Hemingway en de gele hesjes

De Limburger, 13 december 2018

In 1937 publiceerde Ernest Hemingway zijn roman To Have and Have not. Hij was er al aan begonnen in 1933, middenin de jaren van de Grote Depressie. Hij woonde in Key West, aan de uiterste zuidpunt van Florida, zo’n 170 kilometer van Havana. Daar schiep hij Harry Morgan, de hoofdpersoon van het boek, een rauwe held met een sportvissersboot en een talent voor vissen.

Harry heeft een vrouw en drie dochters en om het hoofd boven water te houden neemt hij verveelde rijken mee op dagtripjes – opgeblazen mannen die zijn aanwijzingen negeren, waardoor ze zijn dure uitrusting naar de gallemiezen helpen. Op een dag wordt hij besodemieterd. Een klant die hij twee weken lang elke dag mee op zee nam, gaat in Key West geld halen om hem te betalen maar komt niet meer opdagen. Harry is blut en zijn visgerei is kapot.

Hij raakt verzeild in rum- en mensensmokkel en zinkt steeds dieper weg in de criminaliteit. Hij wordt beschoten, verliest een arm, zijn boot wordt geconfisqueerd. Door een advocaat komt hij in aanraking met de high society van Key West, mensen van het goede leven die hun dagen slijten op het terras, glas in de hand. Harry probeert zijn leven op de rails te krijgen, maar hij komt niet vooruit en gaat ten onder.

Hemingways roman werd met gemengde gevoelens ontvangen. Een onevenwichtig boek, met een boodschap die er te dik bovenop lag, was de kritiek. Was de grote stilist een politiek commentator geworden? Maar Hemingway zag het anders. Hij had als jonge journalist in Amerika en Europa – tijdens de Eerste Wereldoorlog en de jaren daarna, toen hij correspondent werd in Parijs – gezien wat armoede en geringschatting doet met mensen en hij maakte zich grote zorgen over de toenemende ongelijkheid. Met veel anderen deelde hij een droom van een rechtvaardiger wereld, onder wie David Bruce, een man uit de Amerikaanse expat kring waarin Hemingway zich in Parijs bewoog.

David Bruce vervulde verleden week een bijzondere rol in de oratie van Mathieu Segers, hoogleraar eigentijdse Europese geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht. In een vlammend, urgent betoog schetste Segers hoe Bruce in Parijs verliefd werd op de Franse actrice Yvonne Printemps. Hij vond haar het toppunt van vrouwelijkheid en zag in haar de belichaming van de ware esprit van Parijs, van Europa.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Bruce de eerste Amerikaanse ambassadeur in Parijs en hij had één grote missie: die esprit beschermen tegen een terugkerende schaduw van armoede en economische neergang die opnieuw zou kunnen leiden tot nationalisme, woede, geweld en oorlog. Vandaar het Marshall Plan, dat Europa erbovenop moest helpen; Bruce werd er in Parijs de leidsman van.

Het bestrijden van armoede werd het hart van de Amerikaanse missie in Europa. Dat hield ook in: een gevecht tegen ongereguleerde kapitaalmarkten. Controle van de kapitaalmarkt, stelde Segers, is opnieuw zeer relevant. Ooit lag de strijd tegen ongelijkheid aan de basis van de Europese integratie, maar sociale bescherming lijkt er minder en minder toe te doen. Is dat, vroeg Segers zich af, wat de gele hesjes ons willen duidelijk maken? Immers, zo zei hij, de geschiedenis heeft laten zien dat Europa heen en weer beweegt tussen licht en donker, ancien régime en revolutie.

Hemingway liet zijn roman To Have and Have Not eindigen met deze laatste woorden van zijn stervende held: ‘No matter how, a man alone ain’t got no bloody fucking chance.’ Een statement: alleen samen met anderen kan de mens zich te weer stellen tegen het kwaad, tegen het onrecht, in zijn eentje is hij niets. Daar ligt precies de opdracht van Europa.

 

 

 

 

Reageer

(Zwarte) Piet zijn wijzelf

De Limburger, 29 november 2018

Shanghai, negen jaar geleden. Op de internationale school van mijn dochter nadert de feestmaand. De school viert allerlei feesten tegelijk; ouders en kinderen verkleden zich, brengen attributen en etenswaren mee, vertellen verhalen. Chanoeka, het joodse feest van het licht, met een negenarmige kandelaar, aardappelkoekjes en dreidels, tolletjes die je kan laten draaien. Diwali, het lichtjesfeest uit India, met kinderen in kleurrijke gewaden, olielampjes van aardewerk en veel mierzoete taartjes. Sint-Lucia, het Zweedse lichtfeest, met meisjes in lange witte jurken en een lichtje op het voorhoofd, gele saffraanbroodjes en kruidendrankjes. Feesten, zo leren we, die de overwinning van het licht op de duisternis vieren, van inzicht op onwetendheid, van spiritualiteit op materialisme.

De Nederlanders vertellen over Sinterklaas, het kinderfeest met kadootjes en gedichten. Een moeder is als Zwarte Piet verkleed – zwart geschminkt, krullenpruik, rode lippen, witte kraag. Kinderen zetten hun schoen voor de haard, vertellen we, en Black Pete kruipt door de schoorsteen en stopt er gouden munten van chocola in. Vroeger kregen ze als ze stout waren met de roe en werden ze in een zak gestopt. Maar dat is allang niet meer. We lachen erbij, wat een grappig feest eigenlijk, met die vrolijke Zwarte Pieten die rondstrooien met peppernuts, gemaakt met kruiden uit onze oude koloniën.

De docenten in de klas – uit Amerika, Brazilië, Zweden – kijken bedachtzaam. Als de kinderen naar buiten zijn informeren ze omzichtig naar Black Pete. Een blanke geschminkt als zwarte, vertellen ze, dat heet bij ons black face – een zwarte belachelijk maken. Wij zijn onthutst: kijken ze zo tegen Zwarte Piet aan? Zo is het niet bedoeld, leggen we uit. Zwarte Piet veranderde door de jaren heen, vroeger was hij een knecht, maar nu is hij volledig gelijkwaardig aan Sinterklaas, wat heet, hij is inmiddels de baas – Zwarte Piet is de slimme hoofdpersoon geworden, Sinterklaas de ceremoniële bijfiguur.

‘Dus het zijn personages?’ merkte de Amerikaanse docent op. We begonnen ons ongemakkelijk te voelen. Ineens stond Zwarte Piet in een ander licht. Ontdaan van zijn vrolijke charme. Ik schaamde me een beetje om mijn onwetendheid over die zwart geschminkte toneelfiguur die door anderen werd gezien als een karikatuur van de zwarte medemens. ‘Als dat zo is, waarom verzinnen jullie dan geen witte Petes?’

Goeie vraag. Zwarte Piet is sindsdien voor mij geen issue meer. Zwarte Piet is besmet, omdat hij door anderen als een karikatuur wordt gezien. Het gaat er niet om waar de traditie vandaan komt. Het gaat er niet om wat wij ermee bedoelen. Het gaat erom dat hij door andere mensen dan wijzelf – wij die vanwege onze kinderjaren van Zwarte Piet houden – ervaren wordt als een beledigende, kwetsende figuur.

Ik kwam er laatst achter dat tijdens de intocht van Sinterklaas in Amsterdam in 1968 de Pieten zwart én wit (ongeschminkt) waren, beide in hetzelfde zeventiende-eeuwse kostuum met witte kraag en pofbroek. 1968! Een lezer van De Limburger stelde onlangs in een ingezonden brief: ‘Speel de rol van Piet in je eigen huidskleur. Een Piet als afspiegeling van de samenleving: wit, getint, zwart en zonnebankbruin.’

Geniaal idee. Zwarte Piet is een personage voor kinderen. Ooit werd hij gebruikt als pedagogisch instrument, om stoute kinderen te waarschuwen. Daarna werd hij (of zij) een vrolijke flierefluiter waar kinderen blij van werden. Nu vormen de Pieten (m/v), met de Hoofdpiet als aanvoerder, een gezellig team. Wij zijn de schrijvers van Piet, we kunnen van hem maken wat we willen, we doen er een baard bij, zetten hem een Spaanse hoge hoed op, geven hem een muziekinstrument, een paard, een fiets. Piet: dat zijn wij.

 

 

 

 

Reageer

‘Het mooiste is de verwachting’

De Limburger, 15 november 2018

Leeft Odysseus nog, de Griekse held die na zijn zege in Troje twintig jaar ronddwaalde voordat hij veilig thuiskwam? Dat vroeg ik aan de mevrouw die wacht hield bij het Olympeion in Athene. Ze zat in een van de houten keten die het droge, weidse terrein met de machtige zuilen voor Zeus omringen. De zon scheen, de hemel boven de tempelresten was kraakhelder. In de verte troonde de Rots boven de stad uit. Vanuit haar keet liet de vrouw haar ogen over het terrein gaan.

Ze leek uit een zware mist te komen, een diepe vermoeidheid, die niet van vandaag was, maar zo te zien al tijden knaagde. Eenzelfde vermoeidheid die ik had gezien bij mensen die op de stadsbussen stapten. De blik, die snel speurt naar een zitplaats. Het deegbroodje met feta dat uit een tas verschijnt en lusteloos verorberd wordt. Het getekende gezicht, de goedkope schoenen.

Ze leken personages uit het boek Something Will Happen, You’ll See van de Griekse schrijver Christos Ikonomou, een van de meest besproken Griekse boeken van de laatste jaren en vertaald in zes talen. Ik begrijp wel waarom: het is de dagelijkse Griekse realiteit die onversneden wordt opgedist: je wordt de havenwijk van Piraeus ingezogen, je gaat op bezoek bij mensen met kleine banen en kleine inkomens die langzaam hun bestaan verliezen: hun werk, hun woning, hun inkomen, hun toekomst. Het literaire zinnebeeld van de Griekse crisis.

Er werd gedemonstreerd in Athene. Eerst kwamen de oudere ambtenaren in rustige stoet voorbij, ze protesteerden tegen een salarisverlaging. De volgende dag was het de beurt aan jonge anarchisten/communisten die zich boos maakten over de lange werkdagen en de lage lonen in de horeca. Meteen was er oproerpolitie op de been, met hardplastic schilden en wapenstokken. In sommige wijken komt de politie niet meer, hoorde ik. Een hogedrukpan van frustraties en woede zorgt voor geweld in het radicaal-linkse en -rechtse spectrum: anarchisten die brand stichten, Gouden Dageraad-extremisten die migranten terroriseren.

In de buitenwijken hangen jongeren werkloos rond. Ik heb het leven van verwaarloosde jongeren zonder perspectief meebeleefd, door de film Park van de Griekse regisseuse Sofia Exarchou. Zij houdt je diep en lang onder water. Plaats van handeling: het Olympisch Park, tien jaar na de Spelen, een troosteloze plek waar jongeren gewelddadige spelletjes spelen met honden en met elkaar. Het rijkere deel van Europa verschijnt in de vorm van feestende, in drank gedrenkte toeristen op het strand. Naar lucht happend keek ik de film uit.

Toch blijven veel Grieken goedgehumeurd. Altijd in voor een praatje, een verhaal. Hoe kon dat? ‘Als het slechter gaat, moet je vrolijker praten,’ zei een boekhandelaar op het Exarchion-plein bondig. Daarom vroeg ik me af: biedt de grote klassieke Europese dichter nog troost? Leven de verhalen van Homerus nog? Want boven de Rots, de Akropolis, verschijnt nog steeds de rozevingerige dageraad, zoals hij het ochtendrood steevast noemt in de Odyssee, het boek over Odysseus’ omzwervingen. Want op de boot naar de eilanden vanuit Piraeus rijgen de bergruggen zich nog steeds als een halsketting aaneen, precies zoals tweeduizend jaar geleden. Als je goed luistert, hoor je de sirenes zingen.

De mevrouw in de keet was tot leven gekomen. Ze antwoordde in aarzelend Engels. ‘Oh yes,’ zei ze. Ze kende nog steeds regels van de Odyssee uit haar hoofd. Ze glimlachte en begon te reciteren. Ik luisterde naar de klanken. Prachtig, zei ik. Welk fragment? ‘Als hij thuiskomt,’ zei ze, ‘als Odysseus thuiskomt.’ Waarom? vroeg ik. ‘Waarom?’ Ze keek me ineens fel aan. ‘Is dat niet het mooiste in het leven, de verwachting?’

 

 

 

 

 

Reageer

Sterker Europa kan graaiers stoppen

De Limburger, 1 november 2018

Middenin de crisis, terwijl ze overeind werden gehouden met belastinggeld, waren Europese banken bezig met ‘dividendstrippen’: door aandelen rond te laten cirkelen vroegen bankiers onterecht en deels illegaal dividendbelasting terug. In Duitsland dook dit dossier voor het eerst op. Door onderzoek van journalisten werd het een nationaal schandaal en in 2016 kwam er een groot strafrechtelijk onderzoek. Binnenkort worden daarin de eerste aanklachten verwacht. Volgens schattingen zou Duitsland 30 miljard euro misgelopen zijn aan belastinginkomsten – de grootste belastingroof in de Duitse geschiedenis.

Het Duitse onderzoeksplatform Correctiv was er gaandeweg achter gekomen dat de Duitse journalisten op het topje van de ijsberg waren gestoten. Nu het deksel van de dividendcarrousel was gelicht, bleek het spel gespeeld te worden in tal van Europese landen. Ook Nederland blijkt het slachtoffer van belastingroof door bankiers. De Nederlandse fiscus is mogelijk 152 miljoen kwijt aan dividendstrippen door de Amerikaanse bank Morgan Stanley. Bovendien is de voormalige dochter van de Rabobank, het Zwitserse Sarasin, een belangrijk doelwit van het Duits strafrechtelijk onderzoek. Sarasin, tot 2012 in handen van de Rabobank, was in 2010 en 2011 betrokken bij frauduleuze transacties.

Correctiv nam het initiatief tot een nauwe samenwerking van diverse media in Europa. Inmiddels zijn negentien media uit twaalf verschillende landen in een dossier gedoken van meer dan 180 duizend pagina’s: de Cum-Ex Files. Het dividendstrippen blijkt Europese overheden zeker 55,2 miljard euro te hebben gekost: de grootste belastingroof in de Europese geschiedenis. Bankiers en handelaren gebruikten twee technieken om de belastingdienst te rippen: CumCum en CumEx. Bij CumCum vroegen ze dividendbelasting terug, terwijl ze eigenlijk niet voor teruggave in aanmerking kwamen. Dit is onterecht, maar legaal. Bij CumEx vroegen ze meerdere keren (soms wel tien keer) dividendbelasting terug, terwijl ze die maar één keer mochten krijgen. Dit is illegaal. Mogelijk gaan de praktijken ook vandaag nog gewoon door.

Dit grote, transnationale journalistieke onderzoek laat zien dat er méér Europa nodig is, althans: een Europa met harde afspraken en scherp toezicht op de financiële markten. Alleen op Europees niveau kun je dit enorme onrecht aanpakken: miljarden die worden verkwanseld door gebrek aan democratisch bestuur en die dus niet kunnen worden geïnvesteerd in publieke zaken. Als de kapitaalmarkten niet op Europees niveau worden aangepakt, zal het populisme blijven groeien en zullen niet alleen de Italianen hun eigen begrotingskoers willen bepalen. Europa kan niet langer alleen het Europa van de markt zijn, het moet nu haar sociale gezicht laten zien.

Het onderzoek laat ook zien hoe belangrijk het is geworden dat journalisten Europees samenwerken en informatie uitwisselen. Grote, urgente onderwerpen spelen op het hele continent. Uitbuiting van werknemers door bedrijven die naar mazen in de wetgevingen van diverse landen speuren, is zo’n onderwerp. Ryan Air is een actueel voorbeeld van een bedrijf dat door strengere Europese regelgeving tot de orde geroepen zou kunnen worden. Topman Michael O’Leary – ‘het kan nog goedkoper’ – is het voorbeeld van de ondernemer die we niet meer moeten willen. Hetzelfde geldt voor misbruik van Europese werknemers in de bouw en het vrachtvervoer. En er had in Nederland helemaal geen discussie over de dividendbelasting – ‘het vestigingsklimaat verbeteren’ – hoeven zijn als die belasting gewoon Europees geregeld was.

De ongecontroleerde kapitaalmarkten, de afkalving van de Europese sociaal-democratie en de opkomst van het populisme gaan hand in hand. Het is het resultaat van een vervreemding van grote groepen burgers die zich niet langer vertegenwoordigd voelen. Zoals de grote Nederlandse dichter Lucebert schreef: in deze tijd heeft schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand’. Het is de hoogste tijd voor een Europa met een sociaal, menselijk gezicht.

 

 

Reageer

Distressed

De Limburger, 18 oktober 2018

Distressed is een woord dat de kledingbranche gebruikt om een verhaal te vertellen. Het dragen van distressed jeans – een versleten, gescheurde spijkerbroek – biedt de consument een stijl: stoer, edgy, van de straat. Niet alleen jongeren lopen erin, ook ambtenaren en ceo’s in hun vrije tijd. De versleten spijkerbroek gaat ver terug. In de jaren zeventig was ik zelf bezig mijn spijkerbroek valer te maken met schuurpaper. Iggy Pop, de godfather of punk, ultieme vertegenwoordiger van verzet tegen alles, beklom het podium in jeans met gescheurd kruis, balls and all.

Met de gescheurde spijkerbroek worden inmiddels kapitalen verdiend door grootbedrijven in de kledingindustrie. Van Zara tot Dolce & Gabbana – distressed jeans vertellen het verhaal van klanten die door ‘distressed detailing’ een gepersonaliseerde spijkerbroek verwerven die hun individualiteit benadrukt. Wie had het ooit gedacht, Iggy Pop als modemerk: Iggy Skinny is inmiddels de naam van een broek, geïnspireerd op de jeans die hij droeg op de cover van zijn album The Idiot.

Die geïndividualiseerde scheuren die verkocht worden, zijn het werk van talloze jonge meisjes en jongens in voornamelijk Aziatische landen. Met gevaarlijke en vervuilende technieken scheppen ze de illusie van slijtage – lang geleden was versleten kleding een teken van hard werken en armoede. Hoe ironisch. Arbeiders in een hoop lagelonenlanden maken slopende uren en verdienen nog steeds een habbekrats. Langzamerhand is iedereen wel doordrongen van de enorme misstanden. Maar bij de grote kledingbedrijven heerst een oorverdovend gebrek aan transparantie.

Tijd voor rumoer, vindt een groepje studenten van de opleiding Interdisciplinary Arts in Maastricht. Onder de noemer ‘Distressed! How Dirty Are Your Clothes?’ vragen ze aandacht voor de destructieve kledingindustrie en de rol van de consument hierin. Ze raapten kleren op die ze langs de oevers van de Maas vonden en volgden het spoor terug naar hoe deze ooit gemaakt werden, naar de industrie: hoe is het mogelijk, vroegen ze zich af, dat kleren die met zoveel vervuiling en uitbuiting zijn gemaakt, zo achteloos worden weggegooid?

Van de opgeviste kledingstukken naaiden de kunststudenten zelf nieuwe kleding en hingen die in hun pop-up zaak Distressed in het centrum van Maastricht, pal naast fast fashion kledingzaak Zara. Rokken, broeken, een cocktailjurkje – gebleekt, versleten, gescheurd, distressed door de natuur. Denk na voordat je snelle kleding koopt die je daarna weer even snel dumpt, is wat de studenten de bezoekers op het hart drukken. In hun begeleidende magazine kun je lezen over hoe schandalig bijvoorbeeld Inditex, het miljardenconcern waartoe ook Zara behoort, omgaat met haar werknemers, en hoe hele dorpen in China en India vergiftigd worden door de lozing van kledingchemicaliën.

Distressed is een woord dat studenten gebruiken om een verhaal te vertellen. Het dragen van snelle kleding is een statement: je loopt in kleren die stinken, van de giftige chemicaliën en het nachtzweet van de overwerkte arbeider. Het is een urgent verhaal – distressed zijn ze – het Engelse woord drukt het uit: van streek, ontredderd, verontrust, geschokt. Tijd dus, voor een campagne a la Wakker Dier, maar dan voor de kledingindustrie. Een campagne die de industrie opschudt en de consument wakker kust.

Misschien kan iemand die geld teveel heeft (er zijn in Nederland weer miljonairs bijgekomen) zorgen dat Distressed! een campagne wordt. Misschien kan de Provincie, die het project ondersteunde, een tandje bij zetten? Misschien is Tom Dumoulin bereid om een uniek Distressed shirt – versleten en gebleekt in de Maas, ontworpen door studenten uit Maastricht -te dragen tijdens de volgende Ridderronde? Dat zou nog eens regio-branding zijn. Niet alleen een grote wielrenner komt uit Limburg, maar ook een kritische club die de destructieve kledingindustrie ter verantwoording roept.

 

 

 

Reageer

Vrouwen in de lift

De Limburger, 4 oktober 2018

Afgelopen week stuitte ik op diverse verhalen waar ik erg vrolijk van werd. In Washington zetten twee vrouwen hun voet tussen de liftdeur en dwongen zo de Amerikaanse senator Jeff Flake naar hen te luisteren. Flake had nét bekendgemaakt dat hij vóór kandidaat-opperrechter Brett Kavanaugh zou stemmen. De vrouwen hielden de liftdeur tegen en deden hun verhaal – over het misbruik dat henzelf was overkomen. De senator wierp wanhopige blikken op de liftknoppen in de hoop dat de deur snel zou sluiten en keek weg. ‘Kijk me aan!,’ beval een van de twee, ‘ga je me zeggen dat wat mij is overkomen er niet toe doet? Dat wat al deze vrouwen is overkomen onbelangrijk is?’

Het was een ijzersterke zet, die voortkwam uit pure emotie. Emotie die ertoe doet: of Kavanaugh nu schuldig is of niet, het minste dat je als regering kan doen is een onderzoek instellen. Dat is wat Flake even later besloot: hij vroeg om uitstel van de benoeming van Kavanaugh, zodat de beschuldigingen van seksueel misbruik kunnen worden onderzocht. De voet tussen de deur als beeld van de volharding en urgentie van twee gewone Amerikaanse vrouwen – dat stemt optimistisch. De liftvrouwen, een geuzennaam inmiddels, laten zich niet wegduwen, en gaan nog een stap verder, ze zeggen: je mag niet wegkijken, je bent medeverantwoordelijk voor wat er gebeurt.

In Limburg zit een man die dat lijkt te begrijpen – dat je als man medeverantwoordelijk bent voor de bedreigingen en kansen van vrouwen: Feike Sijbesma, de baas van DSM. In een interview in Forum, het opinieblad van de werkgevers, las ik een hele serie vrolijkstemmende uitspraken van hem. Kop: ‘Nog meer mannen brengen mij geen nieuwe inzichten.’ Sijbesma wil meer topvrouwen bij DSM – omdat het goed is voor het bedrijf, voor vrouwen en voor de maatschappij. Door ervoor te zorgen dat meer vrouwen zich ontwikkelen in zijn bedrijf groeit er een ‘pool van vrouwen met potentieel’.

Het glazen plafond? Wordt door mannen zelf gecreëerd. ‘Als bedrijf moet je kijken welke remmende factoren er in de organisatie zijn en die weghalen. Het is voor vrouwen een uphill battle als je dat niet doet.’ Ceo’s die zeggen dat ze geen topvrouwen kunnen vinden: onzin. Ja, het kan wat langer duren voordat de search de juiste vrouw oplevert. Maar de oplossing is simpel: ‘Je moet wel de guts hebben net iets langer door te zoeken.’ Toen Sijbesma in 2007 begon, bestond de top-300 van DSM uitsluitend uit mannen. Nu zitten er vijftig vrouwen in. Nog lang niet genoeg, maar wel al een kritische massa die nieuwe inzichten brengt.

Nieuwe inzichten: Kina Koster, bestuursvoorzitter van een Limburgse zorginstelling, loopt ervan over. Van een interview met haar in deze krant spatte de energie: tekorten in personeel gaat ze te lijf door de bureaucratie creatief aan te pakken: verpleegkundigen krijgen binnenkort een headset – ze praten in een microfoontje en hoeven niets meer te noteren. Scheelt uren. Mantelzorgers krijgen geld voor de zorg van een familielid. ‘Zo iemand voelt zich gewaardeerd en het geeft rust en regelmaat.’ Koster is de énige vrouwelijke bestuursvoorzitter in de ouderenzorg in de regio – absurd: aan de top zitten mannen en op de werkvloer vrouwen. Koster: ‘Maak me niet wijs dat er geen goede vrouwen zijn, want ik wijs ze je met de neus aan.’

In Washington krijgt de FBI een week om onderzoek te doen. In een intrigerende column in The New York Times schreef James Comey, de door Trump ontslagen baas van de FBI, dat de dienst meer kan doen dan we denken. Met dank aan de vrouwen in de lift.

 

Reageer

Meer weten, niet slimmer zijn

De Limburger, 20 september 2018

De raaf is drie miljoen jaar oud, hoorde ik in Vroege Vogels, het onvolprezen radioprogramma dat elke zondagochtend vanaf zeven uur wordt uitgezonden. In je halfslaap word je bijgepraat over de meest verbeeldingsrijke onderwerpen. De designs van het spinnenweb: de ladder, de hangmat en het wiel. De karakteristieken van de egel: hij verplaatst zich met lomp geritsel en eet het liefst slakken. En dan de raaf, de slimste vogel op aarde en mythisch personage in verhalen over de hele wereld.

Aan het woord was een bioloog die een boek schreef over de raaf. Jarenlang deed hij onderzoek in het poolgebied, waar zijn liefde voor de raaf begon. In 1978 was hij daar op expeditie. Terwijl hij in de oneindige witte leegte aan het werk was, voelde hij dat iemand naar hem keek. Hij keek om: op een rots zat een raaf die hem bekeek. Dan zegt de bioloog: ‘als je daar alleen rondloopt, ga je een andere relatie met het landschap aan. Ik had het gevoel dat de raaf mij een plaats gaf in het landschap.’ Dan vertelt hij dat de raaf drie miljoen jaar oud is. ‘Hij heeft de mensheid zich zien ontwikkelen. De raaf zag wat er gebeurde en heeft ons gevolgd. Wij zijn niet echt slimmer geworden, wij weten alleen meer dan de mensen vroeger.’

Dezelfde zondag stroomde mijn inbox vol aankondigingen van artikelen over het begin van de crisis, precies tien jaar geleden, toen de grootbank Lehman Brothers omviel. Een greep: ‘De vraag is niet of de crisis zich zal herhalen, maar wanneer en hoe’ (De Volkskrant), ‘We zijn als samenleving gijzelaar van de grootbanken’ (De Correspondent), ‘Niets geleerd van Lehman’ (Follow the Money), ‘Het antwoord op schulden: méér schulden’ (NRC), ‘De stilte, tien jaar de storm (De Standaard).

We leven in de wurggreep van de banken. Het geld dat de Europese Centrale Bank elke maand in de economie pompt, heeft geleid tot ‘schaduwbankieren’. Het geld gaat niet naar de echte economie, naar nieuwe bedrijvigheid, maar naar waardepapieren: ‘securisaties’, ‘geldmarktfondsaandelen’. Intussen hebben we een regering die de belangen van de banken en de grootbedrijven boven die van de burger en het MKB blijft stellen. Krijgen we de leiders die we verdienen? Moet er een nieuwe generatie opstaan? Uit verschillende bronnen blijkt dat het best anders kan, als we willen. Dan moeten we af van het aandelenkapitalisme: een kapitalisme dat drijft op de almaar opgeschroefde groei van de winsten van grootbedrijven, en niet op arbeid, bedrijvigheid en concurrentie – zoals ooit de inzet was.

Wat te doen? Is het een kwestie van tijd? De cijfers over groei, de koopkrachtplaatjes: meer en meer mensen zien hoe lachwekkend het allemaal is. Misschien moeten we de raaf aanwijzen als designated survivor. Bij de Inuit (de eskimo’s) is de raaf de Schepper, de drager van het licht. Hij is er altijd geweest. Hij overleeft in de moeilijkste omstandigheden, in extreme kou. In Nederland is hij jarenlang weggeweest. Maar hij heeft ons gevolgd. Hij heeft gezien dat we meer weten, maar niet slimmer zijn geworden. Of wel?

Deze week publiceerden 238 Europese academici een open brief in diverse Europese kranten (niet in Nederland, wél in de Vlaamse krant De Morgen), waarin ze een oproep doen aan Europese politici om een beleid te voeren dat afhankelijkheid van de groei inperkt. Ze schrijven: ‘Dat agressieve nastreven van economische groei verdeelt onze maatschappij, creëert economische instabiliteit en ondermijnt onze democratieën.’ Ze doen alternatieve beleidsvoorstellen, zoals een beperking op grondstoffenverbruik, een meer progressief belastingstelsel en het inzetten van technologie om werktijden te reduceren en levenskwaliteit te verhogen. Post-growth heet dit. We kunnen slimmer worden.

 

 

Reageer

We kunnen wél iets doen

De Limburger, 6 september 2018

‘Tut was!,’ zei de Turkse journalist Can Dündar tijdens een bijzonder festival in Düsseldorf afgelopen weekeinde: een ‘Festival für Journalismus’. Dit mediafeest bood het gewone publiek – gratis! – drie dagen lang vijftien tenten met meer dan 150 gespreksonderwerpen: van lezingen, over bijvoorbeeld de rol van YouTube influencers en internationale trollen, tot Fake News Workshops en Reporter Slams – alles met als doel de journalistiek dichterbij te brengen. In Duitsland realiseert men zich dat zonder een gezonde, actieve journalistiek de democratie straks onderuit gaat.

Can Dündar maakte dat inzicht urgent. Hij was hoofdredacteur van de onafhankelijke, seculiere Turkse krant Cumhuriyet, maar werd vanwege zijn kritische artikelen gearresteerd en gevangengezet. In 2016 ontvluchtte hij zijn land. Sindsdien woont hij in Duitsland in ballingschap. Hij bericht nu over de ontwikkelingen in Turkije via een eigen journalistiek online platform én hij maakt zich druk om de democratie en de pers, ook hier in de westerse wereld: ‘Wie had ooit kunnen denken dat de president van de VS kwaliteitsmedia als de New York Times zou aanduiden als het grootste kwaad in zijn land?’

Dündar noemt Trump, Erdoğan, Putin, Orbán en anderen ‘de heersers van de angst’. Deze heersers, zegt hij, zijn niet de oorzaak van een wereldwijde angst, maar het resultaat ervan. De nationale staat, die burgers altijd een zeker voorspelbaar leven binnen veilige grenzen beloofd had, wankelt. In plaats daarvan kwamen onzekerheden: de verhouding tot onze werkgever, tot de bank die we ons geld toevertrouwden, tot de politieke partij die we onze stem gaven, tot de krant die we lazen, is in ijltempo veranderd, is beladen met argwaan en angst: is er voor mij en mijn kinderen straks nog toekomst, financieel en cultureel?

Omdat burgers zich niet meer beschermd voelen, gaan ze de democratische rechtsorde, die niets voor hen lijkt te kunnen doen, wantrouwen. Ze vragen zich af: wil ik democratie of wil ik zekerheid? Dündar: ‘Men realiseert zich niet dat men straks beide kwijt is.’ Dit voorjaar deed de Turkse journalist in zijn boek Tut was!, ‘pleidooi voor een actieve democratie’, een oproep aan Europese burgers om zich actief te weer te stellen tegen machteloosheid, tegen het idee dat er geen alternatieven zijn voor de gevolgen van globalisering en groeiend populisme.

En inderdaad: waarom houden we degenen die het meest profiteren van de open grenzen en de wereldwijde markt (ING!) niet ook verantwoordelijk voor de ontwrichting die het heeft veroorzaakt? We kunnen ons wél verzetten, bijvoorbeeld tegen belastingontduiking van grote bedrijven – belasting die simpelweg nodig is om de politie, de rechtspraak, het onderwijs, de gezondheidszorg te betalen, al die sectoren waar voortdurend een geldtekort is. Een begin is gemaakt, onder andere door EU-commissaris Margrethe Vestager, die Apple, Google en Amazon hoge boetes oplegde voor machtsmisbruik en ontweken belastingen.

In het verlengde daarvan: we kunnen wél iets doen als de CEO van een multinational onzin uitkraamt over het afschaffen van de dividendbelasting, een maatregel die uiteindelijk alleen maar buitenlandse overheden bevoordeelt en Nederland bijna twee miljard euro kost: journalisten kunnen onderzoeken hoe het zit. Dat deed Follow the Money. Dat hield de uitspraken van Unilever-topman Paul Polman tegen het licht. Polman beweerde onder andere dat andere landen geen dividendbelasting hebben. De feiten: de meeste landen heffen zelfs een hogere dividendbelasting (België 30 procent, Duitsland 25 procent, Frankrijk 30 procent tegen Nederland 15 procent – straks nul).

Door alle aandacht voor de omstreden afschaffing van de dividendbelasting is de publieke aandacht nu gericht op de individuele belastingafspraken van bedrijven met de fiscus. Het ministerie van Financiën start een openbare consultatieronde voor herziening van die afspraken. Tut was, laat je horen: het kan tot 20 september.

 

 

 

 

 

 

 

Reageer

Alleen werk is oplossing voor Afrikaanse migranten

De Limburger 23 augustus 2018

In Sicilië mochten deze week weer 177 migranten die gered waren door een kustwachtschip niet aan wal komen. Dit is het zoveelste schip waarover Italië stennis maakt: dat andere EU landen het maar eens opknappen. Wie zijn die migranten en waarom blijven ze hun leven wagen? Een van de grootste Afrikaanse vertreklanden is Nigeria. Daarom besloot een journalist van De Correspondent, Maite Vermeulen, zich daar een tijd te vestigen. Jonge Nigerianen staan te trappelen om de oversteek te wagen: alles is beter dan nietsdoen. Jongeren met universitaire diploma’s in economie, internationale betrekkingen en accountancy rijden rond als taxichauffeur of verdienen wat geld als metselaar. Maar niet alleen de opgeleiden willen weg, ook jongeren met nauwelijks lagere school komen deze kant op. Ze steken zich in de schulden in de verwachting het geld in Europa snel te kunnen terugverdienen. Elke euro is welkom: thuisblijvers zijn al blij als hun kinderen in een detentiekamp in Italië zitten: daar krijgen ze elke maand vijftig euro leefgeld en die sturen ze naar huis.

Vermeulen reisde af naar de stad waar het overgrote deel van de Nigeriaanse migranten in Europa vandaan komt: Benin City. Vrijwel elk gezin heeft hier zonen en dochters in Europa. Er is een heel prostitutienetwerk ontstaan rond moeders, dochters en ‘madames’, ronselaars die ervoor zorgen dat jonge meisjes de overtocht naar Italië wagen: sommigen denken dat ze kinderoppas worden, de meerderheid weet dat het om prostitutie gaat, maar ze hebben daar geen beeld bij en denken en hopen ‘dat het wel meevalt’.

Met de euro’s uit Europa worden huizen gebouwd, winkeltjes en bedrijfjes opgezet, opleidingen betaald. Er heerst diepe frustratie en wantrouwen naar de overheid: de weinige banen die er waren – bij het staatsbusbedrijf, bij de staatsbrouwerij – verdwenen. De plaatselijke gouverneur beloofde met internationaal hulpgeld fabrieken te bouwen om cassave en palmolie te verwerken en banen te creëren. Maar dergelijke beloftes zijn al zo vaak gedaan. ‘Zolang ons systeem niet werkt, komt het geld toch niet bij ons terecht,’ zegt een Nigeriaan. ‘Maar het geld van migranten komt direct bij degenen die het nodig hebben.’

Migratie is deel van de reden dat het in Afrika beter gaat. De meeste Afrikanen komen niet om te blijven – ze willen werken en geld verdienen, en in Europa is werk. Maar voor laaggeschoolden zijn er nauwelijks mogelijkheden om legaal binnen te komen. Waarom niet? In 2007 liet Spanje een aantal mensen per jaar legaal komen uit Senegal. Spanje betaalde trainingen, zodat Senegalezen zich konden kwalificeren voor werkvisa. Het werkte. Drie jaar later arriveerden er nauwelijks nog Senegalezen op de Canarische Eilanden.

De olifant in de kamer is: wat doen de regeringen in de landen van herkomst zelf? Waarom zorgen ze er niet voor dat ontwikkelingsgeld gebruikt wordt voor het creëren van bedrijvigheid? Een hoopvol land is Ethiopië, na Nigeria het Afrikaanse land met de meeste inwoners (100 miljoen). Daar is een nieuwe premier aangetreden, Abiy Ahmed. Hij is een verzoener, zoekt regionale samenwerking en heeft een visie op het land: het moet democratischer, opener, liberaler. Hij weet dat alleen stabiliteit in de regio investeerders aantrekt: de weg naar banen en groei voor jonge mensen.

Dichter bij huis gebeurt er iets bijzonders in het klein: in Eckelrade bij Maastricht zetelt Wereldtools. Het project steunt migranten heel praktisch bij hun terugkeer: met een grote kist vol materialen die ze zelf kunnen samenstellen. Sinds de start van het project zijn ruim vijfhonderd terugkeerders met een kist geholpen. Een greep uit de bedrijvigheid die ze thuis zijn begonnen: computer reparatie, internetcafé, kippenboerderij, laswerkplaats, bruidsjurkenverhuur, stroomverhuur, vertaalbureau en…een persbureau!

 

 

 

 

 

Reageer

De valkuil van leuke stukjes

De Limburger, 10 augustus 2018

Toen ik in China woonde, zette ik mijn achtjarige dochter op de internationale afdeling van een Chinese school. Geweldig: ze zou vaardig worden in twee wereldtalen. In de loop van het schooljaar bleek hoe ver de ambities van Chinese en andere Aziatische (Koreaanse, Japanse) moeders reikten. Luid protesterend stonden ze ’s middags voor de schoolpoort: hun kinderen kregen te weinig huiswerk en te weinig toetsen. Het niveau van de lessen moest hoger, hun kinderen moesten harder werken.

Na een jaar vond ik de prestatiedruk welletjes en zocht een andere school: mijn dochter was acht, geen achttien. Een paar Aziatische moeders gaven me gelijk. Maar: ik kon me die luxe permitteren, zij niet. ‘Wij zijn hier met meer dan een miljard mensen! Je moét hier ambitieus zijn!’ En: ‘Wij hebben maar één kind! Dat moét het beste uit zichzelf halen!’ Ik deed mijn dochter op een Amerikaanse internationale school, waar aan het eind van het schooljaar telkens certificaten werden uitgereikt aan leerlingen die in bepaalde vakken uitblonken. Wie stonden er elk jaar op het podium? Aziatische en westerse meisjes en Aziatische jongens. De decaan van de school stootte me aan: ‘kijk, de toekomst.’

Ik moest aan dit alles denken toen ik bij terugkeer van vakantie las dat de websites van het AD en deze krant te haastig waren geweest met een ‘lekkere’ kop boven een artikel over een marktonderzoek, uitgevoerd in opdracht van een uitzendbureau: ‘Bijna driekwart van jonge mannen wil geen vrouw als baas’. Website Nieuwscheckers, factcheckers van de opleiding Journalistiek & Nieuwe Media van de Universiteit Leiden, hield het persbericht tegen het licht. Conclusie: de kop is volstrekt onjuist en ook bij het onderzoek zelf zijn vraagtekens te plaatsen.

Gelukkig dat er tegenwoordig steeds meer feitencontroleurs actief zijn. Tendentieus nieuws is aan de orde van de dag, je hoeft het maar op te rapen. Maar doe je er als kwaliteitskrant je lezers een plezier mee? Je hoopt dat redacties er serieus lering uit trekken: onderzoeken van pr-bureaus schreeuwen om een eigen check. ‘Leuke stukjes’ zijn een valkuil voor de journalistiek: ze gaan met je op de loop.

Want wat doe je eigenlijk als je zo’n fout persbericht overneemt? Dan ben je als nieuwsmedium bezig angsten bloot te leggen die er helemaal niet zijn. In het artikel noemde de directeur van het uitzendbureau de uitkomsten ‘verrassend’. Hij zei: ‘Dat de jonge generatie er zo over denkt, was iets dat ik niet had verwacht.’ Maar dat blijkt dus flauwekul. Niet alleen de kop is kwalijk, het persbericht zelf hangt aan een aanname die niet klopt. De meeste mannen maakt het namelijk niet uit wie hun baas is, zo blijkt.

Je vraagt je af of er bij zo’n pr-bureau zelf een latente angst leeft voor de opkomst van vrouwen als baas? Het is inmiddels duidelijk dat het aantal goed opgeleide vrouwen en niet-westerse mannen dat dingt naar banen in een geglobaliseerde wereld enorm is toegenomen in de laatste twintig jaar. De westerse man stond altijd vanzelfsprekend aan de top van de pikorde. No more. Dat is even wennen.

Ik vrees dat de valkuil van het ‘leuke stukje’ dat met jezelf op de loop gaat, plus een vleug sluimerende angst voor een zwangere vakvrouw, de oorzaak was van het stukje van Ruud Maas waarover deze week ophef ontstond. Maas vond in deze krant de zwangere Jinek ‘niet meer representatief’, ze zat ze erbij ‘alsof ze op camping De Zwetende Otter zat’. Tja, ik kan me er iets bij voorstellen: als vrouwen ook hoogzwanger goed presteren, wat blijft er dan over van de doorsnee man?

 

 

 

 

 

Reageer

« Vorige items Volgende pagina » Volgende pagina »