Er zijn mensen die liever doodblijven dan opgeven

De Limburger, 22 oktober 2022

Voor de tweede keer ging ik deze week naar de Cannerberg, vanwege de films die er nu te zien zijn. De Cannerberg ligt op en over de grens met België. De heuvels hier zijn één brok geschiedenis. Door eeuwenlange mergelwinning ontstond er een kilometerslang gangenstelsel. In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Duitsers de grotten als werkplaats voor het ontwikkelen van bommen, terwijl verderop, in de aangrenzende Pietersberg, in een speciaal gebouwde kluis, de top­werken uit het Rijksmuseum lagen opgeslagen, inclusief De Nachtwacht.

Daarna kwam de Koude Oorlog. De NAVO vestigde een hoofdkwartier in de gangen. Er werkten zo’n drie- tot vierhonderd Nederlandse, Belgische, Duitse, Engelse en Amerikaanse militairen onder de grond, in het ultrageheime operations centre. Het was een klein dorp met gangen die straten werden genoemd, eetzalen, een medische post, een kapper. Toen zette de dooi in en werd de bunker gesloten. Wat restte was een doolhof aan koude, vochtige gangen met her en der een muur­dikke kluisdeur.

 Daar, in die diepe, unheimische gangen, zijn nu videowerken te zien. Het gewicht van de geschiedenis is bijna te veel. Daarom ging ik erheen op een zonnige dag. Zo kon ik de warmte van de zon voelen als ik weer buiten kwam. De eerste keer hield ik het een uur uit. Ik had een winterjas aan en schoenen met dikke zolen. Toch drong de kille klamheid langzaam maar zeker mijn botten in. De stoffige, gruizige lucht benam me de adem, ik voelde me benauwd. Hoe kon je het hier uithouden?

Dus toen stond ik buiten, bevrijd keerde ik mijn gezicht naar de zon. En toen drong het door: in het oosten van Europa zitten mensen in vochtige kelders, waar ze een bivak maken, een potje koken, slapen. Wekenlang. Met de angst voor bommen, voor gewelddadige invallers. De films in de Cannerberg gaan over hen: mensen die zeggen: ik hou het niet langer uit, ik vertrek, al blijf ik dood, maar ik ga. Abdulaal vluchtte uit Soedan. Onderweg leerde hij de volksliederen van de landen die hij doorkruiste uit zijn hoofd. Om contact te maken. Op de video zingt hij ze: het Italiaanse Inno di Mameli, de Marseillaise, het Wilhelmus.

Mensen als hij komen ergens binnen. Bij ons bijvoorbeeld. Dan kun je zeggen: we kunnen niet de hele wereld opvangen. We hebben geen woningen, laten we eerst aan onze eigen mensen denken. En dat is allemaal waar, logisch. Daar is de politiek voor, om daar eindelijk eens langdurig beleid op te maken. Tegelijk zitten we met een heel praktische kwestie. Er zijn mensen – dat laten de videowerken zien – die liever doodblijven dan opgeven. Die het gehaald hebben. Die niets liever willen dan werken, leven. Er zijn artsen bij, ingenieurs, leraren, automonteurs, juristen, kleermakers, onder­nemers. Erkennen we hun diploma’s, maken we gebruik van hun talenten? Of laten we ze zitten in permanente tijdelijkheid?

Reageer

ALS HET OVER DE HOLLE WEG GAAT, VALT AL HET ANDERE STIL

De Limburger, 15 oktober 2022

Wat is thuis? Misschien omvat het tien, twintig vierkante kilometer: de omgeving waarin je je dagelijks beweegt, met herkenningspunten die je bestaan verankeren. De bakker, het café, de frituur. De buurthonden en -katten. De bomen. Kijk, hier is de kersenboom die elk jaar zo mooi bloeit en nu langzaam begint te verkleuren, daar de knoestige kastanjeboom die zijn kastanjes wild om zich heen lijkt weg te werpen: overal liggen ze, glanzend en donker, op het pad, op de weg.

Omdat ik lang in het buitenland heb gewoond weet ik: overal kun je thuis zijn. Je hecht je aan de dingen en de mensen in je omgeving, het piepkleine zaakje van de kleermaker, de bewaker met zijn shotgun die lusteloos tegen de deurpost van de buurtwinkel leunt. En geluiden, ik vergat geluiden. Het weemoedige geluid van de voorzanger in de minaret in het dal beneden, het sjwoesj sjwoesj van de takkenbezems in de vroege ochtend. Het krijsen van de ibis.

Maar ook vieze dingen, ook daaraan hecht je je. De eeuwige, uitpuilende vuil­containers op de hoek van de straat, de dikke laag stof op de ramen van het gemeentekantoortje, het pisstraatje (geuren!) waar al de taxichauffeurs tegen de muur plassen. Nu valt me in: het verhaal van het kind dat elke dag alleen werd gelaten, tegen wie nooit gesproken werd. Het kind hechtte zich aan de hijskraan buiten, en het piepende geluid dat de kraan produceerde werd de taal van het kind.

In Maastricht hoor ik weer de kerkklokken van vroeger, een vertrouwd geluid. Ik hoop dat de klokken blijven als de kerk een yogapaleis wordt. Toen ik laatst langs de bekende, kolossale eik kwam, bleek hij gekapt. Ik keek in het gapende, witgele gat van de stam: dor hout, aangetast door schimmel of een geheimzinnig virus dat al jaren woekerde. Er rafelde een stukje van mijn hart – dat gebeurt als je thuis bent.

Thuis is nu ook: de koeien in de wei, de holle weg. O, als het over de holle weg gaat, valt al het andere stil. Er is geen plooi in het Zuid-Limburgse landschap die zoveel emoties oproept. Je duikt erin en meteen voel je je opgenomen in het land, in de aarde. De bomen buigen zich over je heen en omsluiten je, maar niet te dicht, je hebt nog alle vrijheid om te gaan, om het licht dat tussen de bladeren danst op te vangen.

De holle weg is voor mij even indrukwekkend als de rotsformaties in de woestijnen van Australië of Afrika die ik zag. Even stil, even oeroud. Maar als het land naast de holle weg intensief bewerkt wordt, kun je de holle weg vergeten. Natuurgebieden bestaan niet, zegt Edmond Staal, die dit najaar afscheid neemt van zijn werk bij Het Limburgs Landschap. Natuur staat niet op zichzelf. We hebben natuur en landschap in bruikleen, zegt hij, en we zijn verplicht die in betere staat door te geven aan volgende generaties.

Reageer

GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG, WAT IS DAT PRECIES?

De Limburger, 8 oktober 2022

Bij alles wat deze week gezegd en geschreven is over de kwestie rond Khadija Arib schuurt er iets: grens­overschrijdend gedrag, wat is dat eigenlijk? Wat is de definitie? Aanvankelijk werd het begrip gebruikt voor het overschrijden van een grens die duidelijk seksueel van aard was: ongewenste aanrakingen, (online) berichten van seksuele aard, seksuele intimidatie.

Nu gaat het over alle mogelijke gedrag dat als on­gewenst, intimiderend, vernederend enzovoorts, ervaren kan worden. Khadija Arib had als Kamer­voorzitter de taak de democratische rechtsstaat te bewaken en het politieke proces te leiden. Daarbij had ze ook de opdracht gekregen om de verouderde organisatie flink op te schudden. Die taak heeft ze met overtuiging volbracht, eigenzinnig en kordaat.

Nou is de Kamervoorzitter geen personeels­functionaris, het personeel valt onder verantwoordelijkheid van de griffier. Uit onderzoek van NRC blijkt dat Arib zich verregaand bemoeide met de ambtelijke organisatie. Irritant, maar de bemoeienis was deel van haar opdracht. Tegelijk bleef benoeming en ontslag van het personeel een zaak van de griffier, terwijl het presidium er toezicht op moest houden.

Uiteraard moet het presidium ingrijpen als de Kamer­voorzitter zich misdraagt. Hoe is het dan mogelijk dat (anonieme) klachten over Arib pas achteraf in behandeling zijn genomen? Wie precies heeft er zitten slapen? ‘Geen van de leden van het presidium wil ingaan op de vraag waarom ze niet eerder hebben ingegrepen’, meldt NRC in haar uitgebreide reconstructie. Ja zeg, daar draait het nu net om.

En opnieuw: wat precies is ‘grensoverschrijdend’? Was er daadwerkelijk sprake van machtsmisbruik of gaat het om een oud-Kamervoorzitter die als ze een man was geweest werd gezien als een besluitvaardige en doortastende leidinggevende? Iemand die lastige, ja on­sympathieke keuzes durft te maken om de Kamer vooruit te helpen? Dit is wat schuurt: in de politiek liepen en lopen talloze mannelijke leidinggevenden rond die hun medewerkers schofferen en kleineren, maar laten nu net twee vrouwelijke leiders met een migratieachtergrond het afgelopen jaar doelwit zijn van een felle verontwaardiging over hun gedrag: Nilüfer Gündogan (ex-Volt) en nu Khadija Arib. Toeval?

Of zou het zo kunnen zijn dat juist deze vrouwen die zo hard hebben moeten vechten voor hun positie hoge eisen stellen, niet alleen aan zichzelf, maar ook aan hun medewerkers? Zou het zo kunnen zijn dat ze zich daarbij de kenmerken van een bepaald slag mannelijke leiders hebben eigen gemaakt die bij mannen wel, maar bij vrouwen – en zeker bij déze vrouwen – niet worden geaccepteerd? Eigenschappen die we overigens veel te lang hebben getolereerd: hiërarchisch, geen inspraak duldend, niet empathisch. Het schuurt, niet omdat de aantijgingen tegen Arib geen aandacht verdienen, maar omdat de proporties ver zoek lijken.

Reageer

NIET IEDER KIND WORDT LATER ARTS OF ADVOCAAT

De Limburger, 24 september 2022

De afgelopen week piekerde ik over jonge meisjes. Het gaat niet goed met hun geestelijke gezondheid. Onderzoekers spreken van een ‘ongekende daling’ in mentaal welzijn. Stress, angst, prestatiedruk, depressieve gevoelens. Meisjes tussen elf en zestien! Het is al jaren gaande, dit fenomeen, begrijp ik uit de bericht­geving, en het begint al bij groep 8 op de basisschool.

Van alle kanten horen ze het fluisteren: hoger moet je! Hoger! Natuurlijk, alle ouders zeggen het: als je maar gelukkig bent, maar vaak gedragen ze zich anders: bijlessen, huiswerkbegeleiding, privéonderwijs. Het kind moet het beste uit zichzelf halen, heet het dan, maar het beste is soms niet het beste voor het kind. Via het onlinesysteem Magister kunnen ouders alle cijfers van hun zoon of dochter zien. Dat is om gek van te worden, misdadig: ouders die elk moment over je schouder meekijken.

Maar het is niet alleen school, het zijn niet alleen de cijfers die stress geven, nee, de meisjes horen het fluisteren van vriendinnen, over meisjes die uitblinken in meer dingen, sport, muziek, dans. Meer dan jongens, lees ik, zijn meisjes bezig met verwachtingen: doe ik het wel goed? Vinden ze me leuk? Hoor ik erbij? Ben ik mooi? Dat komt doordat tienermeisjes vroeger zelfinzicht ontwikkelen en zich eerder bewust zijn van hun omgeving dan jongens, legt een neuropsycholoog uit. Dus als je weet, waarschuwt hij, dat meisjes tussen acht en zestien jaar heel erg openstaan voor wat anderen verwachten, dan moet je er niet nog een schepje bovenop doen door teleurgesteld te reageren op een laag cijfer.

In een krant zag ik een foto van vier meisjes die voor hun stress hulp krijgen van een ‘school­maatschappelijk werker’. Leuke jonge meiden op de havo. Naast school doen ze op hoog niveau iets anders, tennis, zwemmen, werken aan een portfolio voor een opleiding na de middelbare school. En nog is het niet genoeg. Want ook Instagram en TikTok fluisteren: kijk eens, jij kunt ook zo worden, zo slank en glad, met zo’n volle lippen. Dan word je onzeker, zegt een van de meisjes, en dan ga je vergelijken.

Je zou ze willen toeschreeuwen: stop, maak je niet druk, je bent prachtig, je bent jong, je bent gezond, leef, doe gek! Hoe moet dat straks, vraag ik me af. Top­student, topwerknemer, topmoeder? We kunnen natuurlijk de schuld aan het schoolsysteem geven. Aan sociale media. Aan corona. Aan de tijd waarin we leven. Maar we kunnen ook zeggen: laten we eens letten op de verwachtingen die we, ongemerkt, overbrengen op onze kinderen. Laten we wat voorzichtiger zijn met het prijzen van prestaties. Bij een bouwplaats zag ik een spandoek. ‘Niet ieder kind wordt later arts of advocaat. Leer je kinderen dat het oké is om met je handen te werken en toffe dingen te bouwen.’ Zo moet het. Een oproep, niet aan de tieners, maar aan hun ouders.

Reageer

WE LACHTEN, MAAR EIGENLIJK WAREN WE ER KAPOT VAN

De Limburger, 17 september 2022

We zaten met z’n allen in een klein lokaal, dicht tegen elkaar aan. Het was een lokaal voor misschien twintig mensen, maar onze groep groeide maar aan, ik denk tot wel vijftig. Er werden klapstoelen gehaald. Terwijl het praatje al begonnen was, glipten er nog bezoekers naar binnen en op een bepaald moment moest een vrijwilliger daar een eind aan maken. Hij duwde de mensen terug, sloeg de deur dicht en zette zijn lijf ertegenaan. Eigenlijk was het theater van de eerste orde, en toen moest het beste nog beginnen.

Want waarom zaten we daar? Niet vanwege een onverwacht bezoek van koningin Máxima of zo, oh nee. We zaten daar vanwege een ontmoeting met een koe. Echt waar. De universiteit in Maastricht had de deuren opengezet voor haar jaarlijkse traktatie muziek, theater en wetenschap – korte, gratis voorstellingen en toegankelijke praatjes van een half uur. In de wandelgangen rumoerde het al: ga jij ook naar het praatje over de koe? Ik werd er zenuwachtig van, straks was er geen plaats meer.

Professor Leonie Cornips, bekend als de taalkundige die zich intensief met het Limburgs bezighoudt, ging het over de koeiengroet hebben. Sinds een paar jaar doet Cornips onderzoek naar de taal van dieren en naar de communicatie tussen dieren en mensen. Ze bezoekt stallen en doet veldwerk onder melkkoeien. Aan de hand van korte filmpjes liet ze ons zien hoe koeien elkaar begroeten, of juist niet, de ene nieuws­gierig, de andere nukkig, want het zijn eigenzinnige dieren met karakter.

Nu zult u smalend lachen en zeggen: ja zeg, dat kunnen boeren je ook vertellen! Hebben we daar een wetenschapper voor nodig? Maar u spreekt misschien dialect, elke dag, zonder erbij na te denken, en toch is het belangrijk dat het dialect ook wetenschappelijk wordt onderzocht. En er volgde meer. We zagen een filmpje waarop een koe met een bal speelt. Ik zeg het niet goed: een vrouw rolde een grote bal naar een koe in de wei en het dier raakte door het dolle heen, ze schopte de bal vooruit, rende er als een wilde achteraan, sprong de lucht in en maakte uitzinnige loei-geluiden.

We barstten met z’n allen in lachen uit, een geweldig, bevrijdend lachen. Wat? Een koe als een hond? We lachten, maar eigenlijk waren we er kapot van. Want als een koe geen productiedier meer is, als een koe net als een hond is, ja, dan verandert er iets. We eten immers geen hond. Ik vermoed, maar ik weet het niet zeker, dat we daarom met zovelen kwamen luisteren naar het verhaal over de koe: om ons iets te laten vertellen dat we, diep in onszelf, al wisten, maar dat we nu zeker weten. In de woorden van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke: Du musst dein Leben ändern.

Reageer

MET KLOPPEND HART

De Limburger, 10 september 2022

Wie zijn verleden niet kent weet niet wie hij is, maar tijdens Cultura Nova zag ik opeens een glimp van het toekómstige Heerlen, de stad waar ik opgroeide. Het was na afloop van het openingsspektakel op het schouwburgplein, toen de vrolijke menigte zich begon te verspreiden. Ik liep mee met een zwerm die richting station toog, gezellig nakeuvelend, de zomeravond was nog warm. Ineens voelde ik me opgenomen in het nieuwe Zuid-Limburg: daar waar de treinen op metroritme elke tien minuten richting Maastricht, Sittard en Aken sjezen, ook ’s nachts, en waar je je omgeven weet door een buzz aan mensen van allerhande signatuur, Limburgers, (internationale) studenten, (kennis)migranten…

Zover is het nog niet. Deze week was ik opnieuw in Heerlen, bij zonsondergang liep ik vanuit het centrum naar de trein. In het Maankwartier ging een enkeling met de roltrap omhoog. Maan- en Spoorplein, tijdens Cultura Nova vol leven, waren uitgestorven. De Huis­kamer, het stationscafé, was dicht. Op mijn perron lekte het plafond, rond de natte vlek was een rood-wit hekje geplaatst. Twee beduusde studenten uit Athene schoten me aan. Ze hadden een rolkoffertje bij zich en kwamen terug van vakantie. Door een defecte trein in Düsseldorf waren ze op het station van Heerlen beland, maar ze moesten naar Maastricht, waar ze studeerden: oh Maastricht, zo schattig, zo groen, zo veilig.

In de trein vertelde ik iets over de geschiedenis van de streek. Steenkool. Arbeidsmigranten van heinde en ver. Het einde van de steenkoolproductie. Ze knikten: in het noorden van Griekenland worden de bruinkoolmijnen ontmanteld en de mensen zijn er onzeker over hun toekomst. Toen ik het stel in Maastricht uitzwaaide raakte me dit: Heerlen, dat is een stad die voorop ligt in Europa, die een voorbeeldfunctie kan vervullen: talloze Europese steden zitten nog aan het begin van die worsteling, na het sluiten van hun oude industrieën.

En ik dacht aan het verhaal van Mohammed Chahim die naar Polen ging. Ja, Mohammed Chahim uit Helmond, vicepresident van de sociaaldemocraten in het Europees Parlement en de man die met Frans Timmermans Europa moet vergroenen. Hij moest in Polen de boodschap herhalen: ja, de steenkoolmijnen moeten echt dicht. Chahim sprak met een woedende vakbond. „Dat snap ik helemaal”, zei Chahim in een interview. „Ik snap de trots van de mijnwerkers, maar tegelijk willen ze dat hun kinderen niet in de mijnen terechtkomen.” Dus moet er een realistisch, sociaal alternatief komen, zei Chahim. „Niet zoals in Zuid-Limburg, waar een regio in één keer is leeggetrokken.”

De regio, dacht ik. Maastricht, Heerlen, Sittard – alleen als één, verweven, stedelijk én groen gebied heeft Zuid-Limburg de toekomst. Noem het Zuidstad, noem het wat je wil, maar een landstreek die mensen van heinde en ver weet aan te trekken – zo leefbaar, groen, cultuurrijk, veilig – wordt een kloppend hart in Europa.

Reageer

Het is zo winter

De Limburger, 25 augustus 2022

Nu is het nog zomer. Misschien de laatste heel warme dagen in Limburg. Maar de donkere wolken zijn voelbaar: straks komt de winter. Als een rollende sneeuwbal groeit het aantal mensen dat de gasrekening ziet verdubbelen, of erger. Verdubbelen! Ik snap dat dat mensen die veertig keer zoveel verdienen als hun werknemers geen angst aanjaagt. Alleen het voltanken van het luxejacht doet een beetje pijn.

De gierzwaluwen zijn al een maand geleden vertrokken. Op een dag word je wakker en zijn ze weg. Je hoort ze niet meer schreeuwen. Je ziet de schitterende duikvluchten niet meer, ze jagen elkaar niet meer na. Stilte. Nog steeds is het een mysterie waarom ze dat doen: vanuit Afrika naar hier trekken, hier paren en broeden, de jongen groot maken en dan terugvliegen, duizenden kilometers terugvliegen. Waarom?

Pak een krant en hij schreeuwt je toe: het wordt een zware winter in Nederland, in Europa. Maar Europa heeft een troef in handen: als we er deze winter zonder kleerscheuren vanaf komen is Poetin zijn machtigste wapen, gas, uit handen geslagen. Als.Dat is de opdracht van de huidige regering, ervoor zorgen dat we de komende winter doorkomen met z’n allen. Maar ik zie geen urgentie, geen zichtbaarheid. Je zou willen schreeuwen: laat je zien en horen! Straal uit dat het een kolossale opdracht is! Dat je met man en macht gezamenlijk aan het werk bent. Dat je ziet dat een omvangrijk deel van de bevolking om hulp roept: we zakken door het ijs, we werken, we hebben gewoon banen, maar we kunnen de rekeningen niet meer betalen.

Nog zitten de terrassen vol. In Maastricht gaat het Preuvenemint open. Festivals gaan van start. De muziek speelt, het geld rolt, opgespaard geld uit de coronatijd. Mensen lieten hun huis verbouwen, een uitbouw, een dakkapel, gingen weer op vakantie.Maar wie geen geld heeft, die zie je niet op het terras, bij het festival. En straks, in de winter, komt er een vreemde recessie. Een recessie zonder werkeloosheid. Hoe kan het dat er geschreeuwd wordt om arbeid maar dat de lonen niet stijgen? Hoe kan het dat de verschillen in energierekeningen zo enorm zijn? Ja, er zijn leveranciers met energiecontracten, maar de markt valt toch zeker te beteugelen? Een maximumprijs, een ‘bofbelasting’ die ervoor zorgt dat de grote bedrijven die nu exorbitante winsten boeken meer belasting betalen en waaruit minima dan gecompenseerd kunnen worden. En kan de vennootschapsbelasting ook eindelijk weer flink omhoog voor de grote bedrijven?

Kabinet, geef speciale persconferenties net als tijdens de coronacrisis. Leg uit er allemaal tegelijk speelt, wat de mogelijkheden zijn, wat er gedaan kan worden. Verduidelijk, gooi de kaarten op tafel, neem de bevolking mee in de complexiteit. Doe geen simpele beloften, biedt het hoofd aan stokers en lafaards. Geef inzicht. Wat komt er elke dag ter tafel? Wat doen de landen om ons heen? Heel Europa zit met vergelijkbare problemen. Hoe pakken zij het aan? Wat kunnen we ervan leren?

Maar nu iets anders. De egels. De herfst komt eraan maar het is te droog. De egels drogen uit en vinden te weinig eten door het gebrek aan insecten. In Born worden ze gelukkig opgevangen, door vrijwilligers van de egelopvang. Is dat niet mooi? Maar waarom noem ik dat? Hebben we niet iets anders aan ons hoofd? Ja. Maar als ik om me heen kijk dan zie ik hoe liefde voor dieren mensen op de been houdt. Op een brug zag ik een oude man die duiven liet eten uit zijn hand. We kunnen de egels laten verdrogen. Maar wat een voorbeeld, die toewijding bij de egelopvang.

Reageer

Achterhaalde jongenscultuur

De Limburger, 11 augustus 2022

Ik heb mijn vader, die niet meer leeft, nooit iets negatiefs of denigrerends over vrouwen horen zeggen, ook niet als grap. Ik vraag me af of het de generatie was, de laten we zeggen Sinatra-generatie, althans de Sinatra zoals hij opstijgt uit zijn muziek, zijn liedjes: galant en romantisch. Vrouwen behoorden voor mannen van deze generatie nog tot een ander domein, denk ik, het universum van schoonheid en ja, afhankelijkheid. Je behandelde ze als man met respect en lichte verontrusting, want je wist niet wat ze dachten en begreep hun gedrag soms niet – dat was het vrouwelijke. En dat liet je met rust.

Nu zitten we met een heel ander verhaal. Verschillende emancipatiegolven zorgden ervoor dat vrouwen massaal (weer) betaald werk gingen doen en zich invochten in domeinen waar voorheen alleen mannen actief waren. Tegelijk bleven ze het (merendeel van het) huishouden en de zorg doen. Dat is nog steeds zo. Maar nu begint het hard te gaan met vrouwen op tal van (top)posities, en het lijkt erop dat de nodige mannen niet met de tijd zijn meegegaan. Wel de lusten – wij zijn toch gelijk, ik mag jou dus benaderen als iemand die seksueel vrij beschikbaar is – maar niet de lasten: we zijn gelijk, dus laten we elkaar respecteren en stimuleren in al onze keuzes en capaciteiten en taken gelijkelijk verdelen.

Dus als er bij het studentencorps grappen worden gemaakt over vrouwen die hoeren zijn, dan is er niks nieuws onder de zon. Het is precies de uitdrukking van jongemannen die even flink de stemming erin willen brengen, zoals dat zo vaak gaat als groepen mannen bij elkaar zijn zoals Leon Verdonschot zo snedig in een column in De Limburger formuleerde toen hij schreef over een reisje met een oude vriendengroep: ‘Zo gauw de gezamenlijke lach de bulderende oe-klank krijgt en de schouders schokkend op en neer gaan, weet je genoeg: dan is de gezamenlijke intelligentie lager dan die van ieder afzonderlijk lid van de groep, dan is 1+1 opeens 0’.

Dat incident bij het Amsterdamse studentencorps is dus nogal een opgeblazen dingetje geworden, als je het bekijkt in het licht van wat er zoal gebeurt tussen groepen mannen die zich ongezien weten, onder ons. Maar onder de oppervlakte suddert er wel degelijk iets wat blijkbaar schuurt bij mannen binnen het corps. Vrouwelijke studenten zijn al jaren in de meerderheid aan de universiteiten en doen het beter. In tal van bedrijven en organisaties genieten ze bij sollicitaties nu de voorkeur, want die voelen haarfijn de tijdgeest aan. En beeldvorming, daar gaat het om. Zo sjiek is het dus niet meer om te zeggen dat je lid was van een studentencorps waar meer dan eens vrouwen hoeren worden genoemden erger.

Het corps is trouwens allang niet meer voor de elite. Massa’s eerstejaars staan te dringen om er lid van te kunnen worden. Dat heeft te maken met een hang naar vroeger, stelde oud-lid Christiaan Alberdingk Thijm in een rede bij de opening van de lustrumviering van het Amsterdamse corps: ‘een hang naar een gevoel van onaantastbaarheid en je buiten de maatschappij plaatsen’. Maar deze ‘jongenscultuur’ of liever ‘jongensenergie’, stelde advocaat en schrijver Alberdingk Thijm (51), heeft zijn beste tijd gehad. ‘Ik heb ervan geprofiteerd’, zei hij, maar ‘de jongenscultuur bracht ons de kredietcrisis, Brexit, Trump, Harvey Weinstein, Vandaag Inside, Brett Kavanaugh, GeenStijl, Thierry Baudet, Willem Engel en de oorlog in de Oekraïne.’ En daarom, stelde hij, zal precies die hang naar het verleden, dat jezelf buiten de maatschappij plaatsen, het corps fataal worden als het niet verandert.

Reageer

Het menselijk tekort

De Limburger, 28 juli 2022

„Ik ben meer dan de gebeurtenissen in mijn leven”, zei Nilüfer Gündogan in een interview met De Limburger. De in Weert opgegroeide politica die uit de partij Volt werd gezet na aantijgingen van intimidatie en grensoverschrijdend gedrag, weigert zichzelf als slachtoffer te zien. Dat had ze makkelijk kunnen doen: een jeugd met een gewelddadige vader, een echtgenoot die overlijdt als hun zoontje vier maanden is. Daarnaast krijgt ze als politica een voortdurende stroom aan haatberichten. Ze is niet de enige, maar als vrouw en zeker als vrouw van niet-Nederlandse afkomst zijn de berichten malicieus en vaak seksueel getint. Gündogan: „Wat mezelf bij de grote tegenslagen in mijn leven heeft geholpen, is dat ik steeds weer naar voren wilde kijken, mezelf wilde herpakken.”

Zo. Antidotum tegen het slachtofferdenken, tegen de alomtegenwoordige boosheid. Op de radio hoorde ik Sander van Hoorn, die na zestien jaar correspondentschap in het Midden-Oosten en Europa terugkeert naar Nederland, zeggen: het is zo bizar, in het buitenland jubelt iedereen als je zegt dat je uit Nederland komt, maar in Nederland is iedereen boos. Hij wordt nu binnenlandverslaggever om zijn eigen land te herontdekken. Over boosheid en slachtofferdenken hoorde ik nog iemand op de radio, een deskundige op het gebied van trauma. De brede erkenning van het leed van slachtoffers, zei die, heeft geleid tot een trauma-paradox: het begrip trauma is zo aan inflatie onderhevig geworden dat het geen betekenis meer lijkt te hebben. Want als alles trauma is, is niets meer trauma en zo verdwijnt het werkelijke trauma uit zicht en zijn de echte slachtoffers de dupe.

Tegenspoed, zei de deskundige, zit niet meer in ons vocabulaire. Er moet daarom altijd een dader zijn, en die dader moet worden aangepakt. Wie heeft het nog over het menselijk tekort, zei de deskundige, over mensen die met goede bedoelingen fouten maken. Goh ja, dacht ik, het menselijk tekort, dat hoor je nooit meer. Dat was in mijn studententijd wel anders: toen werd je ermee doodgegooid. La condition humaine– daar draaide het om in de boeken die ertoe deden: uit goede bedoelingen en om de eenzaamheid van het leven te bezweren maakt iedereen stomme fouten, verliest zich in een carrière, een revolutie, in publiciteit en sensatie, vergooit liefde en vriendschap en maakt er een puinhoop van.

Misschien kunnen we de notie van het menselijk tekort weer van stal halen? Nee, het leven is niet eerlijk, en nee, mensen zijn vaak niet aardig. Ze zijn manipulatief, hebben een groot ego, bezitten geen inlevingsvermogen, geen consideratie, zijn beledigend, kwetsend, ze spreken kwaad, verdragen geen tegenspraak, liegen, worden woedend, ontploffen. Maar zijn we dan meteen slachtoffer? Ik denk opnieuw aan Gündogan, die in het huidige woordgebruik van slachtoffer dader werd: een intimiderende persoonlijkheid die grenzen overschreed. Misschien heeft haar eigen kranigheid haar belemmerd om voelsprieten te ontwikkelen voor de gevoeligheid van anderen?

Dat is wel een punt dat aandacht verdient als je zulke verantwoordelijkheden hebt. In een groot artikel over grensoverschrijdend gedrag binnen D66 dit voorjaar zei een politiek adviseur: ‘Politiek is per definitie een onveilige omgeving voor jonge vrouwen’. De notie van het menselijk tekort is er dus niet om problematische zaken dan maar van tafel te vegen. Maar wel om soms eens wat te relativeren, even na te denken voordat we boos worden. Want intussen vinden er de meest verschrikkelijke gebeurtenissen plaats in de wereld, extreme, schokkende feitelijkheden die leiden tot afschuwelijke trauma’s waar mensen hun leven lang door achtervolgd zullen worden.

Reageer

De nachttrein naar Zürich

De Limburger, 15 juli 2022

We namen de nachttrein naar Zwitserland. Wat een geluk, want nee, toen we boekten voorzagen we niet dat op Schiphol rijen van honderden meters voetje voor voetje door oneindig laagland zouden gaan. We wilden domweg gelukkig door de nacht reizen: kaboem-kaboem tussen frisse lakens in het slaaprijtuig. Geen drukte, geen rijen, geen gedoe met bagage. Ons oog was gevallen op de Nightjet Zürich, zoals deze nachttrein sinds de lancering, vorig jaar december, heet.

De Nightjet vertrekt aan het begin van de avond vanuit Amsterdam, maar hé, in Zuid-Limburg bevinden we ons al in het hart van Europa, dus ’s avonds namen we kalmpjes de trein naar Aken en stapten over op die naar Keulen. In Keulen moesten we wachten – we hadden ruim gepland – en dronken we een bier bij Gaffel Am Dom, naast het station. Een typisch Rijnlands Brauhaus, groot, druk en rumoerig. Een gezelschap oudere dames en heren, gekapt en gekleed voor de gelegenheid, begon plots spontaan te sjoenkelen, een kluit luidruchtige jongemannen hief met geheven bierpullen een lied aan.

Om vijf minuten voor middernacht liep de Nightjet het station binnen. Een lange, degelijke trein van de Oostenrijkse spoormaatschappij OBB, zagen we, met voornamelijk zitrijtuigen – de passagiers sliepen met hun hoofd tegen het raam, een trui als hoofdkussen. Maar wij stapten in het slaaprijtuig: de bedden waren al opgemaakt, inderdaad met frisse lakens. Tot ons geluk was het rijtuig zo bejaard dat we het raam omlaag konden schuiven – een koele nachtbries drong de coupé binnen. Kaboem-kaboem. Om zeven uur ontbijt, om acht uur aankomst in Zürich.

Daarna koffie met kranten op een terras: Die Zeit, de Neue Zürcher Zeitung. Met buitenlandse kranten krijg je altijd een fijne blik van buiten: al die crises in Nederland zijn geen uniek Nederlands fenomeen, zo blijkt maar weer. Kop uit Die Zeit: ‘Velen moeten de steden verlaten’. Want wonen wordt steeds duurder, vertelt de burgemeester van Tübingen, een stad van zo’n 90.000 mensen ten zuiden van Stuttgart. Er moet een deksel, een bovengrens, op de huur komen, anders kunnen gewone mensen het niet meer opbrengen om in de stad te (blijven) wonen.

De Duitse regering wil 400.000 woningen per jaar bouwen, maar dat is een Alptraum, zegt de burgemeester: bouwen wordt steeds duurder, er is een tekort aan materialen, en het ontbreekt aan vaklui. Andere kop: ‘Deutschland, kannst du das, Umdenken?’ Het is een lange reportage over wat de coronacrisis, de klimaatcrisis en de oorlog teweeg hebben gebracht – ik ga het u niet navertellen, de zorgen en angsten zijn dezelfde als die in Nederland. Ook de verhalen uit de Neue Zürcher Zeitung komen ons bekend voor: nee, we moeten niet gewoon vrede met Poetin sluiten om de almaar stijgende kosten te stoppen, en hoe gaan we om met de aanhoudende instroom van arbeidsmigranten?

We wandelden door de stad en verbaasden ons over de cultuur van buitenbaden in de rivier, de Limmat. Rivierzwembaden midden in de stad, met schone voorzieningen, badmeesters, een lage entreeprijs en soms zelfs gratis toegang. Er is ook een Frauenbad, alleen voor vrouwen en kinderen. En er valt nog iets op: er heerst overal een bepaalde rust. Hoe kan dat? Gedragen de mensen zich anders? Ja, men is beleefder, zeker, maar er is nog iets. En dan dringt het tot ons door: er is nergens muziek, geen top 40, geen boem-boem, geen gezellige meezingers, helemaal niks. Bij het strandbad aan het meer van Zürich lezen we op een bord de filosofie: ‘niet alles wat je leuk vindt is ook toegestaan’. Dus het kan wel, dachten we, weer een wat beschaafder land zijn.

 

Reageer

« Vorige items Volgende pagina » Volgende pagina »