De verbeelding aan de macht?

De Limburger, 19 april 2018

In de nacht van 21 op 22 juli 2014 verdwenen de twee Amerikaanse vlaggen op de Brooklyn Bridge in New York. Bij dageraad wapperden er twee witte exemplaren op de beroemde brug. De stad ontwaakte verbluft: hoe kon dit gebeuren? Wie had dit gedaan? Waarom? Wat betekende dit? De New Yorkse politie en de veiligheidsdiensten stonden in hun hemd: hoe was het mogelijk dat dit ongezien, geruisloos kon gebeuren? Wat als de daders terroristen waren? Was het een grap? Vandalisme? Of was het soms…kunst?

Drie weken lang bleef New York in het ongewisse. Geheime diensten onderzochten de plaats van de misdaad. Er werd dna-bewijs verzameld. Politiemannen beklommen zelf de brug om erachter te komen hoe de dader het geflikt had. Op 12 augustus maakten de Berlijnse kunstenaars Mischa Leinkauf en Matthias Wermke in The New York Times bekend dat zij achter de stunt zaten. Ze waren geschrokken, vertelden ze aan de krant, dat men in New York zo paniekerig had gereageerd. Ze hadden met hun act slechts ‘de schoonheid van de publieke ruimte’ willen vieren en een eerbetoon willen brengen aan hun landgenoot John Roebling, de ontwerper van de brug, die op 22 juli 1869 overleed. Roebling was naar Amerika getrokken om zijn dromen na te jagen, vertelde het kunstenaarsduo, en met de Brooklyn Bridge had hij een van de mooiste expressies in de publieke ruimte ter wereld gecreëerd.

Konden New Yorkers niet meer vrij kijken? Waren ze vergeten dat Wermke en Leinkauf in de voetsporen traden van Amerikaanse kunstenaars, zoals Gordon Matta-Clark, die in 1974 de Clocktower Building in Manhattan beklom? Wat was er gebeurd met New York? Was de angst voor terrorisme zo allesverzengend dat ze de verbeelding had verpletterd? De Berlijnse kunstenaars besloten een film te maken van de reacties op hun werk, met als uitgangspunt de woorden van New Yorks burgemeester Bill de Blasio: ‘je kunt geen bloeiende democratie hebben zonder de mogelijkheid voor kunstenaars om zich uit te drukken, ons uit te dagen, ons aan het denken te zetten, ons te provoceren…’ Wat betekenden deze woorden nog in een stad, een land, gepreoccupeerd met angsten? Wat vermocht kunst nog?

Hun film Symbolic Threats is een onderzoek naar vrijheid in denken. Zijn mensen nog in staat voorbij de angst, de waan van de dag, te denken? Voorbij krantenkoppen als ‘This time it was a flag, next time it could be a bomb’ (Daily News)? Wat betekent de Amerikaanse vlag nog? Waarom een wisseltruc met witte vlaggen? Heeft Amerika zich overgegeven? Waaraan? Wie heeft gezien dat de witte vlaggen niet wit zijn, maar vervaalde exemplaren van de Amerikaanse vlag?

De vlaggen van Leinkauf en Wermke herinneren aan een foto uit Amsterdam 1968, waarop demonstranten een lang wit spandoek met zich meedragen. En aan een kunstwerk uit 1968 van Joseph Beuys, dé activistische Duitse kunstenaar uit de vorige eeuw, getiteld Intuïtie: een onbewerkt houten doosje, leeg… Vijftig jaar geleden gingen jonge mensen de straat op om de verbeelding aan de macht te helpen. Wat is er over van hun idealen? Is het verzet tegen een conventioneel, vooraf vastgelegd bestaan, waarin de staat, het geloof, het milieu, de sociale klasse jouw leven inricht nog levend? Hoe vrij zijn we, vijftig jaar later? Ik heb de indruk dat deze vraag voor de generatie van mijn dochter, nu achttien, opnieuw heel urgent is geworden. Een nieuwe lange mars door de instituties is onontkoombaar, dingen zelf van binnenuit langzaam maar zeker veranderen, nu de universiteit een bedrijf is geworden en de mens gereduceerd tot consument. ‘Are we surrendering?’, vraagt een New Yorker in de film Symbolic Threats. Ja, hebben we ons overgegeven?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

De grote vrienden van Rutte

De Limburger, 5 april 2018

Ondernemers boos op Rutte. Wat? Ondernemers? Hoezo, de VVD is er toch juist voor hen? Vorige week schreef een groep ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf een brandbrief aan premier Rutte, waarin ze de regering verwijten ondernemerschap te bestraffen in plaats van te stimuleren. Rutte III is er vooral voor grote concerns, stellen zij.

Nederland telt meer dan 300.000 bedrijven met tussen de twee en tweehonderdvijftig werknemers. Zonder deze ondernemers, stellen de briefschrijvers, zouden we een kwart van de werkgelegenheid missen en zat Zuid-Limburg zonder florerende autofabriek. Maar wat gebeurt? De inkomsten- en winstbelasting voor iedereen in Nederland wordt verlaagd, terwijl het midden- en kleinbedrijf juist méér belasting moet betalen. Het kabinet heeft 6 miljard euro lastenverlichting aan de burgers beloofd, maar die komt vooral terecht bij het toptarief voor werkenden in loondienst en bij grote concerns. Het mkb draait op voor de lagere belasting voor grote bedrijven.

Opmerkelijk, ondernemers die de noodklok luiden over maatregelen van de VVD. Terwijl Mark Rutte te pas en te onpas in hemdsmouwen – ‘Doen!’ – handen schudt met ondernemende Nederlanders, deelt hij jaar na jaar belastingvoordelen uit aan grote concerns. Intussen is het mkb – samen met het groeiende leger zzp’ers – de broedplaats van creativiteit en innovatie, terwijl concerns als KLM, Shell en Unilever (waar Rutte tien jaar personeelschef was) worstelen met een hopeloos verouderde, twintigste-eeuwse bedrijfscultuur.

Je vraagt je af: waar haalt Rutte zijn mandaat vandaan? Zijn partij schreeuwt het vrije marktdenken van de daken, maar weet zelf niet wat goed ondernemerschap is. Zo stond het afschaffen van de dividendbelasting in geen enkel verkiezingsprogramma, noch van de VVD zelf, noch van de coalitiepartijen. In de zakenwereld heet zoiets bedrog: je levert iets heel anders dan je beloofd had. In zijn artikel ‘Niet de klant maar het grootbedrijf is koning’ stelt Thomas Bollen, financieel journalist bij onderzoeksplatform Follow the Money: wanneer een product na aankoop niet overeenkomt met de beschrijving op de verpakking, ga je terug naar de winkel. Rutte wacht tot de verkiezingen voorbij zijn, zodat de klant niet meer terug kan, en richt dan zijn aandacht op een andere klant: het internationale grootbedrijf.

KLM-Air France is zo’n internationaal concern. Het profiteert van de afschaffing van de dividendbelasting, maar tegelijk lapt het de regels van de vrije markt aan z’n laars: vorig jaar kreeg het een boete van 325 miljoen opgelegd vanwege prijsafspraken. De klant betaalt dus teveel. In de vrije markt van VVD-voorman Rutte, stelt Bollen, draait het niet om de concurrentie tussen bedrijven om de gunst van de burger, maar om de slag tussen landen om grote corporaties aan zich te binden. Volgens het regeerakkoord is dat goed voor Nederland, omdat deze bedrijven ‘werkgelegenheid, innovatie en kracht toevoegen aan onze economie’. Maar het CBS en het Centraal Planbureau laten juist zien dat het mkb op dit vlak veel beter presteert.

Het verhaal van Bollen is deel van het dossier ‘De economische religie’ van Follow the Money. Het platform probeert nuttige inzichten van dogma’s te scheiden, zoals het dogma ‘de economie groeit, dus het gaat goed met Nederland.’ Is het waar? Zo ja, met wie gaat het precies goed? Wat groeit er? Naar wie gaat het geld?

Het dossier wijst erop dat ‘marktwerking’ een alom misbruikte term is. Op links wordt ‘de vrije markt’ verguisd. Op rechts is marktwerking een excuus om maatregelen door te drukken die veelal juist het tegenovergestelde van een vrije markt bewerkstelligen. Mijn conclusie: kleine partijen zonder ideologie kunnen een alternatief bieden. Niet langer links of rechts, maar concreet en praktisch: wat is het beste voor de burger, in plaats van voor de partij of het grootbedrijf.

 

 

 

 

 

Reageer

Krant moet transparant zijn

De Limburger, 22 maart 2018

Het besef van een democratisch tekort is, daags na de verkiezingen, pijnlijk voelbaar. Democratie is meer dan een stembusgang, meer dan het functioneren van politieke partijen en het vormen van coalities. Alex Brenninkmeijer, oud-ombudsman en lid van de Europese rekenkamer, hamert hier al jaren op. Nu opnieuw, in zijn bijdrage aan de essaybundel #Woest van de Raad voor het Openbaar Bestuur, waarin achttien deskundigen op zoek gaan naar de kracht en de gevaren van burgerlijke verontwaardiging.

Ja, politici en politieke partijen bevolken democratische instituties, zegt Brenninkmeijer, maar zij vallen niet samen met de democratie als zodanig. Ze moeten diénstbaar zijn aan de democratie, maar intussen wanen ze zich heer en meester over het volk dat zich willoos dient te voegen naar hun besluiten. Dan is het niet gek dat je boze burgers krijgt die achter politici aanlopen die ‘nepparlement’ roepen of ‘partijkartel’.

Bent u gaan stemmen in de verwachting dat u gehoord wordt? De kans is groot dat de gekozen politici menen dat ze van u een mandaat hebben om vier jaar lang te doen waar ze zin in hebben. U, de burger, heeft gesproken en moet verder de mond houden. De gemeente huurt experts in en baseert haar beslissingen vooral op de adviezen van deze (dure) consultants.

Kan het niet anders? De burger is beter opgeleid en mondiger dan vroeger en kan vanuit eigen expertise en ervaring meedenken. Betrek die dus bij de besluitvorming. Democratie betekent ook dat je oog hebt voor de gigantische groep niet-stemmers, die andere helft van de bevolking die het geloof in de politiek al jaren geleden verloor. Transparantie is het codewoord in het terugwinnen van vertrouwen. Laat zien welke besluiten en maatregelen genomen worden en waarom. Behandel de burger als iemand van wie je iets kan opsteken, niet als een verdachte die je met strafmaatregelen dreigt.

Transparantie is ook het codewoord voor de media, willen ze in tijden van nepnieuws en alternatieve feiten het vertrouwen van burgers houden. Brenninkmeijer signaleert in #Woest ‘een sterke lotsverbondenheid van politici en journalisten’. Of onderwerpen aandacht krijgen is erg afhankelijk van uitlatingen en meningen die ‘nieuws’ worden. Extreme standpunten lijken daardoor belangrijker dan meer gematigde, aldus Brenninkmeijer. Het beeld wordt opgeblazen, de zaak zelf raakt uit zicht.

De hashtag #Woest slaat zo niet alleen op de boze burger, maar ook op de media die de boze burger of politicus aandacht geven en uitvergroten. Gooi de boel dus open en leg uit waarom je iets wel of niet publiceert en wat de beweegredenen zijn. Wanneer is er sprake van aandachttrekkerij en neem je uitspraken van een politicus klein mee als bericht? Wanneer is er meer aan de hand en moet een incident een groter verhaal met analyse krijgen? Vertel het de lezer. Mag Jos van Rey losgaan in een interview naar aanleiding van zijn ‘Vrienden’ boek? Moet je hem de gewenste publiciteit geven of kun je beter het boek zélf scherp tegen het licht houden? Leg de keuzes uit, dagelijks in een hoek in de krant. Neem de lezer mee in de journalistieke afwegingen.

Transparantie. In Europa hebben jongeren de eerste pan-Europese partij opgericht, Volt. De partij is niet links of rechts, maar wil een pragmatische, transparante politiek bedrijven en kijken naar best-practices in de diverse lidstaten. In Maastricht zijn jongeren een nieuwe partij begonnen, Maastricht: Open Eerlijk Democratisch (M:OED). Juist door transparantie, geloven zij, zullen burgers zich actief willen inzetten voor de stad. En jonge journalisten zijn bezig met Trees, een interactieve app voor onderzoeksjournalistiek. Trees gaat volledig inzicht bieden in het journalistieke proces, is de inzet. ‘Een collectief avontuur voor verslaggevers en publiek in de zoektocht naar waarheidsvinding.’ Het woord ‘publiek’ is hierin de crux.

 

 

 

 

Reageer

Walen: stop productie geweer

De Limburger, 8 maart 2018

Voor het eerst lijkt er een bres geslagen in het bolwerk van de NRA, de National Rifle Association, de machtige Amerikaanse lobby van wapenmakers, -verkopers en -liefhebbers. Door scholieren! Aanhoudende woede van klasgenoten van de omgekomen scholieren heeft er inmiddels toe geleid dat prominente winkels als Dick’s het wapen waarmee de 19-jarige Nikolas Cruz een bloedbad aanrichtte niet meer willen verkopen.

Dat wapen is de AR-15. Over dit onderwerp wilt u liever niets weten. Maar lees toch even door. De Assault Rifle-15 is de burgerversie van het standaardgeweer waarmee het Amerikaanse leger zijn soldaten uitrust. Het verschil tussen beide versies is dat je met de winkelversie wat minder snel kogels afvuurt. De burger krijgt een semi-automatisch aanvalsgeweer, al kun je er meteen weer een bump stock aan koppelen, een handigheidje om toch sneller te ratelen. De wonden die de AR-15 in een menselijk lichaam veroorzaakt zijn gruwelijk, vertelden artsen het afgelopen weekend in de New York Times. Ze slaan botten stuk, doen organen uiteen spatten en kunnen zorgen voor uitschotwonden ter grootte van een hand. Het zijn militaire moordwapens, ooit ontworpen om op de slagvelden van Vietnam, Irak en elders maximale schade toe te brengen aan de vijand.

Dit wapen – bent u er nog? – kun je als 18-jarige in de VS gewoon kopen, voor tussen de 1200 en 1500 dollar. In de winkel of via internet. Elke Amerikaanse puber heeft recht op een extreem dodelijk aanvalsgeweer, toch? Maar dit is niet altijd zo geweest. De productie en verkoop van AR-15-achtige wapens was jarenlang verboden. Dat begon in 1994 onder president Clinton, toen alle ‘aanvalswapens’ federaal in de ban werden gedaan. Aanleiding voor het verbod was, ook toen al, een reeks mass shootings. Het verbod werd in 2004 weer opgeheven door zijn Republikeinse opvolger Bush. Sindsdien is de AR-15 uitgegroeid tot America’s Rifle. De boodschap in de verkooppraatjes: elke rechtgeaarde Amerikaan moet er voor zijn persoonlijke beveiliging een in huis hebben. Zo worden er in de VS elk jaar een paar miljoen geweren verkocht, en de AR-15 is daarbij een bestseller, zo blijkt uit de website FNAmerica.com. Aanbieding van de week: de FN-15 SRP Tactical, voor 1199 dollar.

Maar wacht eens, FN, dat is toch hier in de buurt? Inderdaad: een bedrijf uit de Euregio speelt een grote rol in de Amerikaanse wapenindustrie: Fabrique Nationale d’Herstal. FN Herstal, over de grens bij Eijsden, is eigenaar van een Amerikaanse fabriek die veel aanvalsgeweren voor de burgermarkt maakt. FN is niet zomaar een wapenmaker. Het is een Belgisch staatsbedrijf, preciezer: een bedrijf waarvan het Waals gewestbestuur eigenaar is. De firma viert volgend jaar haar 140-jarig bestaan: de Fabrique Nationale d’Armes de Guerre werd in 1889 opgericht om het Belgische leger van wapens te voorzien. Het bedrijf groeide uit tot een van de grootste vuurwapenproducenten ter wereld, maar na de Koude Oorlog kwam er de klad in. In 1997 redde het bestuur van Wallonië de bijna failliete boedel en ging het bedrijf zich meer op de burgermarkt richten. Er werken nu ruim duizend mensen in Herstal en het filiaal in Zutendaal, net over de grens bij Maastricht, en honderden in de Amerikaanse wapenfabriek FN Manufacturing in Columbia, South Carolina.

Zou er bij de zuiderburen inmiddels een onbehaaglijk gevoel leven, nu ze zien wat een van de meest populaire FN-producten, aanricht? Maar het is stil bij de buren en dat is verbijsterend. Hoe kan een gewestbestuur wegkijken in dit moorddadige dossier? Stel je voor wat de Walen zouden kunnen doen: ervoor zorgen dat FN als eerste wapenfabrikant stopt met de productie van burgerversies van de AR-15.

 

 

Reageer

Wegsturen Palmen helpt niet

De Limburger, 22 februari 2018

 

‘Terroristen-democraten’ noemde Jo Palmen zijn mede-raadsleden in de gemeente Brunssum. Ook: ‘nazi’ of ‘varkenskop’. Ik las dit in het achtergrondverhaal van Hans Goossen en Theo Sniekers in De Limburger van afgelopen zaterdag. Heeft u het nieuws over Brunssum telkens met weerzin terzijde geschoven? Lees dan alsnog dat verhaal en begrijp waarom burgers het vertrouwen in de politiek zijn kwijtgeraakt.

Metselaar en aannemer Jo Palmen, inmiddels 71, ging in de jaren tachtig rechten studeren nadat hij verdachte was geweest van fraude. Hij is dan al een paar jaar raadslid voor het CDA. Ondanks zijn juridische kennis krijgt hij begin jaren negentig een voorwaardelijke celstraf van twee weken wegens valsheid in geschrifte. Het CDA zet hem uit de partij. Met zijn eigen partij BBB/Lijst Palmen gaat hij als een Don Quichot een permanente, verbeten strijd aan met het hele stadsbestuur. Hem is, vindt hij, op alle mogelijke manieren onrecht aan gedaan. In slepende juridische procedures probeert hij zijn gelijk te halen over een lullig lapje grond bij zijn huis. In 2011 dient zijn advocaat bij de gemeente een claim van 1,5 miljoen euro in wegens geleden schade, waarvan bijna 1 miljoen aan ‘immateriële schade’ en een post van 125.000 euro wegens ‘onrechtmatig verkregen leedvermaak’.

Intussen heeft Palmen een forse achterban opgebouwd. In zijn juridisch adviesbureau Palmen Consulting aan de Dorpstraat houdt hij wekelijks spreekuur, waarin hij zijn stadsgenoten gratis van advies dient. Problemen met een uitkering, de aanvraag van een scootmobiel of aanbouwvergunning – Palmen helpt. Hij is begaan met de problemen van zijn medeburgers, die hij ook tegenkomt in het café, de kerk en de vereniging. Het oud-mijnwerkersstadje Brunssum, waar de economische neergang en daaropvolgende krimp een verwoestend spoor trok, kampt met grootstedelijke problemen: veel mensen aan de onderkant, hennepkwekerijen, drugsdealers. Generaties hogeropgeleide jongeren vertrokken.

Palmen groeit uit tot de lokale held van de boze, verweesde burger die al lang niet meer vooruit komt en is vastgeraakt in een oerwoud van regels, die voorzieningen zag verdwijnen en heel goed in de gaten heeft hoe anderen voor zichzelf zorgen – ja, zelfs de burgervaders van Brunssum: de een (Louw Hoogland in 1991) na de ander (Henk Riem in 1994) moet het veld ruimen wegens gesjoemel, zoals snoepreisjes betaald door aannemers. Wie kun je nog vertrouwen?

Palmen weet zich door een groeiende achterban jaar in jaar uit verzekerd van een plaats in de gemeenteraad, waar hij het tot wethouder schopt en de raad al vijfentwintig jaar in een wurggreep houdt. Hoe is dit mogelijk? Wat hebben de klassieke democraten al die jaren laten liggen? Het totale onvermogen van de landelijke partijen (PvdA, D66, SP en VVD) in de raad wordt eens te meer duidelijk als in december 2017 een meerderheid van lokale partijen Palmen blijft steunen, zelfs als uit een integriteitsonderzoek (o, wonder) blijkt dat Palmen een ‘hoog risico’ vormt.

Hoe nu? Hopen dat de minister Palmen wegstuurt? Dat gaat de mensen in Brunssum niet helpen. Het kan anders. In de gemeente Beesel is burgemeester Petra Dassen al een paar jaar bezig met democratische vernieuwing. Toen ze in 2011 aantrad kwam ze terecht in een politiek wespennest. Daar heeft ze de angel uitgetrokken. Met grote bezieling: door overheid en samenleving actief bij elkaar te betrekken. Raadsleden moeten van Dassen de straat op, in gesprek gaan met burgers. Een ‘zorgnetwerk’ regelt dat er hulp geboden wordt, voordat het bij mensen uit de hand loopt. Er zijn gezinscoaches in dienst en er worden waarschuwende gesprekken gevoerd met ontspoorde burgers. Geen wonder dat Petra Dassen voor de tweede keer is verkozen tot beste bestuurder van een kleine gemeente. Ik zou zeggen, Gerd Leers: ga eens koffie drinken met Petra Dassen.

 

 

 

 

 

 

Reageer

Lessen van The Post

De Limburger, 8 februari 2018

 

Het is 1963. Katharine Graham is 46 jaar, heeft vier kinderen en haar echtgenoot, Philip Graham, uitgever van The Washington Post, heeft zelfmoord gepleegd. Nu staat ze zelf aan het roer van de krant die ooit door haar vader was aangekocht. Wat te doen? Haar hele leven had in het teken gestaan van de zorg voor man, kinderen en huis. Sfeer maken, socializen op hoog niveau, maar je terugtrekken als de mannen na het diner een sigaar opsteken en de wereldpolitiek bespreken.

Katharine Graham gaat leiding geven aan een bedrijf dat, van krantenjongen tot hoofdredacteur, wordt gedomineerd door mannen. Ze is überhaupt de eerste Amerikaanse topvrouw in het krantenvak en ze moet het – bij gebrek aan ervaring en zelfvertrouwen – doen met haar intelligentie en intuïtie. Daar begint The Post, de film van Steven Spielberg over de publicatie van de Pentagon Papers, die onthulden hoe het Amerikaanse volk jaar na jaar werd voorgelogen over het verloop van de Vietnamoorlog.

Katharine Graham, gespeeld door Meryl Streep, overweegt een besluit dat ingaat tegen elk zakelijk gezond verstand. Laat ze de publicatie doorgaan, dan kunnen investeerders afhaken en staan de banen van haar werknemers op het spel. Bovendien dreigt een strafzaak wegens het publiceren van staatsgeheimen. Van alle kanten wordt haar door mannen (het bestuur, de eigen advocaat) afgeraden om te publiceren. Ze twijfelt, wint advies in, en vaart uiteindelijk op haar intuïtie, doordrongen van het besef dat ook zij is voorgelogen, dat ook haar zoon in die zinloze oorlog had kunnen sneuvelen. Tegelijk heeft ze de moed om te varen op een klassiek krantenadagium: kwaliteit rendeert. Ze besluit te publiceren. Niet alleen betekende dit een ommekeer in de Vietnamoorlog, maar bovendien veranderde The Washington Post van een kleine, lokale krant tot een krant die zich kon meten met The New York Times.

Spielberg maakte The Post met een activistisch motief. Hij wil de kwaliteitspers een riem onder het hart steken, in tijden waarin de president van Amerika journalisten voor leugenaars en uitschot uitmaakt als het nieuws hem niet bevalt. De film is ook activistisch in andere zin: een onervaren, door mannen voor onbekwaam versleten, middelbare vrouw doet iets wat de mannen onder elkaar nooit voor elkaar hadden gekregen. Een buitenstaander kan wonderen verrichten.

Maar er is nog iets. Zonder iemand die de moed heeft missstanden te lekken, kan er geen onthulling plaatsvinden. Het was de militair analist Daniel Ellsberg die de Pentagon Papers naar buiten smokkelde en daarmee een gevangenisstraf van 115 jaar riskeerde. Om misstanden zichtbaar te krijgen zijn klokkenluiders nodig.

Wat is de les voor de eigenaren van een regionale krant? Vaar op kwaliteit, laat je oren niet hangen naar communicatiestrategen, maar naar de lezers. Vraag vooral (jonge) mensen die de krant niet lezen wat ze van de krant denken. Wat verwachten zij van een regionale krant en wanneer zouden ze er geld voor over hebben? Limburgers zijn wereldwijzer en hoger opgeleid dan ooit, maar willen ook weten wat er in hun regio speelt. Zorg dat mensen die NRC of de Volkskrant lezen De Limburger er (digitaal) bij nemen. Hoe? Door nog meer in te zetten op hoogstaande regionale journalistiek en minder op hits en berichtgeving die al breed op sociale media staat. Zorg dat je dichtbij de lezer komt – een begin is gemaakt met de serie over armoede. Verbind zo’n serie met een Grand Café De Limburger waar gasten maandelijks aanschuiven over een actueel onderwerp. Zet, in navolging van het landelijke Publeaks, Limbo Leaks op, waardoor Limburgers anoniem missstanden kunnen lekken. En last but not least: haal eens een onafhankelijke, slimme vrouw bij de vergadering.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

Waar blijft de sociaaldemocratie? (2)

De Limburger, 25 januari 2018

 

In reactie op mijn vorige column, waarin ik me afvroeg waar de grote sociaaldemocratische beweging blijft, vroegen een paar lezers zich (verontwaardigd) af hoe ik een link kon leggen met de PVV. Dat zal ik uitleggen.

Ik zie drie redenen waarom mensen die vroeger sociaaldemocratisch stemden tijdens de laatste landelijke verkiezingen zijn afgehaakt. De PvdA heeft in de regeerperiode met de VVD op z’n best de scherpste randjes kunnen afvijlen van het doorlopende neoliberale beleid – zoals ik schetste in mijn vorige column: steeds minder overheidsuitgaven kunnen gefinancierd worden met de opbrengst van winst- en dividendbelasting, terwijl de winst van grote ondernemingen torenhoog blijft groeien. Op z’n slechtst is de PvdA medeverantwoordelijk voor de afbraak van sociale voorzieningen en de opkomst van een samenleving waarin er steeds minder geld verdiend wordt door arbeid en steeds meer door vermogen.

Ten tweede, belangrijker, is het gegeven dat de sociaaldemocratie – ik zeg het breed, want naast de PvdA geldt dit ook voor GroenLinks en de SP – niet in staat is geweest een eigen, brede visie op de toekomst te ontwikkelen. Een visie die ver vooruit kijkt, niet vier jaar, maar veertig jaar. Een visie die de grote vragen verbindt: bestaanszekerheid in de toekomst van mensen zonder vermogen (gaat de aow straks helemaal afgeschaft worden, omdat we allemaal 90 worden?), de robotisering, de grote migratiestromen, vragen rond data en privacy (overheid en grote bedrijven als Big Brothers), het milieu.

Ten derde, misschien wel het belangrijkste punt, sociaaldemocratische partijen zijn niet in staat geweest een brug te slaan tussen degenen die sociaaleconomisch geconfronteerd worden met stilstand of zelfs achteruitgang (inclusief de eerste generatie Turkse en Marokkaanse migranten) en de meer bemiddelde en hogeropgeleide, progressieve en jonge idealistische burgers.

Het resultaat is polarisatie en versplintering van partijen en partijtjes die elk voor een eigen zaak strijden: de ouderenpartij, de dierenpartij, de moslimpartij, de anti-moslimpartij, de Nexitpartij, de anti-elitepartij…Een onontkoombare vraag doemt op: is het huidige politieke bestel nog wel houdbaar? Zou het niet veel beter zijn wanneer burgers zouden kunnen stemmen over thema’s in plaats van op partijen?

Naast economische onzekerheid is migratie het belangrijkste thema dat burgers bezighoudt en uit elkaar drijft. Een sociaaldemocratische beweging zou daarom alles moeten inzetten op het slechten van de uit de hand gelopen tegenstelling tussen Gutmensch en vreemdelingenhater, tussen voor of tegen vluchtelingen, tussen ‘humane’ en ‘strenge’ opvang. Er moet een helder, rationeel migratiebeleid komen, met een duidelijk onderscheid tussen asielzoekers die vluchten voor oorlog en vervolging en zij die op zoek zijn naar werk en een beter leven.

Migratie zou een bron van groei en verbinding moeten zijn, stelt Antonio Guterres, de secretaris-generaal van de VN, in een recent opiniestuk in NRC. Hij schrijft: ‘Het lot van de duizenden die sterven in pogingen om zeeën en woestijnen over te steken, is niet alleen een menselijke tragedie. Het geeft ook de ernst van het falende beleid weer: namelijk dat ongereguleerde massabewegingen in wanhopige omstandigheden het gevoel voeden dat grenzen worden bedreigd en dat regeringen de situatie niet onder controle hebben.’

Het is precies dat gevoel dat mensen naar populistische partijen drijft. Het is dus zaak het beleid om te gooien. Guterres stelt dan ook voor om legale migratieroutes in te voeren. Hierdoor kunnen overheden de buitenlandse arbeid aantrekken die ze nodig hebben, terwijl migranten de kans krijgen om geld te verdienen en het leven van hun families thuis te verbeteren.

Waar het om gaat is dat de belangrijke thema’s partij-overstijgend zijn. Als sociaaldemocraten niet in gesprek gaan met de mensen die ze zijn kwijtgeraakt – zoals PVV’ers – hebben we straks een Nederlandse variant van Trump als premier.

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

Waar blijft de sociaaldemocratie?

De Limburger, 11 januari 2018

 

De inkomenskloof en groepen burgers die met de rug naar elkaar toe staan – twee kolossale thema’s voor de politiek in het komende jaar. Economisch wordt het een piekjaar, de beurzen jubelen, maar in de lonen zit geen schot en de banengroei zit voornamelijk in uitzend- en flexwerk. Vorige week staakten werknemers in het streekvervoer om naar de wc te mogen. Hoe laag kun je zinken als land. Waar blijft een grote sociaaldemocratische beweging?

In oktober afgelopen jaar schetste Menno Tamminga, financieel redacteur van NRC en auteur van ‘De uitverkoop van Nederland’, hoe belastingverlagingen van het nieuwe kabinet leiden tot verdere ongelijkheid in Nederland: ‘In 2000 belastte de Nederlandse fiscus winsten van ondernemingen tegen een tarief van 35 procent, nu is dat 25 procent. In 2021 mikt het nieuwe kabinet van VVD, CDA, D66 en Christenunie op 21 procent. Een verlaging van deze zogeheten vennootschapsbelasting van 40 procent over een periode van ruim twintig jaar. De belasting op dividend verdwijnt zelfs helemaal (…) In 2000, een economisch piekjaar, kon het kabinet ruim 12 procent van de overheidsuitgaven financieren met de opbrengst van de winst- en dividendbelasting. In 2007, ook een piekjaar, was dat ruim 11 procent. In 2018, nog een economisch piekjaar, wordt het volgens de Miljoenennota 9 procent.’

Met andere woorden: terwijl grote ondernemingen hun winsten verder zien stijgen, laten zij werknemers daarin niet meedelen en dragen zij steeds minder bij aan de collectieve voorzieningen waarop een sociale samenleving is gebouwd. En mensen zich maar afvragen hoe het toch komt dat er geen geld is voor loonsverhogingen, fatsoenlijke rustpauzes en vaste banen. Hoe het komt dat alles sneller moet, met minder mensen, voor minder geld. Dat jongeren slingeren tussen uitzend- en flexcontract en vergeefs naar betaalbare huurwoningen zoeken – koopwoningen zijn weggelegd voor de happy few met vaste banen en vermogen.

Dit alles is gebeurd met medewerking van de Partij van de Arbeid, ooit de grootste sociaaldemocratische partij. Als zo’n grote partij niet in staat is geweest een verschil te maken ten opzichte van het beleid van centrum-rechts, welke partij komt dan op voor de bestaanszekerheid van de doorsnee werknemer, van de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf, van al die zzp’ers en flexwerkers, van ouderen met alleen aow, van vluchtelingen, van mensen aan de onderkant? Hoe langer de leemte duurt, hoe meer partijen van populistische snit erin zullen duiken en hoe meer burgers met de rug naar elkaar zullen gaan staan: hoogopgeleid en lager opgeleid, vermogend en modaal, Nederlander en nieuwkomer. Tel daarbij op de ongerustheid van burgers over hun veiligheid en de angst voor verlies van eigen identiteit en de conclusie is dat de populistische revolte niet zomaar wegzakt – zie de opkomst van Thierry Baudet.

Een sociaaldemocratische beweging moet daarom ook luisteren naar iemand als Paul Scheffer, die zich als publicist en hoogleraar Europese Studies al jaren bezighoudt met het thema van integratie, onder meer in zijn boek ‘Het land van aankomst’. Twee jaar geleden pleitte hij voor een quotum op vluchtelingen, zoals een klassiek immigratieland als Canada met zijn geliefde premier Justin Trudeau al lang doet. In een recent interview in Het Financieele Dagblad zei Scheffer: ‘Je maakt de ruimte voor opvang groter naarmate je duidelijker bent over de begrenzing ervan. De samenleving wil weten waar ze aan toe is. Er is veel morele energie in Nederland, maar als je mensen overvraagt, gaat het geweten in staking. Dat is de kortste weg naar verdere polarisatie en agressie.’

De keuzes die regio’s maken worden steeds belangrijker. In Limburg gaat de PVV meedoen in drie gemeenten: Venlo, Maastricht en Sittard-Geleen. Sociaaldemocraten van alle signatuur: klem de PVV aan de borst in en laat haar niet ontsnappen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

Adieu Calimero

De Limburger, 28 december 2017

Kunnen we het in het nieuwe jaar niet meer over de Limburgse identiteit hebben? Met koningin Máxima geloof ik niet dat dé Nederlander bestaat; dé Limburger bestaat ook niet. Dé Limburger is goed voor branding, voor promotie van de provincie. Een mens is geen merk. Een identiteit perkt in en maakt een maatschappelijk verschijnsel van je. Daar komen ongelukken van, waarschuwde de Libanees-Franse schrijver Amin Maalouf alweer twintig jaar geleden in zijn essay ‘Moorddadige identiteiten’. Als je mensen dwingt om te kiezen, stelde Maalouf – zelf Arabier, Fransman en christen – zullen ze in conflict komen met zichzelf en dat zal leiden tot frustratie, intolerantie en woede.

Laat het ook afgelopen zijn met het woord Calimero of Calimero-complex. Het is gedateerde beeldvorming, een zelfopgelegd clichébeeld. Als je iets maar vaak genoeg herhaalt, lijkt het vanzelf waarheid te worden, ja een feit. Maar het is mensenwerk, een constructie die je, in coaching jargon, proactief kan veranderen. Ik doe een voorzet. Ten eerste: het woord Calimero duidt op een minderwaardigheidscomplex, terwijl er bij de zuiderling eerder sprake is van een zeker superioriteitsgevoel ten aanzien van de onbeschaamde, te luid pratende Hollander. Het gaat om een gevoel van afkeer, of soms van plaatsvervangende schaamte – eigenlijk precies zoals ik dat in China gezien heb: westerlingen die hun stem verheffen, botweg een mening verkondigen, boos worden – daar worden Chinezen heel ongemakkelijk van. Ze voelen plaatsvervangende schaamte en hebben medelijden met de ander die gezichtsverlies heeft geleden. Ze trekken zich terug en glimlachen. En de westerling interpreteert dit als zwakte.

Ten tweede doet het zuiden van Nederland (en Vlaanderen) qua attitude internationaal mee: de omweg, de inkleding, de suggestie voert internationaal de boventoon in de omgang. Op basis van mijn jaren in de internationale gemeenschap van Shanghai kan ik zeggen dat de Hollandse attitude exceptioneel is. Alleen Amerikanen en Israëliërs zijn net zo direct en assertief, maar zij zijn daarin welgemanierder. Onder het motto ‘ik zeg gewoon wat ik denk’ verwarren Nederlanders openheid en assertiviteit met onbeschaamdheid en botheid. Daarom doet iemand als Frans Timmermans het zo goed in het buitenland. Hij is scherp op de inhoud, maar in de vorm altijd beleefd. Het vormverschil doet ertoe. Zoals Peter Vandermeersch, Vlaming en hoofdredacteur van NRC, het uitdrukt: Vlaanderen is erotiek, Nederland is porno.

Tegelijk moeten we bedenken: de Hollandse directheid is net zo goed een constructie, een cliché. Bovendien is een zekere directheid wel verfrissend, en werkt de zuidelijke houding vaak nogal remmend: je spreekt je uit, staat ergens voor en meteen voelt men zich in een hoek gedrukt, aangevallen of erger. Peter Vandermeersch heeft, ondanks zijn voorliefde voor de Vlaamse verhulling, de Nederlandse nationaliteit aangenomen.

Nu nog even over de Limburgse gastvrijheid. Want ook dat is zelfgecreëerde beeldvorming. Theatermaker Lana Nasser zei daar vorige week in haar column iets interessants over: gastvrijheid en openheid zijn niet synoniem. ‘Het aanbieden van eten en een slaapplek betekent niet dat iedere vreemdeling wordt omhelsd,’ schrijft ze. ‘Limburg is niet meer dat homogene dorp. Om een open en lichte gemeenschap te creëren, moet iedereen meedoen, het gastvolk en de gast.’

Als laatste: De Correspondent onderzocht onlangs de vermeende kloof tussen de Randstad en de regio’s en constateerde dat die vooral bestaat uit…een kloof in media-aandacht. Een formidabele open deur, maar toch goed om even te memoreren. Er zitten gewoon veel minder journalisten in de provincies. Maastricht bungelt onderaan wat betreft het aantal journalisten ten opzichte van andere steden. Veel minder onderwerpen en verhalen uit Limburg in de media dus. Tijd dus om meer van ons te laten horen. Niet langer chez nous, maar en marche!

 

 

 

Reageer

Vrouwen: Schrijf!

De Limburger, 14 december 2017

 

Ik heb het even geturfd. Sinds ik aantrad als columnist van deze krant, op 15 februari dit jaar, zijn er 43 weken voorbijgaan. Elke week schrijven vijf opiniemakers (alle dagen behalve maandag) op deze plek een stuk in de krant. Dat levert in totaal 215 opiniestukken op. Daar gaan een stuk of tien bijdragen vanaf door vrije dagen en de vakantieperiode waarin geen opiniestukken verschenen. Kom ik uit op 205 opiniestukken. Daarvan schreef ik er elf (één maal per maand), andere vrouwen schreven er bij elkaar 17, in totaal dus 28 stukken geschreven door een vrouw. In totaal is dit ongeveer 14 procent.

Ik weet niet wat u ervan vindt, maar ik schiet ervan in de lach – zo absurd is het. Tel hierbij op dat op maandag twee heren met elkaar van gedachten wisselen over Limburgse zaken en dat van alle columnisten die de krant rijk is er twee vrouw zijn – Ank Aerts in Scala en ikzelf op deze plek – dan is de conclusie dat De Limburger wat opinie betreft een echte man is.

Ik geloof niet dat de krant dit zo gewild heeft. Het sluipt erin, zoals in veel organisaties: mannen maken van oudsher de dienst uit en stellen mensen aan die op henzelf lijken – in de heilige overtuiging dat ze ‘de beste’ aangesteld hebben. Veelzeggend is in dit verband het redactionele commentaar, een paar weken geleden, op het ontluisterend rolbevestigende filmpje van Connect Limburg dat door een aantal vrouwelijke hoogleraren van de Universiteit Maastricht was bekritiseerd. De krant gaf de vrouwen groot gelijk en noemde het filmpje ‘niet alleen oubollig, maar ook volstrekt anachronistisch’. Ha! Ging de krant nu de hand in eigen boezem steken? Of zagen ze het zelf niet op de redactie? Als je ergens maar lang genoeg woont, vallen de scheve muren niet meer op.

Wat betekent een scheef opinieperspectief in de krant? Ik constateer een trend: opiniemannen (vooral de oudere) neigen naar een pessimistisch wereldbeeld, houden van ‘name dropping’ en doen nogal eens aan ‘mansplaining’ (paternalistisch uitleg geven over zaken die bekend zijn). Belangrijker is dat een meer diverse opiniemakerspoule leidt tot meerstemmigheid in opinies, dus tot een prikkelender, aantrekkelijker dagblad.

Nu is de vraag: waarom zijn vrouwen niet actiever, waarom zijn ze minder bereid zich in de krant uit te spreken over dringende, actuele vraagstukken? Geen tijd? Geen prioriteit? Of worden ze niet benaderd? En hoe zit het met de vrouwen op de redactie, hebben zij niet de ambitie om columnist te worden? Is de ambitie er niet of worden ze ontmoedigd?

Maar er is een positief signaal, de krant heeft mij gevraagd om vaker te schrijven: ‘gezien de kwaliteit van je bijdragen en je brede, maatschappelijke scope’. Dat u het weet. Om de week zal ik op deze pagina te lezen zijn. Maar dat is echt niet genoeg. Dus ik doe een oproep aan jullie, dames: je hebt iets te zeggen! Engageer je! Dat is broodnodig, ook om nog een andere reden: een krant is geen ‘mediaproduct’ met ‘content’. Een krant is een meneer (m/v). De krant gaat achter de feiten aan, zoekt de waarheid, doet onderzoek naar bedrog, biedt kwaliteitsfotografie. Een kwaliteitskrant is een waakhond, geen bediende. Voortbestaan van de krant is afhankelijk van haar lezers, van hun betrokkenheid. Als De Limburger in de toekomst een meneer m/v wil blijven, moeten ook vrouwen hun stem laten horen. Schrijf! Twijfel je of je het allemaal goed hebt verwoord? Neem dan contact met mij op via de opinieredactie. Laat Facebook links liggen, sla de yogales over, zet manlief aan het werk en schrijf!

 

Reageer

« Vorige items Volgende pagina » Volgende pagina »