Ontwaakt millennials

De Limburger, 20 mei 2022

‘Waar kan ik die vakbond vinden?’ vroeg de jonge vrouw die naast me in het filmtheater zat. We zagen een documentaire over de snelgroeiende gig economy, waarin losse klussen (gigs) en tijdelijke arbeid de norm worden. Na afloop gaf een hoogleraar in flexibele arbeid uitleg over de situatie in Nederland. Daarin viel het woord vakbond. De jonge vrouw zei dat ze net was begonnen met werken. Die vakbond kon ze wel gebruiken.

Ik deed door de professor een inzicht op: de definitie ‘flex’ slaat niet op werk, maar op inkomen. Een flexwerker is dus iemand met een ongeregeld inkomen. Dat is een andere blik: flexwerk klinkt hartstikke leuk, zeker als je jong bent, lekker vrij, geen negen- tot-vijfbaan. Maar een flexinkomen heeft consequenties, zeker op de lange duur. Gevolgen die je niet overziet als je jong bent. Pensioen? Dat is iets voor later. Geld opzijzetten? Dan moet je wel genoeg verdienen. Gelukkig bestaat er (nog) een basisinkomen voor ouderen: de AOW.

Die hebben we straks hard nodig voor al die flexwerkers zonder pensioen. Want Nederland is flexverslaafd: het behoort tot de top vier in Europa als het gaat om tijdelijk werk. Flexwerkers, oproepkrachten, medewerkers met een nulurencontract en (schijn) zelfstandigen, ze maken volgens het CBS bijna 30 procent van alle werkenden uit. 30 procent! Daar zit een groeiend aantal jongeren bij dat in de online platformeconomie terechtkomt. Het aantal neemt razendsnel toe in de Europese Unie, van 28 miljoen mensen nu tot naar verwachting 43 miljoen in 2025 (nieuwssite Europa Nu). Pizza laten brengen met een biertje erbij? Elke keer als je iets laat bezorgen stop je geld in de gig economy die draait op stuktarieven en flexwerkers.

Nou en? zegt u dan. Ik zie alleen maar jonge mensen voor die koeriersdiensten. Heerlijk baantje toch? Zeker, leuk bijbaantje als student, maar voor wie ervan moet leven is het een ander verhaal. Wie ouder wordt en niet de capaciteiten, de diploma’s of de papieren heeft moet hard werken tegen doorlopend lage verdiensten en nul pensioen. Terwijl de slimme, gezonde student die straks een goedbetaalde baan heeft niet maalt om dat stuks tarief, maar er wel mede debet aan is dat de verdiensten laag blijven. Wie goed verdient, kan geld opzijzetten en beleggen, bijvoorbeeld in bedrijven die winsten maken dankzij goedkope arbeid. En zo is de cirkel rond.

Dus Nederlandse millennialsocialisten, waar blijven jullie? Gaan jullie wachten tot de PvdA en GroenLinks eindelijk over hun schaduw heen zijn gesprongen (gaap)? Jullie kunnen opkomen voor iedereen die getroffen wordt door de flexverslaving, ongeacht wie ze zijn, welke waarden ze delen, waar ze vandaan komen. Man of vrouw of non-binair, zwart of wit, gelovig of ongelovig, fan van Johan Derksen of Sylvana Simons. Wat er op het spel staat is dit: blijven jullie toekijken hoe Nederland in een lagelonenland verandert of gaan jullie ervoor zorgen dat in dit land iederéén in de welvaart deelt?

Kijk gewoon naar Connor Rousseau! Wie zeg je? Ja, Connor Rousseau, met 29 jaar de nieuwe partijleider van de Vlaamse socialisten. Na jaren verlies staan de socialisten in Vlaanderen weer op winst. Hij sleepte de partij uit een crisis en gaf haar een nieuwe naam: Vooruit. Op Instagram is hij te vinden als @KingConnah (141.000 volgers): vlot, witte sneakers, T-shirt. ‘Keihard feestvieren en actievoeren,’ zegt hij in een filmpje. In de Vlaamse krant De Standaard zei hij: ‘Ik vind niet dat iedereen evenveel moet verdienen, maar nu zijn er niet eens gelijke kansen in dit land. Keiveel jongeren worden aan hun lot overgelaten en hun toekomst ligt al bijna vast.’ Voila. Millennials: Ontwaakt!

Reageer

Andere zorg voor pechvogels

De Limburger, 6 mei 2022

Hoe vrij kun je zijn als je in je hoofd geen ruimte voor vrijheid hebt? Dat zat ik me dezer dagen af te vragen toen ik las over een belangwekkend initiatief. De Brightlands Campus in Heerlen – waar gewerkt wordt aan digitale oplossingen voor maatschappelijke problemen – krijgt van het ministerie van Binnenlandse Zaken startgeld voor een project om armoede en schulden terug te dringen.

Inmiddels leven in Nederland meer dan een miljoen mensen op of onder de armoedegrens. Honderdduizenden gaan gebukt onder schulden. Volgens Brightlands Heerlen kampen zo’n 1,5 miljoen Nederlanders met problematische schulden, 40 procent heeft onvoldoende financiële inzicht voor het runnen van een gezond huishouden. Deze mensen zijn, kort gezegd, de godganse dag bezig met de vraag hoe ze hun huur, gas, water en licht, dagelijkse boodschappen en andere rekeningen nog kunnen betalen. Dat levert zoveel stress op dat het brein gaat tegensputteren en dichtklapt. Rekeningen worden genegeerd, er wordt (nog meer) op krediet gekocht, de schulden lopen op en men komt er niet meer uit.

Het idee achter het Brightlands ‘Lab Armoede en Schulden’, dat zich richt op Heerlen, is even simpel als prikkelend: je kunt mensen wel toegang geven tot allerlei hulp en toeslagen, maar het is natuurlijk veel beter als ze helemaal niet in de armoede en schulden terechtkomen. Via data-analyse en kunstmatige intelligentie gaan onderzoekers bekijken hoe mensen exact in de problemen belanden. ‘Denk aan de gevolgen van te hoge hypotheken, studieleningen, zzp’ers zonder pensioen, een echtscheiding, een zwaar ongeluk of ziekte’, zegt Pieter Custers op de site van Brightlands. ‘Als we de data over dit soort levensgebeurtenissen op een goede manier kunnen ontsluiten’, zegt hij, ‘dan kunnen we komen tot op maat gemaakte adviezen voor burgers om te voorkomen dat ze in de problemen komen’.

Goed initiatief. Diepgaande kennis van de problematiek is een begin. De Nederlandse politiek komt langzaam tot het inzicht dat de groeiende ongelijkheid niet zomaar stopt. Dat decennia van heilig vertrouwen in de markt en in de individuele verantwoordelijkheid van de burger hebben geleid tot een groot wantrouwen tegen de overheid. Nu gaat het erom die ongelijkheid aan te pakken. En, nog belangrijker: om anders naar ongelijkheid te kijken.

Want de Nederlandse politiek heeft van mensen die het minst weerbaar zijn ingewikkelde verplichtingen gevraagd. Je vraagt van mensen met weinig geld en een lage opleiding dat ze de gevolgen van een ingewikkeld onlinesysteem voor het regelen van toeslagen kunnen overzien. Je vraagt van bijstandsmoeders en -vaders dat ze zich een weg banen door een woud van regelgeving en loketten. Van gestreste mensen met schulden vraag je digitale handigheid en de sociale vaardigheid om telkens met andere hulpverleners te communiceren.

En als ze dat niet blijken te kunnen, als ze fouten maken, dan hebben ze het aan zichzelf te wijten. Hoe mooi is eigen verantwoordelijkheid als je gezond bent, een goed stel hersens hebt, een behoorlijke opleiding en een financieel vangnet in de vorm van ouders die wel wat kunnen opvangen. Dan kun je het je permitteren om fouten te maken, dan heb je een vrij hoofd en speelruimte om te bewegen, voorwaarden om vooruit te komen.

Die vrijheid is voor een groep mensen in Nederland beperkt. Simpelweg omdat ze de instrumenten niet hebben. Bij bestuurders moet toch een lichtje opgaan nu blijkt dat bijna de helft van alle gedetineerden een licht verstandelijke beperking heeft, zoals Trouw op 13 april berichtte. Ongelijkheid komt niet alleen maar voort uit een gebrek aan kansen. En dat betekent dat er een andere aanpak moet komen voor mensen die niet mee kunnen, die pech hebben.

Reageer

De zachte kracht van Lilianne Ploumen

De Limburger, 22 april 2022

In het Russische leger heerst volgens deskundigen een extreme cultuur van geweld. De training focust op disciplinering en het uittesten van mannelijkheid. Dienstplichtigen worden blootgesteld aan vernedering, mishandeling en verkrachting. Wie dat heeft doorgemaakt gaat hetzelfde gedrag vertonen uit overlevingsdrang. Als het om de vijand gaat is er geen rem. Frustratie, wraak en woede zoeken een uitweg, opgepompt door adrenaline, alcohol en drugs. Verkrachting van vrouwen is deel van de geweldscultuur. En de commandant zegt geen nee.

Ik moest aan dit alles denken toen ik op de radio hoorde dat een Russische soldaat van zijn vriendin in Rusland ‘toestemming’ kreeg om Oekraïense vrouwen te verkrachten, het ultieme bewijs dat de zieke propagandaoorlog van de Russische dictator is geslaagd. Een doctrine die neerkomt op het met alle geweld doordrukken van jouw wil, van jouw opvatting over leven, land en samenleving. Als het nazistische, door het westen verwijfde Oekraïne niet wil luisteren, dan verkrachten we het en maken het kapot.

Te midden van al dit gewelddadige nieuws hoorde ik Lilianne Ploumen zeggen dat ze ‘niet goed genoeg’ was als PvdA-leider. Ze was niet de ideale leider. En ze wist het al een tijdje, ‘en u waarschijnlijk ook’. Vooral die laatste toevoeging trof me. Ploumen bekeek zichzelf door de ogen van mensen met hoge verwachtingen. En in die ogen zag ze dat ze niet voldeed. Dus trad ze terug. Ze maakt plaats voor iemand anders. Ze zegt: nee, ik kan dit niet. Ze toont moed in het vermogen zwakte te laten zien. Je zou willen, dacht ik door Ploumens woorden, dat er meer moed getoond zou worden via zwakte.

‘Ik kan dit niet’ – dat zou heel wat slachtoffers schelen, in het klein in Nederland, in het groot in de oorlog in Oekraïne. Je zou willen dat zo’n 20-jarige soldaat ‘nee’ zou kunnen zeggen. ‘Nee, ik kan dat niet. Ik verkracht geen vrouwen.’ Maar de commandant weet dat vrouwen verkrachten een effectief oorlogsmiddel is, vooral in een gemeenschap waarin de eer van vrouwen in het geding is. ‘Terwijl het meestal de vrouw is die wordt verkracht, met alle fysieke en mentale consequenties van dien, voelen mannen zich vaak gedupeerd: het zijn immers ‘hun’ vrouwen die worden verkracht, hun gemeenschap die wordt onteerd,’ legde Jelke Boesten, hoogleraar Gender en Internationale ontwikkeling, in NRC uit. ‘De schaamte die gepaard gaat met verkrachting slaat zo niet alleen terug op de slachtoffers, maar op de hele gemeenschap.’

Zo wordt verkrachting een wapen dat naar willekeur ingezet kan worden. Wie vraagt: hoe kan het dat jonge Russische mannen zo gewelddadig zijn, moet hierin het antwoord zoeken. Die moet niet, zoals de Oekraïense president Zelenski deed, de moeders van Russische soldaten aanspreken op hun gewelddadige zonen. Die zonen worden zo gemaakt, in de dolgedraaide geweldscultus van de Russische dictator. Ik denk aan de vrouwen tegen wie dat geweld wordt gebruikt. Stel je verkrachting voor, en vervolgens zwangerschap na verkrachting. En dat in een oorlog, zonder hulp, opvang, gerechtigheid, toegang tot abortus. Niet alleen in Oekraïne, maar ook in andere landen waarin gevochten wordt en waar de rechten van vrouwen worden geschonden.

Lilianne Ploumen speelde een rol in het beschermen van deze vrouwen. Als minister voor Ontwikkelingssamenwerking dichtte ze met de oprichting van SheDecides het gat dat Trump had geslagen in de gezondheidsprogramma’s voor vrouwen en meisjes wereldwijd – tienerzwangerschappen en moedersterfte namen weer toe, het aantal onveilige abortussen steeg, de breinaald keerde terug. In een mum van tijd kreeg de Limburgse politica een internationale coalitie op de been die honderden miljoenen euro’s bijeenbracht voor geboortebeperkingen en abortus. Van mij een buiging voor Lilianne Ploumen.

Reageer

Woorden kun je niet vernietigen

De Limburger, 8 april 2022

Ooit had ik een interview met een Roemeense schrijfster die naar het Westen was gevlucht. Jarenlang was ze geterroriseerd door de Securitate, de Roemeense veiligheidsdienst. Ik vroeg haar waarom ze niet eerder was vertrokken. ‘Ja maar!’ viel ze uit, ‘waarom zou ik vertrekken? Ik ben daar geboren! Ik hoor daar, in dat land! Het kan toch niet zo zijn dat de dictator blijft en dat alle anderen gaan?’

Ik moet vaak aan deze woorden denken, nu zoveel Oekraïners vluchten, met achterlating van alles wat hun dierbaar is, huis, werk, hun hele sociale omgeving, inclusief familieleden en vrienden die niet kunnen vertrekken, of niet willen – precies om die reden: waarom moet ik gaan? Dat de Russen vertrekken! De onverzettelijkheid van de blijvers is ongelooflijk. Ik lees en hoor het en heb er diep respect voor.

Woorden kun je niet vernietigen, zei een Oekraïense schrijver die weigert te vertrekken op de radio. Je kunt alles vernietigen, zei hij, maar de woorden zullen blijven. Woorden die nu geschreven worden, die straks deel zullen zijn van de oorlogsliteratuur van Oekraïne. In Oekraïne blijven schrijvers schrijven, is het niet digitaal of op papier, dan is het wel in hun hoofd.

Schrijver Artem Chapeye (40) sloot zich als vrijwilliger aan bij het leger. ‘Het verbazingwekkendste is’, zei hij vanuit de frontlinie in een interview met The New Yorker, ‘dat de meesten van ons niet verwacht hadden dat we zoveel verzet en solidariteit in ons hadden.’ Hij krabbelt alleen dagboeknotities, maar de verhalen verzamelen zich in zijn hoofd. ‘Vrouwen baren kinderen in schuilkelders, ouderen vervoeren de lichamen van hun buren in kruiwagens, honden en schapen volgen het leger omdat ze hun baasjes zijn kwijtgeraakt.’

Schrijfster Natalia Yavorska, een pseudoniem uit zelfbescherming, beschreef haar evacuatie door de Russen uit een dorp bij Marioepol (gepubliceerd door het mediaplatform OpenDemocracy). Niemand wilde vertrekken, en al helemaal niet naar Rusland. Ze moesten. Na een week van zware bombardementen kwam ze voor het eerst uit de schuilkelder. ‘Het is een surrealistisch gevoel als je ziet dat je oude school nu een hoop stenen is, en schoolboeken overal bezaaid liggen. Er hing nog steeds een plaat aan de muur, de erelijst van de school, met een foto van mijn zus, en overal om ons heen waren Russische soldaten.’

Na een gruwelijke tocht de grens over, via een Russisch doorgangskamp waar ze ondervraagd en bedreigd werd, wist Yavorska op de trein te springen naar familie in Rostov. ‘Het was absurd. Ze waren heel gastvrij, maar totaal gehersenspoeld door Russische propaganda.’ Op de trein naar Moskou duizelt het haar. ‘Treinreizigers beweerden dat in Marioepol biologische wapens gemaakt werden om de voortplantingsorganen van Russische vrouwen te verwoesten. Het voelde als een soort collectieve waan. Voor de oorlog geloofde ik echt dat Russen niet hetzelfde waren als Poetin. Ik was ervan overtuigd dat niemand oorlog wilde met Oekraïne. Nu denk ik dat zelfs verstandige mensen in Rusland er verantwoordelijk voor zijn.’

Schrijver-regisseur Oleh Sentsov (45), afkomstig uit de Krim, liep zes weken geleden in smoking over de rode loper in Kiev, vanwege de première van zijn film Rhino. Nu is hij vrijwilliger in het leger. ‘Op dit moment’, zegt hij in een interview met The Atlantic, ‘denk ik niet aan films. Ik ben geen filmmaker. Tot de overwinning ben ik een soldaat’. Al weken zit Sentsov in de loopgraven. Over het verbeelden van de oorlog zegt hij: ‘het echte gezicht van oorlog, het ware gezicht, is er een waar je niet over kunt lezen, die je niet op het nieuws kunt zien. Je moet het met je eigen ogen zien’.

Reageer

Volt liet Gündogan in de kou staan

De Limburger, 29 maart 2022

Is er iemand die zich erover verbaast dat Marc Overmars een nieuwe topbaan in het betaald voetbal heeft? Wie vreesde dat de arme man voor zijn leven getekend zou zijn en aan de bedelstaf zou raken – hij gaat meer verdienen dan bij Ajax. Flinterdun is de verhitte buitenkant van de samenleving, als een buitenbad bij felle zon. Aan de oppervlakte is het warm, maar daaronder blijft het akelig koud.

Akelig koud is het bijvoorbeeld voor Nilüfer Gündogan, het Kamerlid dat uit de Volt-fractie werd gezet en werd geroyeerd als partijlid. Ik betrapte me erop dat ik zocht naar bijval of op z’n minst begrip voor haar. Het is dun gezaaid. Toch is het op z’n zachtst gezegd opmerkelijk dat Volt-fractievoorzitter Laurens Dassen het besluit om Nilüfer Gündogan uit de partij te zetten motiveerde door naar de media te verwijzen: naar NRC dat onderzoek naar de Volt-melders tegen Gündogan had gedaan, en naar de talkshow Jinek, waarin Gündogan zich verweerde.

Dus Volt had de anonieme melders, de eigen medewerkers van de partij, niet zelf uitgebreid gesproken, maar liet de berichtgeving van de krant zwaar wegen? En Volt viel erover dat Gündogan zichzelf verdedigde in een tv-show, terwijl de partij haar eerder niet de kans had gegeven om dat binnenshuis te doen. Om het geheugen op te frissen: Nilüfer Gündogan werd in februari plotseling geschorst als fractielid op beschuldiging van ‘grensoverschrijdend gedrag’. Om wat voor gedrag het precies ging werd niet bekendgemaakt en ook Gündogan zelf werd daarover niet door de partij geïnformeerd.

Ik noem dat een vorm van geweld. Het bestuur van Volt zegt het verschrikkelijk te vinden dat de melders onvoldoende zijn beschermd. Maar hoe zit het met de bescherming van Gündogan, de eigen fractiegenoot met wie Volt zo trots de landelijke politiek bestormde? Zij heeft net zo goed recht op bescherming, ondanks de aantijgingen die tegen haar gedaan zijn en die wijzen op intimiderend, dominant en soms handtastelijk gedrag, waarbij Gündogan zich in al haar bevlogenheid van geen kwaad bewust leek.

Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat Volt-medewerkers die door NRC geschetst worden als ‘jong, hoog opgeleid en verbaal sterk’ niet in staat waren om met z’n allen rond de tafel te gaan zitten om dat gedrag bespreekbaar te maken, zeker nadat ze zich eerst als dolenthousiaste fans gewarmd hadden aan het vuur van Gündogan, een vrouw die werd geboren in Turkije en op jonge leeftijd naar Nederland kwam. Die een moeilijke jeugd had, getekend door een gewelddadige vader. Die geregeld haar studie geneeskunde in Amsterdam onderbrak vanwege de situatie thuis. Die haar studie niet afmaakte, maar via D66 in de Amsterdamse gemeentepolitiek opklom en in 2021 voor de nieuwe partij Volt in de Tweede Kamer werd gekozen. De vaandeldrager van Volt: vrouw, migratieachtergrond, op eigen kracht ingevochten. Juist zo iemand, zou je denken, gun je bescherming in je partij.

Ik heb waardering voor de enkeling die zich liet horen. ‘Je zult maar anoniem beschuldigd worden en geen gelegenheid krijgen je te verdedigen,’ aldus een lezer van De Limburger. Daar is eigenlijk alles mee gezegd. Een NRC-lezer raakte aan een ander essentieel punt. Hij verbaast zich erover dat de mogelijke beweegredenen van de melders, ‘hekel, haat, rancune?’, buiten beschouwing werden gelaten in de krant en hij schrijft: ‘Wat opvalt is dat – zo het allemaal klopt – helemaal niemand zich volwassen en dus weerbaar heeft opgesteld.’ ‘Weerbaar’ – dat is een woord dat wat mij betreft naast het woord ‘onveilig’ mag staan. Wie is wanneer onveilig en wanneer word je verondersteld weerbaar te zijn? In de politiek, weet iedereen, moet je tegen een stootje kunnen. Wie zich daar eerst warmt, kan zich ook een keer verbranden.

Reageer

Laten we hem Tofkap noemen

De Limburger, 11 maart 2022

This is Putin’s war, dit is Poetins oorlog. De zin echoot over de wereld: de oorlog van één gek – hoe is het mogelijk, zoveel leed veroorzaakt door één man. Een fanaat, afgesloten van elk emotioneel contact volgens de kenners. Vooral sinds corona – doodsbang om onverwachts het loodje te leggen, ja, voordat hij zijn grand project heeft voltooid: eerherstel voor Rusland.

Voor de man in Moskou is Oekraïne geen land, maar deel van het Russische rijk en moet het voor eens en altijd terugkeren in de moederschoot. Het is nu of nooit – hij wordt dit jaar zeventig. Maar waarom toch? Waarom is het zo belangrijk voor de man? Oké, hij wil zich nog één keer waarmaken, voordat hij straks van het podium valt. Dus hij volgt, excuser le mot, zijn pik: geef me dat land terug, of anders pak ik het terug. Simpele ziel. Of is er meer?

Er kwam iets interessants ter sprake in de tv-show M deze week, waarin een filmpje van een Russische kerkvader werd getoond. Die zei: ‘De wereld van zogenaamde vrijheden, weet u wat dat is? De gaypride! De machthebbers daar eisen het houden van een gaypride als een bewijs van loyaliteit.’ De Russische inval verklaard vanuit een angst voor anderen, voor mannen en vrouwen die niet aan het plaatje voldoen van de masculiene alfaman en zijn zorgzame, liefdevolle echtgenote.

Een cultuuroorlog, niet uitgevochten met woorden, maar met wapens, over de rug van duizenden verwoeste levens. Maar dat boeit niet in het Kremlin, want stel je voor: straks wordt de Oost-Europese cultuur verzwakt door mietjes en manwijven! Zo’n cultuur kunnen we niet hebben naast de deur, bij ons broedervolk. De decadente vrijheidsdrang van die zwakkelingen in Kiev die een gaypride willen houden moeten we afkappen.

En kijk, daar steekt Thierry Baudet zijn hoofd om de hoek: Poetin als de geliefde leider van het geloof in conservatieve, traditionele waarden die in het westen verloren gaan door de wakkere krachten van allerlei groeperingen die hun rechten opeisen: vrouwen, mensen van kleur, van andere seksuele geaardheden, andere religies. Maar er is nieuws voor Poetin en Baudet: de tegenstand van de Oekraïners is veel en veel groter dan verwacht. Het verlangen om de eigen koers te bepalen, om zich niet te laten zeggen wat ze wel en niet mogen, om onafhankelijk te zijn, is zo groot dat ze er massaal voor willen vechten. Dat moet ongetwijfeld de grootste schok zijn voor de bezetene in zijn Russische paleis: het broedervolk wil écht liever bij het Westen horen. En dat naast de deur! Wat een schrikbeeld moet dat zijn: een liberaal, democratisch Oekraïne, een voorbeeld voor Russische jongeren, voor de oppositie…

En intussen is er, op een paar landen na, vrijwel niemand in de wereld die pruimt wat er gebeurt. Poetin is aardig op weg totaal gecanceld te worden. De dagelijks groeiende economische sancties treffen de Russische economie harder dan hij voor mogelijk had gehouden. En daar komt bij: niet alleen regeringen, ook bedrijven, organisaties, activisten en individuen zijn bezig met een aanval op de man in het Kremlin en zijn achterban. Laten we onze blik afwenden van de zeloot in het Kremlin. Hier, in het decadente Westen kunnen we dankzij onze onafhankelijke pers oog hebben voor mensen in ijskoude schuilkelders zonder eten of water. Voor ouders in paniek, die maar één gedachte hebben: hoe brengen we onze kinderen in veiligheid. Laten we de man dat wereldpodium niet langer gunnen, zijn naam niet langer uitspreken. Laten we hem van nu af aan Tofkap noemen – The One Formerly Known As Putin.

Reageer

Nog sneller, nee bedankt

De Limburger, 25 februari 2022

Ik werd op de Groene Loper bijna van de sokken gefietst door een flitskoerier. Ja, de flitsbezorgers zijn nu ook in Maastricht aangeland, ze sjezen over de wandelboulevard. Er is een flinke dark store gekomen, een distributiecentrum vanwaaruit online boodschappen razendsnel bij je thuis worden bezorgd. Die jongens en meisjes fietsen alsof de duvel hen op de hielen zit, dus de Groene Loper, bedoeld om wat rust te brengen in het hectische leven van alledag, dreigt nu een fietssnelweg te worden.

Flitsbezorging is the next step in de aanzwellende business van pizzakoeriers en andere thuisbezorgdiensten – op de vleugels van corona meegevlogen. Alleen: nog iets sneller, ja, ‘bezorgd in minuten’ schreeuwt de zuurstokroze zuilreclame langs de straat, ‘sneller in huis dan je een verse salade maakt.’ Dus hou maar op met het bereiden van je eigen salade, wij zijn al onderweg! In die tijd kun jij iets anders doen, iets leuks of nuttigs. In elk geval bespaar je kostbare tijd dankzij ons!

En je denkt: ach, waarom ook niet? Waarom zou ik de regen ingaan als het niet nodig is? Ik zit lekker achter mijn scherm. En terwijl jij lekker achter je scherm zit, gebeurt er iets. De samenleving wordt nog wat sneller dan je gewend was. Je kunt weer iets meer doen met je tijd. Je kunt weer iets productiever zijn. Ook de organisatie waar je voor werkt merkt dat, er kan meer werk in minder minuten. Ja, laten we de klok erbij halen: die vijf minuten die je eerst nodig had kunnen er best vier worden. Immers: voor je eten hoef je de deur niet meer uit. Nee, door op de bank te blijven zitten, ben je heel bewust bezig. Die nieuwe koerier bezorgt namelijk geen vetbommen zoals pizza’s met kaas en salami, maar organische linzen en salades.

Dat de productiviteit steeds verder wordt opgeschroefd is trouwens geen overbodige luxe, roepen de werkgevers in koor, gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Meer dan ooit is het elke minuut die telt. Google ‘werkdruk’ en de minuten vliegen je om de oren, vooral in de zorg. Een paar jaar geleden had een thuiszorghulp nog 40 minuten voor douchen en aankleden, nu 20 minuten. Steunkousen aantrekken: 5 minuten per kous.

Op papier kan alles, maar in de praktijk lukt het niet,’ aldus een 57-jarige medewerkster in de thuiszorg tegen RTL Nieuws. ‘Ik ben al wat ouder, dus ik heb er maling aan als het niet lukt. Maar je hoort dan wel in een teamoverleg: we zijn over de tijd heen gegaan. En dat kan niet, vanwege de indicaties en de toegekende uren zorg die mensen mogen ontvangen’. De indicaties, daar gaat het om – de minuten moeten kloppen, die moeten gecontroleerd worden. Controle is het hart van de klok.

Vroeger had je vertrouwen – je legde de zorg in handen van de verpleegster – nu is er controle. En vertrouwen is goed, maar controle is beter! De patiënt, pardon, cliënt, pardon zorgconsument heeft recht op zoveel minuten zorg, niet meer. De thuiszorghulp: ‘Je bent heel gehaast. Als mensen beginnen te praten dan denk ik al: daar heb ik geen tijd voor, hoewel ik dat wel graag zou willen’.

Je valt een land binnen en je noemt het een vredesmissie. Je stopt met praten tegen eenzame ouderen en je noemt het zorginnovatie: mensen helpen als product. Alles kan sneller, maar moet het ook sneller? Waar is het gezond verstand? Wie stopt dit? Waar zijn de vakbonden? Of moeten we ons erbij neerleggen, machines inschakelen, robots, apps? Maar wordt dan alles niet nog sneller? Ik verlang ineens heftig naar een rustige wandeling op de Groene Loper…

Reageer

Potloodventer 2.0

De Limburger, 11 februari 2022

Het was eind jaren zeventig, je zus en jij fietsten elke dag de 3 kilometer naar school en terug. Heen ging het naar Heerlen in drommen, scholieren uit andere dorpen namen dezelfde weg. Terug was het stil op het landweggetje naar Ten Esschen en meestal fietste je alleen – je zus had haar eigen rooster. Op dat stille landweggetje diende zich om de zoveel tijd een potloodventer aan. Hij stelde zich verdekt op tussen de struiken, net voorbij het fietstunneltje onder de snelweg: een fuik. Bij het naderen van het tunneltje schoot het door je hoofd: misschien stond hij er weer? Waarom had je niet gewacht totdat je met je zus mee kon fietsen?

Gejaagd snelde je de helling naar het tunneltje af, om met een rotvaart door de bocht te sjezen, zodat je in elk geval zo snel mogelijk voorbij de plek zou zijn waar hij zou staan, en je het niet hoefde te zien: de man met zijn ding. Als hij er stond racete je als een dolle de rest van de weg naar huis – alsof hij achter je aan kon komen. Zolang hij er stond, was je op de fiets in elk geval sneller. Op zekere dag fietste je opgelucht voorbij de plek, de kust was vrij en je zwierde vrolijk de heuvel af toen je achter je het geronk van een brommer hoorde. Net toen het bergop ging hoorde je dat de brommer achter je vaart minderde en voordat je het wist was hij naast je: een man op een bromfiets met zijn ding uit zijn broek, bewegingen makend met zijn hand. Sinds je tienerjaren kun je geen brommer achter je horen zonder dat je eraan denkt: de potloodventer op zijn bromfiets.

Vier decennia later is er de potloodventer 2.0, de man die vrouwen belaagt met zijn dickpic. Wat is dat voor een fenomeen? Wat bezielt die mannen? Maar wacht, waarom vraag ik dat? Want met die vraag probeer ik me te verplaatsen in de man. En dat is precies wat er de afgelopen decennia is gebeurd: vrouwen hebben zich verplaatst in mannen, hebben zich aan hen aangepast, waardoor ze zijn opgeschoven op de maatschappelijk ladder. Intussen hebben mannen niet meebewogen, of in elk geval te weinig. Anders zouden we nu niet met de brokken zitten.

Nu zegt u: overdrijf toch niet zo. De meeste mannen deugen. Die oude potloodventers waren ziek. En de nieuwe zijn gewoon zielig. Uit reacties op mijn laatste column kan ik opmaken dat sommige mannen zich ergeren aan het debat. ‘Laten we niet vergeten,’ schreef een lezer, ‘dat deze hele discussie op het overgrote deel van de mannen (gelukkig) helemaal niet van toepassing is. Ook niet op mijzelf. Toch word ik hier door de wijze van discussiëren op aangesproken, terwijl ik me geenszins aangesproken voel.’

Ach, natuurlijk, hoe ongevoelig van mij, ik moet me wel een beetje inleven. Waarom sturen mannen dickpics? Nee, laten we het omdraaien. Wat vinden vrouwen ervan? Het is nu tijd voor mannen (ja, in het algemeen, ook al gaat het niet om jou) om zich in vrouwen te verplaatsen. Hoe voelt dat: wanneer je ongevraagd plaatjes van piemels krijgt toegestuurd? Laat ik bij jongere vrouwen te rade gaan. Zij krijgen ze via Instagram of Snapchat met regelmaat ongevraagd toegestuurd, van mannen die ze niet of nauwelijks kennen. ‘Ongevraagd is nooit oké,’ zeggen de vriendinnen uit Heerlen die van de oogst aan dickpics een scheurkalender maakten. Mijn eigen dochter (22) zegt resoluut: ‘het is gore online seksuele intimidatie en als het door een meerdere gebeurt puur misbruik’.

Reageer

Der Mann

De Limburger, 28 januari 2022

Honderden vrouwen veranderen deze week op LinkedIn hun naam in Peter. Ik las dit bericht en veerde op. Ik had namelijk net een boek op Marktplaats gekocht onder de voornaam Peter. Leek me beter. Waarom zou de afzender moeten weten dat ik een vrouw ben? Blijkbaar was ik niet de enige die zo dacht. De actie op LinkedIn was bedoeld om aandacht te vragen voor een bijzonder fenomeen: er zijn namelijk meer directeuren van beursgenoteerde bedrijven die Peter heten dan directeuren die vrouw zijn. Daar wilde Women Inc even aandacht voor vragen. ‘Peter,’ stelt de organisatie die gelijkheid wil versnellen, ‘staat voor een gebrek aan diversiteit op de werkvloer. Niet alleen wat betreft geslacht, maar ook qua achtergrond en leeftijd.’ Sommige mannen, liet Women Inc weten, veranderen deze week hun naam in Petra, uit solidariteit.

Ha leuk. Zouden er ook mannen zijn die zichzelf Petra noemen op Marktplaats? Nee, dat zal wel niet. Rara, hoe kan dat. Eigenlijk idioot dat je jezelf Peter gaat noemen uit zelfbescherming (je weet maar nooit). Mannen hebben daar geen last van. Door alle media-aandacht die geregeld opvlamt, voor MeToo, voor machtsmisbruik, voor ongelijkheid, zou je bijna vergeten dat het in de praktijk best langzaam gaat met die gelijkwaardigheid. Dat is de misvatting: aandacht en verontwaardiging – nu weer volop in beeld door de misstanden bij The Voice – betekent nog niet dat er meteen van alles verandert.

Wat er wel gebeurt: vrouwen die met terugwerkende kracht denken: dat wat toen gebeurde, had ik nooit moeten accepteren. Ik had lawaai moeten maken, iets moeten zeggen, hem een klap moeten verkopen. In plaats daarvan glimlachte ik, om de man niet te kwetsen. Om niet flauw te zijn, de sfeer niet te verpesten, om te laten zien dat je heus niet kinderachtig bent. Met terugwerkende kracht zijn vrouwen in hun waardigheid aangetast, aangerand, of erger.

En trouwens niet alleen vrouwen. Een tijdje terug kreeg ik op een eerdere column over dit onderwerp een reactie van zanger, schrijver en acteur Ger Bertholet. Hij schreef me: ‘Hoe destructief (niets ontziend/meedogenloos/schijt aan alles) mannen kunnen zijn heb ik leren kennen en overleefd in militaire dienst en bij de KWJ (Katholieke Werkende Jongeren, PQ). De KWJ had een fanatiek voetballende coördinator met de spelopvatting dat als je iemand de schenen kapot schopte je het kapot schoppen niet waard was als de scheidsrechter het zag.’

Als geen andere Limburgse schrijver heeft Ger Bertholet in zijn werk het trauma verwoord dat met terugwerkende kracht vrouwen én mannen opnieuw vernedert en ontmenselijkt: in de katholieke instituties, de katholieke gezinnen, gedomineerd door mannen die hun macht botvierden. ‘In een gemeenschappelijkheid,’ schrijft Ger, ‘waarin problemen nooit met naam genoemd werden, dus als ze toch niet bestonden ook niet opgelost hoefden te worden.’

Dus wie werd vernederd, aangerand, of erger, moest er het zwijgen toe doen. Dit heeft een naam, zegt Ger. Het is een haast collectieve PTSS (posttraumatische stressstoornis). En toch willen velen er nog steeds niet van horen. Ger: ‘We zijn ons amper bewust van onze eigen geschiedenis en zouden gillend wegvluchten als we met PTSS gediagnostiseerd werden.’

Er is een lied van Udo Jürgens, laat Ger weten. Het is een van zijn laatste liedjes (de zanger stierf in 2014), maar bijna niemand kent het. Het heet Der Mann ist das Problem. ‘In 2014 hoorde ik Jürgens Der Mann in Keulen zingen. Op de radio heb ik het daarna welgeteld 1 keer gehoord.’ Ger voegde een link bij van het lied met de officiële video. Tikt u de titel maar eens in: een verwoestend testament van Der Mann.

Reageer

Nieuw Limburgs kwartiertje

De Limburger, 14 januari 2022

Ik vond het wel mooi dat Emile Roemer als kersverse gouverneur het Limburgs kwartiertje ter sprake bracht in zijn eerste nieuwjaarstoespraak. Hij gaf er wel een draai aan: ‘Een klein kwartiertje waarin mensen nog even kunnen nadenken of hun bericht echt de wereld in moet en niet onnodig kwetsend of bedreigend is voor een ander.’ Een kwartiertje langer nadenken, dat lijkt me een wijze raad om het jaar mee te starten.

Die mogen ook journalisten en opiniemakers zich ter harte nemen: net iets meer reflecteren op het vak. Verschillende kranten, inclusief De Limburger, werken gelukkig aan journalistieke zelfreflectie, via een ombudsman, via een hoofdredacteur die lezers een blik in de keuken gunt. En via de lezers zelf. Die vragen erom, steeds dringender.

‘Een nieuw kabinet, dan graag ook een nieuwe journalistiek’ – op een lezersbrief met deze kop in de Volkskrant volgde een stroom aan instemmende reacties. De briefschrijfster ergert zich eraan dat de journalistiek de nieuwe regering lijkt af te serveren voordat deze goed en wel begonnen is, dat ze ‘door zure artikelen heen moet lezen’ om aan feitelijke informatie te komen. Ze vraagt van de krant ‘of het mogelijk is om andere journalistiek te bedrijven. Om plannen op hun merites te beoordelen (…), om mensen een kans te geven te laten zien wat ze bedoelen en ze niet al op voorhand neer te sabelen. Om in de vetgedrukte tussenkopjes van alinea’s te nuanceren in plaats van te escaleren’.

Ook NRC ontving zo’n kritische lezersbrief die navolging kreeg. Kan de journalistiek niet wat meer werk maken van de eigen kwaliteitscontrole? vraagt deze lezer zich af. Ze stoort zich aan gemakzuchtige verslaggeving die de politiek als een soort voorstelling of wedstrijd verslaat: wie scoorde leuk, wie trapte het hardst. Intussen, stelt ze, vragen lezers gewoon om ‘zo objectief mogelijke analyses van de dilemma’s waar kabinet en parlement zich voor gesteld zien’.

Maar kranten doen tenminste nog aan zelfreflectie. Bij radio- en tv-verslaggeving kunnen ze wel een reflecterend bosberaad gebruiken in plaats van een Limburgs kwartiertje. Spelen op emotie, de geïnterviewde woorden in de mond leggen, het is courante journalistiek geworden. Op televisie werden nieuwe ministers meteen onderworpen aan de scoringsdrift van journalisten die uit waren op ‘leuk en gevat’.

Christianne van der Wal, minister van Natuur en Stikstof, werd nog maar eens gevraagd naar haar uitspraak over ‘het biertje na afloop van een vergadering’ die de hele week al voorbij was gekomen. Dennis Wiersma, minister voor Primair en Voorgezet onderwijs, werd doorgezaagd over de ‘stapeling’ tijdens zijn schooltraject en zijn aanmelding, als zestienjarige, bij de Lijst van Emile Ratelband. Lachen. Zou niemand op de redactie denken: misschien moeten we daar eens mee ophouden? Gewoon, omdat kijkers het niet waarderen. Die stemmen namelijk op een informatieve uitzending af omdat ze geïnformeerd willen worden, zonder al die lollige ruis.

Sterker, het publiek hongert juist naar gedegen, goed voorbereide tegenspraak. En die is ook hard nodig. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de opmerkingen van iemand als Cees Roels, waarnemend ambassadeur in Afghanistan ten tijde van de val van Kabul. In een interview legde hij uit dat de evacuatie zo misliep omdat er op de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie te weinig tegenspraak was. ‘Het is essentieel’, zei hij, ‘om meer mensen te hebben die contrair durven denken.’ Hij pleitte voor een Red Team: ‘een team van mensen dat tegen de club rondom een minister durf te zeggen: dit is allemaal apekool wat jullie vertellen’. Een Red Team. Dat lijkt me ook wel iets voor de nieuwe gouverneur: elke dag een Limburgs kwartiertje met contraire denkers voor wat krachtige tegenspraak.

Reageer

« Vorige items Volgende pagina » Volgende pagina »