren met een migratieachtergrond, met ‘pleur op’ tegen Turkse Nederlanders, met zijn ‘Brief aan alle Nederlanders’ in 2017 waarin hij zei: ‘Doe normaal of ga weg’, met zijn ‘goede populisme’ – enkel omdat hij meende dat ‘het volk’ erom vroeg, om kiezers weg te lokken bij de PVV. Wordt het niet tijd om iets terug te vragen? Wat meer begrip, bijvoorbeeld, voor de Nederlanders die door de woorden van Wilders en Baudet worden afgeserveerd?

 

 

Reageer

Tijd voor een nieuw geluid

De Limburger, 26 maart 2021

Laat ik een duit in het zakje doen van de migratiediscussie, ontstaan door een opiniestuk van Sjors van Beek, journalist van De Limburger. Hij stelt dat je niet vrijuit over migratie kan praten zonder meteen als aanhanger van extreemrechts te worden weggezet. De meeste media, zegt hij, hebben een ‘blinde vlek’ voor het onderwerp.

Ik weet niet op welke media Van Beek doelt maar ik zie het onderwerp voortdurend op allerlei manieren voorbijkomen. En anders zorgt Geert Wilders er wel voor: tijdens de verkiezingen zette hij het prominent op de agenda. Helaas niet op de manier die Van Beek zegt voor te staan: kritisch, beleefd, zonder ordinair gescheld. Wilders doet langzamerhand niet anders dan schelden. Het is zijn strategie: met zijn steeds extremere uitspraken over moslims plaatst hij zichzelf buiten de samenleving. Constructief meedenken over hoe je Nederland toekomst geeft, daar heeft hij helemaal geen zin in. Hij wil proteststemmen en hij heeft ze gekregen.

Maar wat leveren al die stemmen de kiezers op? Het is tamelijk tragisch dat zoveel mensen in Limburg hun hoop vestigen op een partij die vooral tégen is, die met zo weinig alternatieven komt. Want daar gaat het uiteindelijk om, in het migratiedebat: hoe dan? Rutte, even handig als gewiekst, zegt telkens dat hij het aantal migranten naar Nederland naar ‘nul’ wil. Hij doelt daarmee op vluchtelingen die vanuit Turkije naar Nederland komen, op asielzoekers.

Door telkens ‘nul’ te roepen leidt hij de aandacht af van de omvangrijke migratie waar het in Nederland werkelijk om gaat: die uit EU. In 2019 groeide Nederland door migratie met 114.000 mensen, bijna evenveel als de bevolking van Maastricht. Daarvan kwam bijna de helft uit Europa. Achttien procent kwam uit Azië, vooral uit India en China. Zes procent kreeg asiel (cijfers CBS).

Kort gezegd: het overgrote deel van de migranten komt hierheen om te werken of te studeren. Waarom komen ze hierheen? Omdat het Nederlandse bedrijfsleven schreeuwt om personeel, laaggeschoold (vleesfabrieken, distributiecentra, kassen), praktisch en medisch geschoold (vakmensen in de bouw en gezondheidszorg), kenniswerkers (techniek, ict, universiteiten, academische ziekenhuizen). Migranten zijn, met andere woorden, deel van de nieuwe samenleving, en zullen dat in de toekomst ook blijven.

Tenzij je andere oplossingen bedenkt. Een Nexit? De luiken dicht van dit piepkleine landje en hopen dat het goed afloopt? Ik geef Van Beek gelijk als hij zegt dat er goed over nagedacht moet worden, dat over dit onderwerp een veel breder debat nodig is. Hoe huisvesten we iedereen? Hoe houden we de steden, de natuur, leefbaar?

Met de laatste verkiezingen is duidelijk geworden dat het gros van de van oudsher linkse kiezers definitief naar de protestpartijen is vertrokken. Zoals de voorvrouw van de BoerBurgerBeweging zei: vroeger stemden de armen links en de rijken rechts en nu is het andersom. Er moet op links dus eindelijk een antwoord komen op de zorgen van die nieuwrechtse stemmers, die sociaaleconomisch links zijn. Hef de linkse partijen op en begin een nieuwe, grote partij, zei Job Cohen, oud-partijleider van de PvdA. En pak migratie eindelijk ook eens anders aan, zei hij erbij. Want waar komen veel nieuwkomers terecht? Niet in de lommerrijke stadsbuurten, wel in de drukke buitenwijken, waar bewoners zich vreemde in eigen land voelen.

Kom met oplossingen dus. Zoals: gemixte nieuwbouw, woningen voor arm en rijk, jong en oud, autochtoon en nieuwkomer door elkaar, voor winkel én woning én galerie én werkplaats. Blaas eens een nieuw vuur aan, draai eens een nieuwe plaat. Het verongelijkte deuntje ‘ik ben boos en zeg waar het op staat’ is in Limburg grijsgedraaid.

 

Reageer

Vroeger komt niet terug

De Limburger, 12 maart 2021

Stem je vrijheid terug, stem Wybren van Haga! In Heerlen, de stad waar ik opgroeide, trok een spandoek mijn aandacht. Het was niet een wijk waar de nieuwe BMW’s voor de deur staan, zal ik maar zeggen. In Maastricht, waar ik woon, valt me ook al het enthousiasme op voor Wybren, in wijken waar je posters van SP of PvdA zou verwachten.

Wie is Wybren? Een toffe vent, met het hart op de juiste plaats, iemand die opkomt voor de mensen die hard geraakt zijn door de achtereenvolgende kabinetten-Rutte? Niet helemaal. Wybren studeerde elektrotechniek in Delft en werkte een paar jaar voor Shell voordat hij zelf ging ondernemen. Hij werd vastgoedbelegger en huisjesmelker en heeft een portfolio van zo’n 135 woningen en winkels met een waarde van circa 17 miljoen euro.

Prima. Als ondernemer kun je mooie dingen doen. Alleen jammer dat de huurders van Sjopperdepop – de naam van zijn vastgoedonderneming – de afgelopen jaren niet zo blij waren met Wybren als huisbaas. Onaangekondigd verhoogde hij de huur met 60 procent en deelde mee dat ze konden betalen of opkrassen. Bij het meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag in Amsterdam is hij een oude bekende: als ze in een klacht de naam Sjopperdepop zien, zeggen ze: oh daar hebben we Wybren weer.

Wybren ging de politiek in, werd lid van de VVD, maar werd er ook weer snel uitgegooid: hij bleef maar bezig met Sjopperdepop. En zo belandde de huisjesmelker bij Forum voor Democratie en lijkt hij ineens de knuffelpoliticus die in de volkswijken alles goed moet maken. Niet Lilianne Ploumen of Lilian Marijnissen.

Terwijl zij toch de lijsttrekkers zijn van partijen die zich inzetten voor wijken die de nationale lijstjes aanvoeren als het gaat om laag inkomen, schulden, slechte gezondheid, en vooral: een gebrek aan ambitie. In Heerlen krijgt bijna de helft van de kinderen op de basisschool een te laag advies voor het voortgezet onderwijs. Het is goed bedoeld: leerkrachten willen kinderen met een moeilijke thuissituatie niet extra belasten.

Maar het wreekt zich, vertelde Mélanie Monfrance in een tv-programma. Zij was zo’n kind van wie niemand iets verwachtte. Nu is ze promovendus in de kansenongelijkheid aan de Universiteit Maastricht. Onderadvisering ondermijnt het zelfbeeld van kinderen, zei ze. ‘Lage verwachtingen scheppen lage resultaten.’ Zelf kwam ze uiteindelijk via het volwassenenonderwijs hogerop.

Op een online partijbijeenkomst van PvdA Parkstad, afgelopen zaterdag, schetste oud-Heerlenaar en eurocommissaris Frans Timmermans met zijn ongetemperde vooruitgangsdrift wat er moet gebeuren om de stad uit de as te trekken: als regionaal knooppunt in de energietransitie heeft Parkstad fenomenale kansen. Maar dan moet er wel snel een plan komen, zei Timmermans – de miljarden in Brussel liggen klaar. En investeer dan flink in onderwijs, zei hij, want er komt een enorm tekort aan in technische vakmensen.

Helaas heeft het in de regio door het ingesleten kerktoren-denken lang aan snelheid ontbroken. Een traagheid die het wantrouwen in de politiek heeft gevoed. Dan ontstaat er een leegte waar handige jongens als Wybren goed in passen. Mannen die complot-luchtkastelen bouwen en naar migranten wijzen: zij pikken onze woningen in, leven van onze belastingcenten en nemen ons onze cultuur af. Terwijl door de coronacrisis juist zichtbaar is geworden hoe talloze migranten onzichtbaar onze economie versterken: in fabrieken, slachterijen en distributiecentra.

Migranten, uit alle windstreken, van alle kleuren, ze zijn allang deel van de Nederlandse samenleving: een vierde van alle Nederlanders heeft een migratieachtergrond. Het Nederland van ‘vroeger’ komt dus niet terug. Dat zou de boodschap moeten zijn van progressief links, in de wijken: kijk vooruit in plaats van achteruit. Geef buurtbewoners, via hun kinderen, ambities, skills voor de 21ste eeuw.

 

Reageer

Wanneer hoor je bij de elite?

De Limburger, 26 februari 2021

Ik wil het graag eens met u over de elite hebben. En misschien kunt u mij helpen. Wie hoort er tegenwoordig toe? Geld lijkt niet echt het criterium. In entertainment, (sociale) media en sport verdienen mensen sloten geld, maar ze lijken niet tot de elite gerekend te worden. DJ’s, influencers, topvoetballers: ze zijn goed voor miljoenen. Een influencer als Nikkie de Jager krijgt voor een post op Instagram 13.500 euro. Eén post.

Maar ook in de ‘lagere’ regionen van entertainment en media wordt soms goed geboerd, de jongens van Veronica Inside bijvoorbeeld verdienen elk jaarlijks een half miljoen met hun voetbalpraatjes. Nou is het natuurlijk zo dat de meesten in die sectoren zich als zzp’er een slag in de rondte werken voor een habbekrats. Het grote geld gaat naar een kleine minderheid aan de top, een eh, elite?

Vroeger was het duidelijk: de elite, dat waren de gestudeerden met de banen die goed verdienden. Maar een academische opleiding lijkt ook geen criterium meer. Neem de Rotterdamse dansschoolhouder en Viruswaarheid-voorman Willem Engel (what’s in a name: hij brengt verlossing aan de man), die eerder in zijn leven promovendus in de biofarmacie was. Hij ging een toekomst in geneesmiddelen tegemoet, maar maakte een ommezwaai.

Engel zegt nu ‘het volk’ te vertegenwoordigen. Op sociale media plaatste hij de machtige ‘hogepriester-virologen’ en ‘halfgoden-ministers’ tegenover het machteloze ‘volk’. Hij wil de Tweede Kamer afschaffen en het volk zichzelf laten regeren via referenda. Ook de artsen, economen en andere wetenschappers van Herstel.nl lijken me geen elite. Als je je als hoogopgeleide tegen de zittende macht keert, val je af.

Is politieke macht dan het criterium? De regering Rutte zit nu tien jaar in het zadel, tienduizenden mensen zijn vermorzeld door Ruttiaans beleid dat erop gericht was gewone burgers na te jagen als oplichters. Rutte is de manager die het land leidt als een bedrijf, de markt zegeviert en inmiddels leven 1 op 9 kinderen in armoede. Gek genoeg staat Rutte weer vrolijk hoog in de peilingen. De regering-Rutte wordt kennelijk niet gevoeld als elitair.

Wie dan? Politici in VVD en CDA wijzen graag minachtend naar de kunsten: daar zitten de elitairen, de mensen die het zich blijkbaar kunnen veroorloven om bezig te zijn met onproductief hobbyisme. Halbe Zijlstra mocht als staatssecretaris in Rutte-I het mes erin zetten. Met de woorden ‘ik heb niets met kunstbeleid te schaften’ sneed de VVD’er een derde van het kunstbudget weg.

In Rutte-III mocht VVD-minister van Economie Eric Wiebes in het programma Zomergasten het nog eens fijntjes onderstrepen: iedereen mag zijn hobby uitoefenen, zei hij over de kunsten, ‘de ene hobby is niet beter dan de andere’, maar de overheid heeft er geen rol in. Wel is Rutte er als de kippen bij als een Nederlandse musicus of kunstenaar naam heeft gemaakt in het buitenland. Dan vliegt hij naar New York (Jaap van Zweden werd dirigent van de New York Philharmonic) en roept: wat een gaaf land!

Ik geef les aan een kunstopleiding in Maastricht die internationale studenten opleidt tot kritische, vrije denkers. Ze stoppen al hun energie in het maken van visuele, muzikale, theatrale projecten die een andere, nieuwe blik werpen op complexe maatschappelijke problemen. Het zijn gepassioneerde jonge mensen die niets liever willen dan een bijdrage leveren aan een betere wereld. Elite? Degenen met de grootste ambities komen uit landen als Roemenië, Griekenland, Litouwen en Polen, studenten met bijbaantjes, zonder rijke ouders. Jongeren die straks, voor een habbekrats, de wereld iets rijker willen maken, van geest. Misschien heeft u een idee wie de elite is?

 

 

Reageer

Witte wereld

De Limburger, 12 februari 2021

Afgelopen zondag staarde ik net zo lang naar de buienradar totdat ik het pak sneeuw ook in Maastricht zag vallen. Ik nam verwachtingsvol de hond mee naar buiten, maar het regende nog steeds. Witte wereld, het verlangen naar tabula rasa: het onbeschreven blad, helemaal opnieuw kunnen beginnen. Al het gedoe van tafel kunnen vegen: de discussies over wel of niet versoepelen van de maatregelen en de gevolgen daarvan. Het ene kamp: een hele maatschappij wordt ontwricht doordat een klein aantal mensen de gezondheidszorg overbezet houdt. De furieuze verontwaardiging van het andere kamp: een bevolkingsgroep (ouderen en zwakkeren) wordt zomaar afgeschreven. Maar zijn het wel zulke uitersten?

De meeste mensen die overlijden zijn ouderen die vaak niet eens het ziekenhuis halen, en al helemaal niet de IC. De ‘iets meer overlijdens’ waarvan ‘versoepelaars’ spreken – ‘je hoeft toch niet iedereen toe te laten op de IC? De helft overlijdt toch!’ – is al een feit. Met ouderen en hun families worden gesprekken gevoerd: heeft het nog wel zin? Door die tussenstap hebben we in Nederland geen toestanden gehad zoals in Italië, waar élke zieke oudere in het ziekenhuis werd opgenomen.

Intussen wordt ook vaak vergeten dat het relatief stabiele aantal corona patiënten dat nu in het ziekenhuis ligt het gevolg is van de maatregelen. Maar stel dat je zegt: laten we het aantal bedden voor corona-patienten beperken, bijvoorbeeld maximaal 1500 bedden, waarvan maximaal 400 IC bedden. Ga je dan tegen patient 1501 zeggen: sorry, we stoppen ermee? Zeg je dan bijvoorbeeld tegen ernstig zieke mannen van in de zestig: had u maar wat gezonder moeten leven?

Mij viel een bijna vileine instemming op met een artikel in De Limburger waarin artsen zich kritisch uitlieten over het feit dat alle coronabestrijding gericht is op medicijnen: behandeling in het ziekenhuis en vaccinatie. ‘Eindelijk! Het eerste goede artikel over wat we zelf kunnen doen voor een goede afweer in plaats van wachten als lammetjes totdat we aan de beurt zijn voor een vaccin,’ schreef een lezer. ‘Zelf schuld’ floot er zachtjes in door.

Witte wereld. Uiteindelijk landde die in Maastricht op maandag bij het vallen van de avond. Het was een dun laagje. Maar het volstond: mijn straat was wit. ’s Middags luisterde ik naar een interview met een aartsvader in de virologie, Jaap Goudsmit. Hij schreef het boek Vrij van corona. Deze pandemie is een stresstest, zei hij, en de overheid heeft grandioos gefaald. Geen wonder dat mensen wantrouwend worden bij een zwalkend beleid als dit.

Zijn voorstel: versoepel de maatregelen door zo snel mogelijk alle 60plussers en kwetsbaren in te enten. Stop met voorrang voor welke andere groep dan ook. Zodra de 60plussers hun tweede prik hebben gehad (of één prik van het Janssen vaccin) kun je alles opengooien. Mensen onder de zestig kunnen immers wel ziek worden, maar belanden zelden in het ziekenhuis. Neem dat risico.

Neem vervolgens vanaf 1 september het coronavaccin mee in de jaarlijkse griepvaccinatie. Creëer een vaccinatieprogramma voor zestigplussers, met vaccinnaties tegen griep, pneumokokken, gordelroos, kinkhoest én corona. Want het virus is here to stay, we moeten ermee leven.

En tenslotte: maak een deltaplan voor ziektepreventie met een behoorlijk budget, want ongezonde mensen belanden het eerst op de IC en de risicofactoren voor corona zijn dezelfde als voor hart- en vaatziekten. En dan gaat het echt niet alleen om laagopgeleide mensen die veel en slecht eten. Het is ‘hartstikke moeilijk’ om gezond te leven, zegt Goudsmit, die er zelf ‘graag een paar kilo van af zou willen’. Met zo’n plan, zegt hij, kunnen we snel versoepelen en zijn we in september vrij.

 

 

 

Reageer

« Vorige items Volgende pagina » Volgende pagina »