In Nederland

petra-deStemming-L1-InNederland-klein

DOKTER ZJIVAGO

[De Stemming, L1, 19 juni 2016]

Toen ik nog in Shanghai woonde, droomde ik van een bezoek aan de boekhandel. Ik zag mezelf Athenaeum Boekhandel in Amsterdam binnenstappen en een grote stapel boeken afrekenen. In Shanghai heb je natuurlijk ook boekhandels, zoals de Xinhua boekhandel, een pand van zeven verdiepingen, waar iedereen verdiept is in de Chinese karakters.

Op de bovenste verdieping is ook een hoek met Engelstalige boeken. Die zijn op geheimzinnig-Chinese wijze gerangschikt, zodat je Shakespeare aantreft naast Carson McCullers en Salman Rushdie naast Walt Whitman. Pas nu, achteraf, blijkt dit de perfecte manier om boeken te aan te schaffen die je niet wilde kopen, maar waar je later heel erg blij van wordt – klassiekers als The Great Gatsby, The old Man and the Sea, en Catch 22.

Toentertijd was ik me niet bewust van de rijkdom van deze gang van zaken, gebrand als ik was op een bezoek aan een boekhandel met de laatste nieuwe boeken, vers van de pers. Op het moment dat ik, tijdens een vakantie in Nederland, dan eindelijk zo’n boekhandel binnenliep, werd ik zo overweldigd door al die nieuwe boeken die me toeschreeuwden en aanstaarden, dat ik uitgeput en met lege handen naar buiten kwam.

In mijn rijke Shanghaise boekstapel vond ik laatst de klassieker To Kill a Mockingbird, het beroemde boek van de Amerikaanse schrijfster Harper Lee uit 1960, twee jaar later een filmklassieker met Gregory Peck in de hoofdrol.

Tot mijn verbazing bleek bij lezing dat driekwart van het boek helemaal niet gaat over Atticus Finch, de advocaat die een onschuldige zwarte man verdedigt, maar over zijn achtjarige dochter Scout Finch, een stoer, intelligent meisje, een kleine rebel die opgroeit in het Alabama van de jaren dertig, en die met messcherpe blik haar omgeving bekijkt: het kleingeestige, benauwende dorpsleven tijdens de crisisjaren, de armoede, de klassenverschillen en de rassenscheiding.

De grote kracht van het boek bleek te liggen in het gekozen perspectief, een terugkijkende ik-persoon, waardoor de lezer zowel met de argeloosheid en onschuld van de jonge Scout meekijkt, als met de oudere Scout die de gebeurtenissen in het perspectief van de geschiedenis van Alabama plaatst. Een prachtig boek, maar om hele andere redenen dan ik dacht.

Mijn Shanghaise boekenstapel slinkt en de zomer is in aantocht. Gelukkig heb ik een recensie bewaard van een provinciegenoot die alles weet van Russische kunst en literatuur: Sjeng Scheijen. Het is een recensie uit De Volkskrant over de nieuwe vertaling van Dokter Zjivago, de Russische klassieker van Boris Pasternak uit 1958, en beroemd vanwege de gelijknamige film met Omar Sharif en Julie Christie.

Scheijen zegt dit over het boek: Het is een monumentale roman die een wereldbeeld representeert waarin menselijke relaties belangrijker zijn dan economische; een complex boek met allerlei parallelle plots, een complexiteit waarmee Pasternak onderstreept dat de werkelijkheid zich niet laat rationaliseren, maar moet worden beleefd en gevoeld.

Voor deze zomer ligt het 652 pagina’s dikke Dokter Zjivago klaar. Het wordt een onverwachte leeservaring, dat is zeker volgens Scheijen. De slotwoorden van zijn recensie luiden: ‘Doe de telefoon uit, breng de kinderen bij oma en opa. Steek een kaars aan en lees Zjivago. Geluk is mogelijk, maar je moet het willen.’

En met deze woorden wens ik u een prachtige zomer.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

In Nederland

HARRIE

[De Stemming, L1, 29 mei 2016]

Een paar weken geleden betoogde een van de gasten hier aan tafel dat er te weinig aandacht is voor goed nieuws. Toch zijn veel media er al enige tijd van doordrongen dat positieve, bemoedigende verhalen beter scoren bij de lezers dan negatieve.

Ook dagblad De Limburger is zich daarvan bewust. Zo bekommert de krant zich met enige regelmaat om de kwetsbare medemens. Series verhalen over ouderen, kinderen en zwakkeren die buiten de boot dreigen te vallen en toch doorzetten, laten zien dat de krant middenin de samenleving wil staan, met het hart op de juiste plaats.

Afgelopen vrijdag voegde De Limburger een bijzondere categorie toe aan de groep kwetsbare Limburgers die best ’ns in het zonnetje mogen worden gezet: de Zuid-Limburgse penose. Bandido-president Harrie Ramakers, woonachtig in Nieuwstadt, prijkte pontificaal op de voorpagina, compleet met presidentshesje en Bandidosketting. ‘GEKETEND’ luidde de opening krant.

Arme Harrie wacht nu al een jaar op z’n proces. Precies een jaar geleden werd hij in z’n onderbroek afgevoerd en nu zit hij thuis te kniezen. Al z’n spaarcentjes stak hij in z’n Harley, en nou hebben ze z’n motor in beslag genomen. Een biker zonder motor, piept Harrie, is als een cowboy zonder paard.

Harrie is heus geen pieper, zegt hij tegen De Limburger. Want echte bikers piepen niet. Maar van de krant mag Harrie vier pagina’s ongestoord volpiepen – vier! Rijkelijk gelardeerd met beelden van Harrie’s getatoeëerde lijf. Zoveel pagina’s kreeg zelfs Jos Verstappen, de trots van Limburg, niet.

Wat piept Harry? Dat het zo oneerlijk is dat hij zijn motorvrinden niet meer mag zien. Dat hij in de sportschool met de nek wordt aangekeken. Dat het allemaal laster is van het Openbaar Ministerie dat hij zich inliet met drugs, afpersing of wapens.

Ja, hij is wel eens veroordeeld wegens wapenbezit, maar dat zegt niks, want politie en justitie, dat zijn een stelletje onnozele Heini’s, en burgemeersters een stel domme dorps-sheriffs. Ze zijn allemaal jaloers op hem, op het vrije leven van de brothers – de Bandidos, man, dat is de Champions League van de motorclubs!

Enfin, Harrie is in wezen dus een hartstikke goeie peer, die zich in het dagelijkse leven bezighoudt met z’n pitbull, z’n Mechelse herder en z’n exotische vogels. Want Harry, 52 jaar, zit al jaren in de WAO en heeft verder niks omhanden.

Wat Harrie ongeschikt maakt om te werken, komen we niet te weten. Bij verhalen over kwetsbare provinciegenoten vind je meestal een kadertje waarin een en ander wordt geduid: achtergronden, cijfers, feiten.

Bij het verhaal over Harrie niets van dat alles. Geen helder internationaal kader met informatie over het criminele verschijnsel waar types als Harrie deel van uitmaken. De praktijk leert dat motorclubs vaak fungeren als dekmantels voor georganiseerde misdaad. Daarom worden ze nu verboden in landen als Duitsland.

Duitsland – op een steenworp afstand van Harrie en zijn maten in Nieuwstadt. Wat is de achtergrond van de harde aanpak in ons buurland, wat zijn de criminele feiten die eraan ten grondslag liggen en hoe precies willen onze buren hun Harries aanpakken?

De lezer komt het niet te weten. En zo wordt Harrie een empathisch goed- nieuws-verhaal dat nooit in die categorie had moeten vallen. Een criminele vijftigplusser is geen kwetsbare bejaarde.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

In Nederland

HEERLEN & HET MODERNISME

[De Stemming, L1, 8 mei 2016]

Is het nou eens afgelopen met de nostalgie rond die klotemijnen? Zo luidt de titel van een van de verhalen uit de onlangs verschenen bundel Wilde Flora – een bundel met 26 verhalen uit en over Limburg, uitgegeven door Uitgeverij Leon van Dorp in Heerlen. Is het nou eens afgelopen met de nostalgie rond die klotemijnen is een prachtverhaal van Peter Lenssen, die eerder al een roman over het mijnverleden schreef.

Drie vrienden zitten op een terrasje op het Pancratiusplein, onder de rook van de Pancratiuskerk. Ze zijn al aardig in de olie en hun verhalen komen flink op stoom. Een van de drie vertelt in zinderende bewoordingen over zijn familie van drie generaties mijnwerkers: zijn overgrootvader, een boerenknecht die naar de mijn trok en verongelukte op zijn eerste werkdag. Zijn grootvader, die onder druk van de kerk eveneens mijnwerker werd en op 38-jarige leeftijd sneuvelde bij een ontploffing. En zijn vader, die het langer uithield, en die tot zijn dood elke avond aan de zuurstof lag.

Dit is de erfenis van de mijnen in Zuid-Limburg. Over de rug van duizenden arbeiders werd Heerlen een van de rijkste steden van Nederland. Over de vloek van die monocultuur is inmiddels veel gezegd. Over de zegen veel minder. Heerlen laat nu met twee tentoonstellingen zien wat er sinds de jaren dertig van de vorige eeuw gebouwd werd dankzij dat zwarte goud. In Schunck is ‘Mies en de erfenis van het modernisme’ te zien, over de invloed van Bauhaus-architect Mies van der Rohe; in het Stadhuis wordt de relatie tussen Heerlen en het Stedelijk Museum in Amsterdam in beeld gebracht.

Heerlen werd een stad in de voorhoede van het modernisme. De bekendste architect in de regio werd Frits Peutz, die niet alleen Schunck en het Stadhuis bouwde, maar ook het Royal Theater en de Stadsschouwburg. Maar er is veel meer. In en om Heerlen liggen meer dan 100 modernistische gebouwen. 41 van die gebouwen zijn te zien in de buitenvitrines van Schunck.

Daaronder vallen ook woonwijken en winkels uit de jaren zestig: Vrieheide, de woonwijk Welten, winkelcentrum ’t Loon, allemaal ontworpen door Peter Sigmond, een architect uit Boedapest die in 1956 Hongarije was ontvlucht. Sigmond was de architect van de wederopbouw, een man die bouwde met vooruitgangsoptimisme: ook voor de gewone mensen moest er licht en ruimte zijn.

Die modernistische erfenis van Heerlen is goud waard en kan een publiekstrekker worden, zeker als straks het Maankwartier klaar is.
Er moet een plek komen waar die erfenis permanent zichtbaar wordt gemaakt. Ik stel voor dat die plek het Stadhuis van Peutz wordt. Dat prachtige, merkwaardige Stadhuis, waar nu doodse stilte heerst en de dienstdoende ambtenaar verstoord opkijkt als je er als bezoeker voor de deur staat.

Peutz had met zijn Stadhuis, of Raadhuis, een multifunctioneel gebouw in gedachten, waar plaats zou zijn voor exposities, muziek en debat. Nu Heerlen de stad wil promoten onder de noemer Urban, is het tijd voor een daad. Jaag de ambtenaren het Stadhuis uit en creëer een Urban Centre, met plaats voor de modernistische erfenis van Heerlen, voor een Grand Café, voor muziek en debat, en eindelijk eindelijk een terrasje op het Raadhuisplein. Ja, laat het nou eens afgelopen zijn met de nostalgie rond die klotemijnen.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

In Nederland

HET GELUK VAN BEMELEN

[De Stemming, L1, 17 april 2016]

Als u de kans krijgt, moet u via ‘L1 Uitzending Gemist’ de documentaire ‘De bewakers van Bemelen’ van filmmaker Hans Heijnen zien. Het is een film over de nadagen van het traditionele dorp Bemelen, vlakbij Maastricht. Een dorp met een harmonie, een kerk, een voetbalclub en een Raad van Elf, van verenigingen die bestaan bij de gratie van de laatste dorpsfiguren.

Tot die dorpsfiguren behoren Pierre en Willy Pittie, twee broers van in de zeventig, die nooit getrouwd zijn en nog steeds in hun ouderlijk huis wonen. Pierre en Willy hebben het druk in hun dorp. Ze dweilen de kleedlokalen van het voetbalhonk, schenken thee tijdens een bijeenkomst van de vogelwerkgroep, harken mee met de schoffelwerkgroep en brengen bezoekjes aan zieke en zwakke dorpsgenoten.

Vijfentwintig jaar geleden won Willy Pittie een auto in de Duitse lotto. De wagen staat trots voor de deur, een glanzend gepoetste rode Audi. Op de vraag wat hij zou doen, mocht hij op een dag een miljoen winnen, antwoordt Willy: ‘Niks….niks….alles zo laten als het is.’ Ook broer Pierre vindt het leven goed zoals het is. ‘Ik wil graag dat alles hetzelfde blijft,’ zegt hij, al geeft hij toe dat er ‘soms gewoon iets moet gebeuren.’

Pierre en Willy zijn vertegenwoordigers van wat de meeste mensen niet meer kennen: intense tevredenheid met het hier en nu, met het eigen leven in de eigen omgeving. Het leven is goed zoals het is. Droog constateert Pierre dat hij waarschijnlijk nog zo’n 3000 dagen te leven heeft. Willy leest elke dag de overlijdensadvertenties en merkt op: ‘Zolang je er zelf niet bijstaat, gaat het nog goed, he?’

Net voordat je als kijker de kans krijgt om het oude dorpsleven te gaan bejubelen: de gemeenschap, de zorg voor elkaar, het genieten van een eenvoudig leven zonder gejaagdheid, doen de zwakke karakters van het dorp hun intrede. Mensen die nauwelijks van de bank afkomen, wier leven al vijftig jaar stilstaat, wier gesprekken zo schraal zijn geworden, dat je als kijker ongemakkelijk begint te schuiven, dat je je begint te schamen.
Geen nostalgisch portret dus van een mooi, uitstervend dorp, maar een portret van mensen die zich weliswaar veilig bij elkaar voelen, maar bij wie ook nieuwsgierigheid en verlangen lang geleden gedoofd zijn. De kijker die hoopte in het oude dorp een antwoord, een weerwoord te vinden op de rat-race waarin hij zichzelf bevindt, komt dus bedrogen uit.

Wat dan?, vraagt die kijker zich af. Wat is dan het alternatief voor het leven waarin permanent gerend wordt, waarin meer uren gemaakt moeten worden voor hetzelfde of zelfs minder geld, waarin de vrije tijd opgaat aan opvoeding, mantelzorg en huishouden, waarin alles geagendeerd is en niets meer kan bloeien door simpelweg te fröbelen en niets te doen.

De ondraaglijke platheid van het bestaan, noemde schrijfster Sana Valiulina het onlangs zo treffend in NRC Handelsblad. De mens als economisch wezen, een grondstof in de neoliberale economie, een resource waarmee winst gemaakt wordt. Geen wonder dat er mensen zijn die het niet meer kunnen bijbenen en die vooral een emotie hebben: boosheid.

Aan de broers Pierre en Willy Pitty is de beker van het hedendaagse leven voorbij gegaan. Zij schoffelen, schenken thee en maken af en toe een ritje in hun glanzend-rode wagen.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

In Nederland

FERRAN ADRIA IN MAASTRICHT

[De Stemming, L1, 27 maart 2016]

Twee Catalanen waren afgelopen week in het nieuws. Eerst Ferran Adria, die de beste kok ter wereld genoemd wordt en die dankzij Marres -Huis voor Hedendaagse Cultuur- een bezoek bracht aan Maastricht. En toen Johan Cruijff, voor velen de beste voetballer ter wereld.

Johan Cruijff leidde jarenlang het beste voetvalteam ter wereld, FC Barcelona, Ferran Adria het beste restaurant ter wereld, El Bulli aan de Costa Brava, niet ver van Barcelona.

El Bulli werd bekend als het restaurant waar je een half jaar van te voren moest reserveren. Waar je in plaats van een voor-, hoofd- en nagerecht een stroom aan kleine gerechtjes geserveerd kreeg, elk een volledig nieuwe culinaire uitvinding. Een uitvinding die niet alleen om smaak draaide, maar om een totaalsensatie van mond, neus, ogen en oren. Een beleving.

De meesterkok experimenteerde erop los met alle mogelijke ingredienten en technieken – Das Parfum van Patrick Suskind was zijn inspiratie.
Dat hij daarbij ook chemische processen en poeders inzette, lag in de lijn van zijn totale overgave, of moet je zeggen monomanie, aan het scheppen van nieuwe sensaties, van ‘creatieve emoties’ zoals hij het zelf noemt.

Het leverde twee van zijn befaamdste gerechten op: de Verdwijnende Ravioli en de Sferische Olijf. De Verwijnende Ravioli is gemaakt met Japanse obulato, een soort suikerpapier dat oplost zodra het in je mond landt; de Sferische Olijf is een kunstmatig geconstrueerde olijf gevuld met olijfsap die juist in je mond ontploft.

Die olijf werd een van de exemplarische gerechten van wat de moleculaire keuken ging heten, een keuken die naar verloop van tijd -en in de handen van minder vaardige koks- uitmondde in een karikatuur van zichzelf: een kille, technische keuken, alleen nog gericht op de ontwikkeling van spectaculaire noviteiten.

Ferran Adria was in Maastricht om te koken, te praten en handtekeningen uit te delen. In Centre Ceramique ging hij in dialoog met het publiek. De superkok bleek een kleine, beminnelijke Spanjaard, die van alle vragen lange, gepassioneerde monologen maakte, waar voor het grootste deel geen touw aan vast te knopen was. Niemand die er aanstoot aan nam: hier sprak een genie.
Aan wie doet u dit denken?
Precies, aan Johan Cruijff, het grote idool van Adria. Als kind wilde hij voetballer worden en Cruijff was zijn held. Het verhaal gaat dat Adria Cruijff ooit om een handtekening vroeg.
Stelt u zich voor hoe dat gegaan is:

Cruijff: Vaak moet er iets gebeuren, voordat er iets gebeurt.
Adria: Je raakt geprikkeld en dat is dat.
Cruijff: Er is maar één moment dat je op tijd kunt komen. Ben je er niet, dan ben je óf te vroeg, óf te laat.
Adria: Want als je over de rand gaat, dan wordt het niks meer, dus je moet tot aan de rand gaan.
Cruijff: Je moet schieten, anders kun je niet scoren.
Adria: Het moet exploderen, niet plakken.
Cruijff: Je moet een gat laten vallen en er dan zelf inlopen.
Adria: Je moet niet iets doen, je moet creëren.
Cruijff: Maar ja, je gaat het pas zien als je het doorhebt.
Adria: Precies! Pas als je er goed over nadenkt, gaat het goed.

Met andere woorden: voetbal is geen oorlog, maar koken.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

In Nederland

GRAYSON PERRY

[De Stemming, L1, 6 maart 2016]

Claire is al veertig jaar het alter-ego van de 55-jarige Britse kunstenaar Grayson Perry. Bij de opening van de tentoonstelling in het Bonnefanten Museum in Maastricht was het Claire die in feestjurk en op 20 centimer hoge plateauzolen acte de présence gaf. ‘Claire doet de persconferenties, de openingen, de feestjes en de shopping,’ verklaarde Claire alias Grayson Perry tijdens de pers-preview in Maastricht.

Het spel met identiteit is een van de terugkerende thema’s in het werk van Grayson Perry, die opgroeide in een working class family in Essex, ten noordoosten van Londen, met een gewelddadige stiefvader en zonder boeken of kunst.

Zijn alter ego Claire in combinatie met het kunstenaarschap heeft hem behoed voor eenzelfde leven als zijn vader, of voor een leven waarin de aspiraties om hogerop te komen zo belangrijk zijn, dat het een harnas wordt, een leven in gekozen gevangenschap dat, paradoxaal genoeg, getekend wordt door de angst dat leven te verliezen.

Dit gegeven – hoe mensen zich verhouden tot het milieu waarin ze geboren worden en dat waarin ze willen leven – werkte Grayson Perry uit in een documentaire serie voor het Britse Channal 4. All in the Best Possible Taste heet de serie, waarin hij de relatie onderzoekt tussen smaak en hoe mensen leven.

In de aflevering over de Britse middle class zit Grayson Perry aan tafel met een groepje mannen in een typische middle class wijk.
Vraag van Perry: wat is zo kenmerkend aan middle class?
Antwoord van een van de mannen:‘Niet een auto kopen die je nodig hebt, maar eentje die je graag wilt hebben.’
De man legt uit dat het belangrijk is dat je een auto koopt die bij de buurt past. Een auto in een hogere prijsklasse dan een Audi of Landrover wordt niet op prijs gesteld. Dus, constateert Grayson Perry, het is eigenlijk geen hebzucht, maar: ‘they just want to get it right’. Het gaat om de helderheid van het beeld van een Audi of Landrover.
Over de relatie tussen identiteit en brands -merken- gaan een aantal van Grayson Perry’s kolossale wandtapijten. Het zijn doeken a la Jeroen Bosch, met een onwaarschijnlijke hoeveelheid details, doeken die net als Jeroen Bosch 500 jaar geleden een scherpe, maar tegelijk kleurrijke satire op de hedendaagse mens zijn.

Brands -merken- zijn een geloof, zoals politieke overtuigingen en godsdiensten een geloof zijn. Grayson Perry’s werk gaat over verlangens, angsten, geweld, seks en vooral woede van mensen – en de noodzaak die te relativeren.
Vandaar de prachtige titel van zijn tentoonstelling: Hold your beliefs lightly – vrij vertaald: wees niet zo fanatiek in wat je gelooft.

Grayson Perry is zelf het levende voorbeeld van die relativering. Zijn werk is ambachtelijk, figuratief, absurdistisch en kitscherig. ‘Bij mij geen hoop rotzooi in een hoek, waarbij je je moet afvragen: was is dit?,’ zei hij in Maastricht.
Als kunstenaar slaat hij nadrukkelijk een brug naar het grote publiek, hij wil dat zijn kunst toegankelijk is.

Frappant genoeg zet hij daarvoor telkens zijn alter ego Claire in, een verzonnen, onechte vrouw die appelleert aan een verlangen naar authenticiteit, naar een ander, speelser leven. Of, zoals hij zelf zegt: ‘calm down, it’s just a believe’.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

In Nederland

PRINS ALI

[De Stemming, L1, 14 februari 2016]

‘Hé, Dat is Prins Ali!,’ zei de man die langs de optocht in Maastricht stond, alsof hij Ali persoonlijk kende. Hij was niet de enige die Ali accepteerde als deel van het Maastrichtse carnavalsgebeuren – waar Ali kwam sinds hij op 11 januari door Bastiaan de 1e tot Prins werd gehuldigd, herkenden mensen hem: op de zittingen, bij de Voedselbank, de Zuyd Hogeschool, het kindercarnaval.

Prins Ali is in werkelijkheid Ali Mohamed, een 21-jarige Syrische student Landbouwkunde die anderhalf jaar geleden zijn land ontvluchtte. Hij werd de Prins van de tijdelijke carnavalsvereniging Common Carnaval, een initiatief van studenten van de i-Arts kunstopleiding en muziektheatergezelschap Het Geluid. Zij kregen het lumineuze idee om carnaval in te zetten als lichtvoetig instrument om vluchtelingen, studenten en Maastrichtenaren met elkaar in contact te brengen.

De Tempeleers, verantwoordelijk voor de organisatie van de Maastrichtse carnaval, besloten de nieuwe carnavalsvereniging onvoorwaardelijk te omarmen – een meesterzet: elk mogelijk chauvinistisch geluid werd zo bij voorbaat in de kiem gesmoord. Ali hoorde erbij. Ali werd ‘Ein vaan Us’. ‘Plezeer en Sjariteit’ is het motto van de Maastrichtse Vastelaovend – en het wérd in praktijk gebracht.

Al direct bij de inhuldiging van Prins Ali werd Common Carnaval nieuws. Niet alleen de Limburgse media deden verslag, ook de landelijk pers was afgereisd. De Volkskrant kwam met een paginagroot verhaal over de Maastrichtse Vasteloavend als integratiemiddel: wow, positief nieuws over vluchtelingen bij de exotische Limburgers.

L1-tv bracht een verslag van de inhuldiging. Daarin zegt Ali: ‘Ik vond het beangstigend om naar Nederland te komen. De cultuurverschillen, maar ook dat ik van Ali de student Landbouwkunde ineens veranderde in een nummer, een vluchteling. De stad Maastricht heeft me verwelkomd en me weer méns gemaakt. Daarvoor dank ik Maastricht en de Maastrichtenaren uit de grond van mijn hart.’

Met deze woorden van Ali zette L1-tv de toon in Maastricht. De nieuwe carnavalsvereniging werd een project om trots op te zijn. Maastricht, vijftien jaar geleden nog een stad waar een hoop Maastrichtenaren vonden dat de studenten van hun carnaval moesten afblijven, nu een stad waar niet alleen studenten uit Duitsland, Italië en Spanje meedoen, maar ook nieuwelingen uit Syrië, Irak en Afhanistan.

Toch bereikte die positieve boodschap niet iedereen. Uit een bijzondere ontmoeting tussen Prins Ali met zijn gevolg van jonge vluchtelingen en een groep jongeren van buurttheater Mariaberg bleek hoe ergernis en angst onder oppervlakte liggen.

Onder aanmoediging van een leidster van buurttheater Mariaberg kwamen die gevoelens op tafel: door de media, zeiden de jongeren van Mariaberg, hebben we een heel negatief beeld van vluchtelingen. Hier in Nederland, legden ze uit, zijn er mensen die moeilijk zitten, mensen zoals zijzelf in Mariaberg, waar armoede en werkloosheid is, en gezinnen naar de voedselbank moeten. En dan komen zij hier, en krijgen voorrang bij een woning, krijgen geld en werk. En nu komen ze ook nog aan ons carnaval?

Toen de lucht eenmaal geklaard was, stroopten de jongens van Mariaberg de mouwen op en hielpen mee met het schilderen van de carnavalswagen van Common Carnaval. Aan het eind van de middag zuchtte één van hen: ‘Ik ben blij om te zien dat het gewone mensen zijn.’

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

In Nederland

KEULEN

[De Stemming, L1, 10 januari 2016]

‘Vrouw’ – zo luidde de kop van het hoofdredactionele commentaar van De Limburger op donderdag. Daarmee maakte de krant iets goed: het nieuws over de massa-aanranding in Keulen, een uur rijden van Maastricht, was de hele afgelopen week niet 1 keer groot opening krant.

Met ontzetting las ik op dinsdag het verhaal. Het stuk was geschreven op basis van een persconferentie van de Keulse politie, niet op basis van geruchten op sociale media, die al een paar dagen gonsden. Er werd bericht dat inmiddels meer dan zestig vrouwen aangifte hadden gedaan van aanranding en beroving en dat de daders veelal dronken jonge mannen met een Noord-Afrikaans of Arabisch uiterlijk waren. Ze gingen tekeer in groepen van twee tot twintig man en maakten deel uit van een groep van in totaal wel duizend mannen. De mannen omsingelden jonge vrouwen, die ze beledigden, bespuugden en vastgrepen. Een vrouw vertelde hoe haar jurk en onderbroek van haar lichaam werden gerukt. Ook een agente werd in haar broek gegrepen.

Dit was, zei de politie, een geheel nieuwe dimensie van geweld. Op Nieuwjaarsdag had dezelfde politie nog gemeld dat oudjaarsavond rustig was verlopen.

Ook twee landelijke kwaliteitskranten, NRC Handelsblad en De Volkskrant kwamen met hun stukje op dinsdag niet verder dan de binnenpagina’s. Een massa-aanranding van vrouwen, hier in West-Europa, was dus geen voorpagina nieuws.

Toen er een barrage van ervaringen van slachtoffers naar buiten kwam, en berichten over de totale chaos, de Keulse politie die volslagen ontredderd was – werden veel redacties wakker en op woensdag werd er groot uitgepakt. Maar uit sommige koppen kon je afleiden dat niet het massale geweld tegen vrouwen en het complete falen van de Keulse politieleiding om de vrouwen én hun eigen agenten te beschermen het belangrijkste nieuws was, maar de vraag of de daders migranten cq vluchtelingen waren en wat dit betekende voor het vluchtelingendebat.
De Volkskrant leek het verhaal nog niet helemaal te geloven en zette ‘massa-aanranding’ tussen aanhalingstekens alsof de inmiddels meer dan 100 vrouwen die aangifte hadden gedaan een stelletje fantasten waren. NRC opende met ‘Verhit debat na aanrandingen Keulen’. Het Parool had het gelukkig beter begrepen en kopte met: ‘Nu pas woede om Keulen.’ En NRC-Next snapte het ook, met de kop ‘Honderd keer betast.’

De Arabische journaliste van de Deutsche Welle, Nahla Elhenawy, zette de zaken in perspectief: ‘Deze gebeurtenissen zijn symptomatisch voor de grote problemen met betrekking tot vrouwen in het Midden-Oosten,’ meldde ze. Groepen mannen die onder dekking van een grote samenscholing vrouwen aanranden is niet nieuw in het Midden-Oosten. Nieuw is dat het hier in Europa gebeurt.

Zo’n geluid zet de kijker scherp op de rechtsstaat. Elk seksueel geweld, van wie dan ook, moet met alle middelen van de rechtsstaat bestreden en bestraft worden. Daar moet het om gaan.

Volkskrant-journalist Margriet Oostveen reisde af naar Keulen en bezocht de redactie van het feministische tijdschrift Emma. Op de redactie vertelden ze dat de politie aanvankelijk meldde dat het die nacht vooral om zakkenrollen was gegaan en dat het seksuele geweld was bedoeld om dat te verdoezelen. ‘We hebben het niet over een beetje aanraken,’ zei een woedende redacteur van Emma, ‘er is ondergoed omlaag gerukt en er zijn vingers naar binnen gestoken.’

In het Duitsland van speciale parkeerplaatsen voor vrouwen, had de Keulse politie de aanranding van een enorme groep vrouwen willen verzwijgen om politieke redenen. De teller van het aantal aangiftes staat inmiddels op 379.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

In Nederland

HERIJKING

[De Stemming, L1, 13 december 2015]

Abonnees van De Limburger kregen deze week een folder bij de krant met een landkaart van Zuid-Limburg vanuit Europees perspectief. Normaal hangt Zuid-Limburg erbij als de zak van Nederland: een wormvormig aanhangsel, ooit nuttig als wingewest, maar later een blok aan het Hollandse been.

Zuid-Limburg vanuit Europees perspectief plaatst de regio in het hart van Europa, een heuvelland dat zich uitstrekt naar de Ardennen en de Eifel, een gebied met zeven vliegvelden op een uur rijden en een universiteit met de meeste buitenlandse studenten van het land.

De landkaart deed me denken aan een ervaring die ik had toen ik nog in China woonde. Ik was voor mijn dochter op zoek naar een kaart van de wereld en stapte een Chinese boekhandel binnen. Aan de wanden hingen diverse wereldkaarten. Maar er was iets vreemds aan de hand. Noord-Amerika lag helemaal rechts bovenin, Europa in de verre linkerhoek. Recht in het midden, in een opvallend roze kleur, lag China.

Toen pas drong tot mij door wat de Chinese naam voor China werkelijk betekende: Zhong Guo, het Rijk van het Midden. Voor Chinezen is China het centrum van de wereld – zoals Europa dat voor ons is.

De Randstad mag het hart van Nederland zijn, binnen Europa is Zuid-Limburg deel van het Midden-Rijk. Nu de landkaart van De Limburger de fysieke positie van Zuid-Limburg heeft gecorrigeerd, wordt het tijd voor het herijken van de verbeelding van de regio.

Laten we met onze verhalen niet blijven steken in wat verloren is gegaan, of in het chagrijn van het verleden, de erfenis van Gluck Auf, het misbruik van autoriteiten, het verraad van Den Haag. Het lijkt me een beperking van de verbeelding om voortdurend het falen, het ontbreken van perspectief, de lethargie van een streek voor het voetlicht te brengen.

Ik maak een kleine zijsprong.
In zijn boek Oorlog en Terpentijn vertelt Stefan Hertmans over zijn grootvader, die als soldaat in de Eerste Wereldoorlog vier jaar lang in de loopgraven lag, drie keer zwaar gewond raakte, bijna crepeerde, maar opkrabbelde en weer terugging naar het front.

Die grootvader, die erg van muziek hield, werd later in zijn leven woedend als hij de muziek van Wagner hoorde, hij leefde op bij het horen van een lyrische suite van Bizet. Hij koos, schrijft Hertmans, voor de Bejahung van leven en liefde bij Bizet boven de mystieke duisternissen van Wagner.

Kunnen we in 2016 alsjeblieft overgaan tot een Bejahung van het verleden in Zuid-Limburg? Kunnen we, in woord en beeld, de schoonheid van het leven, de kunst en de liefde verbeelden? Kunnen we de straten, de ontmoetingen, de geuren en de feesten terug tot leven brengen?

Laten we een begin maken, u en ik. Stuurt u mij in een paar rake zinnen een herinnering aan, ik noem maar iets: een dansavond in Het Paviljoen in Valkenburg of een geheime ontmoeting in het oude La Veneziana aan de Akerstraat in Heerlen. In het nieuwe jaar hoort u mij dan terug met de verbeelding van uw bronnen van Zuid-Limburg.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

In Nederland

STORYTELLERS

[De Stemming, L1, 22 november 2015]

Op donderdagavond 12 november werd in Lumiere Cinema Maastricht ‘Storytellers on Stage’ gehouden, een nieuw initiatief waarin verhalenvertellers uit verschillende landen en disciplines bij elkaar kwamen: schrijvers, journalisten, filmmakers. De thema’s waren actueel: vluchtelingen/migranten en: het Midden-Oosten. Ik organiseerde dit evenement samen met David Deprez van Lumiere Cinema en een groep internationale studenten.

24 uur later vonden de aanslagen in Parijs plaats. Wat, vroeg ik me af, als ‘Parijs’ een dag eerder was gebeurd? Wat hadden we dan moeten doen? Het event afgelasten? De gasten veranderen? De gasten vragen te reageren op de gebeurtenissen in Parijs? Dus een avond lang praten over de horreur en de consequenties van die horreur?

Wat wij als organisatoren juist niet wilden was: politieke discussies over vluchtelingen, of over de stand van zaken in het Midden-Oosten, of over radicalisering. Wij wilden nu juist géén opinies brengen, maar verhalen – verhalen van binnenuit, in woord en beeld.

Ik vermoed dat we snel tot de conclusie zouden zijn gekomen dat de avond moést gaan zoals we gepland hadden. Om tegenover het krankzinnige, machinale geweld van ‘Parijs’ verhalen van mensen te zetten. Bijvoorbeeld over hoe voetbal in het Midden-Oosten werkt als medicijn tegen de alledaagse wanhoop. Dit was te zien in de korte speelfilm Baghdad Messi van de Koerdisch-Iraakse filmmaker Sahim Omar Kalifa uit Leuven.

Baghdad Messi gaat over de 10-jarige Hamoudi die maar één been heeft en verzot is op voetbal. Hij wordt in zijn dorp nabij Baghdad als keeper gedoogd in het voetbalteam van zijn vrienden, omdat hij de enige is die thuis een tv heeft. Een tv waarop de langverwachte finale tussen Barcelona en Manchester United te zien zal zijn, dé clash tussen Messi en Ronaldo.

Journalist Dirk Wanrooij, die vanuit Cairo over de Arabische wereld bericht, vertelde hoe tijdens een zeer gespannen situatie in Gaza de gemoederen bedaarden door een op handen zijnde Champions League match op tv. Schrijfster Malu Halasa uit Londen, gespecialiseerd in Syrië, liet een filmpje van 1 minuut zien van een jonge Syrische filmmaker die filmen vergeleek met de bewegingen van Zinadine Zidane. De kijker kijkt mee met het oog van een sluipschutter en de verteller zegt: iedereen heeft een voetbalspeler in zich, kijk eens naar het leven om je heen vanuit een ander perspectief.

De sluipschutter speelt ook een rol in een film over een jongetje van een jaar of vijf in de Syrische stad Homs. Voor het jongetje is de sluipschutter deel van zijn dagelijks leven. Terwijl hij met zijn ene hand z’n afzakkende broek ophoudt en met de andere een speelgoedpistool omklemt, vraagt hij langs z’n neus weg: ‘Moeten we nu rennen?’

In de zaal zat die avond een jonge Syriër die zijn land ontvlucht was. ‘Ik bén van Homs,’ zei hij, ‘ik weet hoe gevaarlijk het is om deze films te maken. Daarom ben ik ontzettend blij dat het Nederlandse publiek deze beelden kan zien.’

Een groter compliment konden we ons niet wensen. Laten we aandacht geven aan de verhalen van schrijvers, dichters, filmmakers en niet aan de gruweldaden van terroristen.

[luister hier naar de column in de radiouitzending De Stemming]

Reageer

« Vorige items Volgende pagina » Volgende pagina »